Civiel recht overig
veroordeling tot betaling van het (op de in de dagvaarding geformuleerde gronden) gevorderde
Rechtbank Noord-Nederland, 24 mei 2022
ECLI:NL:RBNNE:2022:2820 · Rechtbank Noord-Nederland · 24 mei 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-rbnne-2022-2820
Zaakgegevens
Op 24 mei 2022 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 24 mei 2022
- Datum publicatie
- 4 augustus 2022
- Zaaknummer
- 9863875 CV EXPL 22-2517
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2022:2820
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
veroordeling tot betaling van het (op de in de dagvaarding geformuleerde gronden) gevorderde
Uitspraak
|
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND |
Verstek |
|
Afdeling Privaatrecht |
|
|
Locatie Leeuwarden |
|
|
Zaak-/rolnummer: 9863875 CV EXPL 22-2517 |
|
|
verstekvonnis d.d. 24 mei 2022 |
inzake
de stichting Stichting Share Claim,
gevestigd te Apeldoorn,
eisende partij,
gemachtigde: mr. F. Eikelboom,
uw kenmerk: ,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [adres] ,
gedaagde partij, tegen wie verstek is verleend.
Procesverloop
De eisende partij heeft bij dagvaarding, op daarin geformuleerde gronden, gevorderd de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van € 5.000,00 met rente en kosten.
Motivering
Het gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor zodat dit kan worden toegewezen als na te melden.
Overeenkomstig de aanbeveling van het LOVCK&T zal voor nakosten een half salarispunt worden toegekend, met een maximum van € 124,00.
De gevorderde rente zal worden toegewezen over de (resterende) hoofdsom als na te melden.
Beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij aan de eisende partij te betalen € 5.000,00, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 5.000,00 vanaf 1 januari 2021 tot de dag waarop deze vordering is voldaan;
veroordeelt de gedaagde partij in de kosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:
€ 487,00 aan griffierecht;
€ 107,22 aan dagvaardingskosten;
€ 249,00 als salaris gemachtigde;
veroordeelt gedaagde partij in de na dit vonnis ontstane kosten, vastgesteld op € 124,00 aan salaris gemachtigde;
vermeerderd met de wettelijke rente in geval de proceskosten niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis worden voldaan;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af - voor zover nodig - het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door mr. M.C. Groenewegen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 mei 2022, in tegenwoordigheid van de griffier.