Civiel recht overig
Rechtbank Noord-Nederland · Bodemzaak · Civiel recht overig
Rechtbank Noord-Nederland, 8 augustus 2023
ECLI:NL:RBNNE:2023:5595 · Rechtbank Noord-Nederland · 8 augustus 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-rbnne-2023-5595
Zaakgegevens
Op 8 augustus 2023 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 augustus 2023
- Datum publicatie
- 3 juli 2024
- Zaaknummer
- 10468929 CV EXPL 23-2642
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2023:5595
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Betaling facturen
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: 10468929 CV EXPL 23-2642
Vonnis van 8 augustus 2023
in de zaak van
[eiser] H.O.D.N. JS -PARTS,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: JS ,
gemachtigde: P. de Ruijter,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederende in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding (met producties);
- de conclusie van antwoord.
Hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft JS geen conclusie van repliek genomen.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De (verkort weergegeven) feiten
JS heeft reparatiewerkzaamheden verricht aan de Peugeot 308 (hierna: de auto) van [gedaagde] .
Bij factuur van 7 oktober 2022 heeft JS een bedrag van € 90,00 voor de verrichte werkzaamheden bij [gedaagde] in rekening gebracht. In de factuur is een betaaltermijn van acht dagen opgenomen.
Verzoek en sommatie ten spijt, is [gedaagde] niet tot betaling overgegaan.
3 De vordering en het verweer
JS vordert - zakelijk weergegeven - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 90,00, vermeerderd met rente en kosten. Aan de vordering legt JS ten grondslag dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering van JS .
4 De beoordeling
De centrale vraag in deze procedure is of [gedaagde] het gefactureerde bedrag van € 90,00 voor de verrichte reparatiewerkzaamheden moet betalen. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit niet het geval en hierover wordt het volgende overwogen.
Vast staat dat de gestelde reparatiewerkzaamheden hebben plaatsgevonden, zodat JS in beginsel rechtens aanspraak kan maken op betaling van de factuur. [gedaagde] heeft evenwel aangevoerd dat zij haar betalingsverplichting heeft opgeschort, omdat de auto niet goed is gerepareerd door JS . De auto lekt namelijk nog steeds olie. Ook betwist [gedaagde] dat zij voor de gefactureerde reparatiewerkzaamheden moet betalen, omdat partijen hebben afgesproken dat zij pas hoeft te betalen als de auto goed is gerepareerd. Uiteindelijk hebben partijen hiervoor een nieuwe reparatieafspraak gemaakt, maar die heeft [gedaagde] moeten afzeggen omdat zij met haar zoon naar het ziekenhuis moest. Deze procedure had volgens [gedaagde] kunnen worden voorkomen, omdat partijen er volgens haar gewoon uit kunnen komen en zij dat nog steeds wil. Deze uiteenzetting is niet door JS weersproken, zodat de kantonrechter van de juistheid hiervan zal uitgaan.
Dit betekent dat is komen vast te staan dat de auto nog steeds niet goed is gerepareerd en dat [gedaagde] daarom volgens de voornoemde afspraak JS nog niet hoeft te betalen. Gelet hierop zal de vordering als voldoende gemotiveerd weersproken door [gedaagde] worden afgewezen.
JS zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Met inachtneming van artikel 238 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, worden de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] begroot op een bedrag van € 50,00.