Bestuursstrafrecht

Wahv. Rechts inhalen waar dat verboden is. Dat de gedraging niet exact heeft plaatsgevonden bij de door de…

Rechtbank Noord-Nederland, 23 juli 2026

Zaakgegevens

Op 23 juli 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak over bestuursstrafrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
23 juli 2026
Datum publicatie
12 augustus 2026
Zaaknummer
12064671 BU VERZ 26-117
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:3437
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wahv. Rechts inhalen waar dat verboden is. Dat de gedraging niet exact heeft plaatsgevonden bij de door de verbalisant in het zaakoverzicht vermelde hectometerpaal, heeft geen gevolgen voor de opgelegde boete. De vermelding van de hectometerpaal en het tijdstip betreft namelijk een indicatie waar en wanneer de gedraging ongeveer is verricht en hoeft dus niet exact overeen te komen met de werkelijke pleegplaats en tijdstip. De kantonrechter is van oordeel dat niet is gebleken dat de betrokkene in zijn verdedigingsbelangen is geschaad doordat deze gegevens niet precies kloppen, omdat hij zich nog precies herinnert waar de gedraging heeft plaatsgevonden. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

beschikkingsnummer: 271917086

zaaknummer: 12064671 BU VERZ 26-117

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 23 juli 2026

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats].

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘rechts inhalen waar dat verboden is’, verricht op 10 februari 2025, om 06:47 uur, op de Rijksweg A28 in Haren Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken]. De opgelegde boete bedraagt € 319,00 (inclusief administratiekosten).

1.1.

Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

1.2.

De kantonrechter heeft het beroep op 23 juli 2026 op de zitting behandeld. Betrokkene is met bericht van verhindering niet verschenen. Wel was de vertegenwoordigster van de officier van justitie, mr. R.A. van der Velde, aanwezig.

1.3.

Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Door betrokkene is aangevoerd dat hij op pleegdatum met behorend tijdstip naar zijn werk in Arnhem reed en dat het op de A28 vanaf Groningen in de richting van Assen rustig was. In de verte zag hij een kleine rode auto op de linkerrijstrook rijden. Op het moment dat betrokkene de afslag Haren was gepasseerd en weer van het viaduct naar beneden reed, zag hij diezelfde rode auto nog steeds in een heel rustig tempo (90 kilometer per uur) op de linkerrijstrook rijden. Betrokkene is achter de auto gaan rijden om duidelijk te maken dat hij graag wilde passeren, waarbij hij niet aan het bumperkleven was. Omdat hier geen reactie op kwam, is betrokkene weer op de rechterrijsstrook, waar voldoende ruimte was, gaan rijden, waarbij hij de rode auto aan de rechterzijde heeft gepasseerd. Betrokkene voert aan dat het passeren van de rode auto niet ter hoogte van het aangegeven hectometerpaaltje is gebeurd. Tot slot voert betrokkene aan dat het, 30 dagen na het begaan van de overtreding, niet geloofwaardig is wat er in het proces-verbaal door de verbalisant is geschreven.

3. Door de vertegenwoordigster is aangevoerd dat zij het standpunt van de officier van justitie wil handhaven. Zij heeft de kantonrechter verzocht het beroep ongegrond te verklaren.

Overwegingen

4. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.

4.1.

In hetgeen door betrokkene is aangevoerd, ziet de kantonrechter onvoldoende aanleiding de boete te matigen. De kantonrechter is van oordeel dat op een automobilist de plicht rust om zich te allen tijde aan de geldende verkeersregels te houden. Het belang van de verkeersveiligheid in algemene zin brengt met zich mee dat niet kan worden toegelaten dat een weggebruiker naar eigen inzicht afwijkt van de geldende verkeersregels. Doordat betrokkene ervoor heeft gekozen om de rode auto, die zich aan de snelheid hield, aan de rechterzijde in te halen, heeft hij het risico genomen dat hij zou kunnen worden beboet. Over de hectometerpaal overweegt de kantonrechter dat het, gelet op het feit dat de verbalisant in het proces-verbaal heeft aangegeven dat hij onderweg was naar Haren voor een geplande aanhouding terwijl de afslag naar Haren al drie kilometer achter hen lag, aannemelijk is dat de gedraging niet exact heeft plaatsgevonden bij hectometerpaal 192.5 links. Dit heeft echter geen gevolgen voor de opgelegde boete. De vermelding van de hectometerpaal en het tijdstip betreft namelijk een indicatie waar en wanneer de gedraging ongeveer is verricht en hoeft dus niet exact overeen te komen met de werkelijke pleegplaats en tijdstip. De kantonrechter is van oordeel dat niet is gebleken dat de betrokkene in zijn verdedigingsbelangen is geschaad doordat deze gegevens niet precies kloppen, omdat hij zich nog precies herinnert waar de gedraging heeft plaatsgevonden.

4.2.

Alles overwegende is de kantonrechter van oordeel dat de boete terecht is opgelegd en ziet in de door betrokkene aangevoerde omstandigheden geen aanleiding de boete te matigen dan wel op nihil te stellen. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

5.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

R. de Hoop, griffier mr. V.A.G. van Dijk, kantonrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het

gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.

Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 juli 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4650.