Civiel recht overig
Consumentenrecht: eindvonnis consumentenkrediet. Niet voldaan aan precontractuele informatieverplichtingen…
Rechtbank Noord-Nederland, 12 september 2023
ECLI:NL:RBNNE:2023:5361 · Rechtbank Noord-Nederland · 12 september 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-rbnne-2023-5361
Zaakgegevens
Op 12 september 2023 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 12 september 2023
- Datum publicatie
- 9 januari 2024
- Zaaknummer
- 10086643 CV EXPL 22-4886
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2023:5361
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Consumentenrecht: eindvonnis consumentenkrediet.
Niet voldaan aan precontractuele informatieverplichtingen (7:60 BW) doordat de consument eerst op een link moest klikken om de informatie te kunnen zien en de link zeer klein is weergegeven.
Vernietiging overeenkomst.
Uitspraak
|
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND |
Verstek |
|
Civiel recht Kantonrechter |
|
|
Zittingsplaats Leeuwarden |
|
|
Zaaknummer: 10086643 CV EXPL 22-4886 |
|
|
verstekvonnis d.d. 12 september 2023 |
in de zaak van
Webfin Financieringen B.V.,
te Breukelen,
eisende partij,
gemachtigde: mr. H.A. Roos,
uw kenmerk: E2218891,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij, tegen wie verstek is verleend.
1 De procedure
De eisende partij heeft bij dagvaarding, op daarin geformuleerde gronden, gevorderd de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van € 975,29 met rente en kosten.
Op 7 februari 2023 heeft de kantonrechter tussenvonnis gewezen. Dit tussenvonnis dient als ingelast en herhaald te worden beschouwd.
Ter zitting van 7 maart 2023 heeft de eisende partij een akte overgelegd.
De beoordeling
de verdere beoordeling
De kantonrechter blijft bij hetgeen in het tussenvonnis van 7 februari 2022 is overwogen en beslist.
- precontractuele informatieplichten
In het tussenvonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat uit het door de eisende partij overgelegde voorbeeld van het proces voor het aangaan van de kredietovereenkomst niet blijkt dat de in de offerte opgenomen informatie op een duidelijke wijze aan de consument is verstrekt.
In haar akte heeft de eisende partij aangevoerd dat de gedaagde partij de gelegenheid heeft gehad om alle informatie wat betreft de lening te kunnen raadplegen. Daarvoor dient de gedaagde partij te klikken op de link "wat staat er precies in het contract". Zoals de kantonrechter al in het tussenvonnis heeft overwogen is daarmee niet voldaan aan artikel 7:60 BW. De informatie moet op een begrijpelijke en duidelijke wijze worden verschaft, zodat de consument de economische gevolgen van de lening voor hem kan inschatten, HvJ EU 23 april 2015, ECLI:EU:C:2015:262, par. 41 (Van Hove). Doordat de consument eerst op een link moet klikken om van de informatie kennis te kunnen nemen is niet voldaan aan het vereiste dat de informatie op een begrijpelijke en duidelijke wijze wordt verschaft. Bovendien is de link zeer klein weergegeven, terwijl de knop die daaronder staat en waarop moet worden geklikt om akkoord te gaan met de lening en de algemene voorwaarden vele malen groter is en waarbij ook de tekst veel groter is en vet gedrukt.
- vernietiging overeenkomst
Omdat niet is voldaan aan de informatieplichten vernietigt de kantonrechter
de overeenkomst. De vraag of de eisende partij een deugdelijke kredietwaardigheidstoets heeft uitgevoerd kan daarom in het midden blijven.
Door de vernietiging van de overeenkomst vervalt de grondslag van de vordering.
De gedaagde partij moet op grond van artikel 6:203 BW slechts het geleende bedrag terugbetalen, waarop de reeds in rekening gebrachte rente en kosten en betalingen in mindering zijn gebracht. In het tussenvonnis heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld een berekening te overleggen van hetgeen de gedaagde partij heeft betaald aan kosten en rente. De eisende partij heeft als productie 3 een specificatie overgelegd van de vordering.
Op basis van dit overzicht stelt de kantonrechter vast dat het aan gedaagde partij verstrekte bedrag (€ 933,91 - minus de gedane betalingen van € 215,84) € 718,07 bedraagt. Dat bedrag zal worden toegewezen.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij aan de eisende partij te betalen € 718,07,
veroordeelt de gedaagde partij in de kosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:
€ 322,00 aan griffierecht;
€ 107,22 aan dagvaardingskosten;
€ 124,00 als salaris gemachtigde;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Aldus gewezen door mr. J.E. Biesma en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2023.
c 779