Bestuursstrafrecht

Wahv. R421A– ‘‘s nachts binnen de bebouwde kom geen dimlicht of grootlicht voeren’. Ongegrond beroep. Terecht…

Rechtbank Noord-Nederland, 4 juni 2026

Zaakgegevens

Op 4 juni 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
4 juni 2026
Datum publicatie
7 augustus 2026
Zaaknummer
11898375 BU VERZ 25-2031
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3315
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. R421A– ‘‘s nachts binnen de bebouwde kom geen dimlicht of grootlicht voeren’. Ongegrond beroep. Terecht bekeurd op kenteken, aangezien de bestuurder wegreed tussen paaltjes door en na een zoekslag geen voertuig is aangetroffen. Dat het adres van de bestuurder bekend was, maakt niet dat van de verbalisanten verwacht mocht worden dat zij daarlangs gingen. In de enkele stelling dat de verlichting wel werkte, ziet de kantonrechter geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van de verbalisanten. De foto’s in het dossier zeggen niets over de werking op het moment van constateren, want zij zien alleen op het achterlicht. Daarvoor is de boete niet opgelegd. Ook dat een week eerder op het politiebureau zou zijn geconstateerd dat de verlichting werkte, doet niets af aan de waarneming van de verbalisanten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 271372153

zaaknummer: 11898375 BU VERZ 25-2031

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van
4 juni 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [plaats] ,

gemachtigde: Appjection B.V..

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De gedraging waarvoor de boete is opgelegd is: R421A– ‘‘s nachts binnen de bebouwde kom geen dimlicht of grootlicht voeren’, verricht op 8 januari 2025, om 20:20 uur, op [adres] Groningen. De opgelegde boete bedraagt € 89,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 4 juni 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. R.A. van der Velde.

1.3.

Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Betrokkenes zoon reed op de scooter toen hij een vriend wegbracht. De scooter heeft wel verlichting die werkt. Een week eerder waren zij ook al naar het politiebureau geweest om dit aan te tonen, omdat de zoon staande was gehouden en op het bureau moest laten zien dat de verlichting in orde was en de scooter niet te hard kon rijden. De politie reed achter de zoon en heeft vanaf daar niet kunnen zien of de koplamp werkte. Aangezien de politie geen stopteken gaf, reed de zoon door. Vervolgens ontving betrokkene twee bekeuringen: één voor feitcode R309 (het niet gebruiken van de rijbaan bij afwezigheid van een verplicht (brom)fietspad) en één voor feitcode R426A (het rijden zonder brandend achterlicht terwijl de voorverlichting wel brandt). Daarop controleerden zij opnieuw de verlichting, die werkte. Het bekeuren op kenteken is volgens betrokkene in strijd met artikel 5 van de Wahv gedaan, aangezien de rijrichting en het adres bekend waren voor de agenten. Er wordt verzocht om proceskostenvergoeding.

3. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is. Op basis van het aanvullend proces-verbaal staat vast dat de overtreding is verricht en is terecht op kenteken bekeurd.

Beslissing

4. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal hierna uitleggen waarom dat het geval is.

Overwegingen

5. De kantonrechter constateert dat eerst is beboet voor feitcode R426A, maar dat de officier van justitie de feitcode bij de beslissing op administratief beroep heeft gewijzigd naar R421A. Dit verklaart waarom betrokkene eerst een boete heeft gekregen voor het rijden zonder brandend achterlicht terwijl de voorverlichting wel brandt, terwijl het volgens de verbalisanten ging om een weinig of niet brandend voorlicht.

6. In principe houdt de ambtenaar de bestuurder staande op het moment dat een verkeersovertreding wordt vastgesteld. Dit is alleen anders als er geen reële mogelijkheid is om betrokkene staande te houden en zijn identiteit te controleren. Dan mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.

6.1.

Daarvan is in dit geval sprake. De verbalisanten geven in het aanvullend proces-verbaal aan dat de bestuurder niet is staande gehouden omdat deze wegreed tussen paaltjes door voordat een staandehouding kon plaatsvinden. De verbalisanten hebben nog een zoekslag gemaakt, maar zij hebben het voertuig niet meer getroffen. Dat het adres van de bestuurder bekend was, maakt niet dat van de verbalisanten verwacht mocht worden dat zij daarlangs gingen.

7. Betrokkene betwist de overtreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.

8. De verbalisanten hebben in het zaakoverzicht en in een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal – dat bijzondere bewijskracht kent – verklaard dat de voorverlichting niet of niet goed werkte terwijl er gereden werd met het voertuig. In de enkele stelling dat de verlichting wel werkte, ziet de kantonrechter geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van de verbalisanten. De foto’s in het dossier zeggen niets over de werking op het moment van constateren, want zij zien alleen op het achterlicht. Daarvoor is de boete niet opgelegd. Ook dat een week eerder op het politiebureau zou zijn geconstateerd dat de verlichting werkte, doet niets af aan de waarneming van de verbalisanten. De verkeersovertreding wordt vastgesteld.

9. De kantonrechter ziet geen reden voor aanpassing van de boete. Het beroep is ongegrond en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Conclusie

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep ongegrond;

  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Waarvan proces-verbaal,

D.W. Veenstra, griffier mr. C.H. de Groot, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Artikel 5 van de Wahv.