Bestuursstrafrecht

Wahv. R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’. Gegrond beroep…

Rechtbank Noord-Nederland, 10 juli 2026

Zaakgegevens

Op 10 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Leeuwarden
Datum uitspraak
10 juli 2026
Datum publicatie
7 augustus 2026
Zaaknummer
11938712 BU VERZ 25-2226
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3326
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. R545 – ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’. Gegrond beroep, de kantonrechter velt een salomonsoordeel en halveert de boete. Betrokkene voert aan dat hij al fietsend zijn handschoenen wilde aantrekken, toen hij ontdekte dat zijn telefoon tussen de handschoenen zat. Daardoor fietste hij per ongeluk met zijn telefoon in de hand. Hij stopte niet direct omdat hij heuvelafwaarts reed, maar stopte de telefoon zo snel mogelijk terug in zijn jaszak. De overtreding staat vast. Aan de ene kant heeft de vertegenwoordiger gelijk wat betreft de gevaarzetting. Om die reden is het verboden om een mobiele telefoon vast te houden op de fiets, hoe kort ook. Uit het dossier blijkt dat de agent betrokkene heeft zien fietsen. Dat betrokkene niet direct is afgestapt, werkt tegen hem. Aan de andere kant is het een ongelukkige situatie geweest. Betrokkene had anders moeten handelen, maar de kantonrechter begrijpt waarom hij dat niet heeft gedaan.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 271026992

zaaknummer: 11938712 BU VERZ 25-2226

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 10 juli 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden’, verricht op 20 december 2024, om 09:26 uur, op de Greunsweg in Leeuwarden, met een fiets. De opgelegde boete bedraagt € 169,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 10 juli 2026 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordiger van de officier van justitie mr. P. Belopavlovic.

1.3.

Na afloop van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Hij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete matigen tot € 89,00 (inclusief administratiekosten). Hij legt hierna uit waarom hij dat doet.

Standpunten

3. Betrokkene voert aan dat hij al fietsend zijn handschoenen wilde aantrekken, toen hij ontdekte dat zijn telefoon tussen de handschoenen zat. Daardoor fietste hij per ongeluk met zijn telefoon in de hand. Hij stopte niet direct omdat hij heuvelafwaarts reed, maar stopte de telefoon zo snel mogelijk terug in zijn jaszak. Op dat moment zag een politieagent, die betrokkene herkende door zijn verleden, hem en werd hij staande gehouden, gefouilleerd en op een vervelende manier bejegend in het bijzijn van twee aspirant-agenten. Daarover heeft betrokkene een klacht ingediend bij de politiechef, die de agent heeft aangesproken. Betrokkene kan de boete niet betalen en hoopte op een waarschuwing, aangezien de overtreding kort duurde en per ongeluk ging.

4. De vertegenwoordiger stelt dat het beroep ongegrond is. Volgens hem is vanwege de gevaarzetting ieder vasthouden van een mobiele telefoon verboden. Betrokkene had moeten afstappen om zijn handschoenen aan te trekken en zijn telefoon weer op te bergen.

Overwegingen

5. De kantonrechter stelt allereerst vast dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld. Betrokkene moet (tijdig) een bedrag betalen als zekerheid voor de boete en de administratiekosten. Betrokkene voert, onder verwijzing naar bijlagen, aan dat hij niet kan betalen. Hij heeft geen geld en staat onder bewind. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om het te betalen bedrag aan zekerheid op nul te zetten.

6. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.

7. De kantonrechter velt een salomonsoordeel. Aan de ene kant heeft de vertegenwoordiger gelijk wat betreft de gevaarzetting. Om die reden is het verboden om een mobiele telefoon vast te houden op de fiets, hoe kort ook. Uit het dossier blijkt dat de agent betrokkene heeft zien fietsen. Dat betrokkene niet direct is afgestapt, werkt tegen hem. Aan de andere kant is het een ongelukkige situatie geweest. Betrokkene had anders moeten handelen, maar de kantonrechter begrijpt waarom hij dat niet heeft gedaan. Betrokkene heeft ervan geleerd. Daarom halveert de kantonrechter de boete tot € 80,00 plus € 9,00 administratiekosten.

Conclusie

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;

  • vernietigt die beslissing;

  • wijzigt de inleidende beschikking en matigt de boete tot € 89,00 (inclusief administratiekosten).

Waarvan proces-verbaal,

D.W. Veenstra, griffier mr. P.G. Wijtsma, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Artikel 11 van de Wahv.