Personen- en familierecht

De kinderrechter wijst machtiging gesloten jeugdhulp af, op de grond dat vrijheidsbeneming geen vervanging…

Rechtbank Noord-Nederland, 27 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 27 oktober 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
27 oktober 2026
Datum publicatie
2 november 2026
Zaaknummer
C/18/262133
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. E. van Bommel
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:4659
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De kinderrechter wijst machtiging gesloten jeugdhulp af, op de grond dat vrijheidsbeneming geen vervanging mag worden voor noodzakelijke zorg. De kinderrechter stelt bovendien vast dat de huidige zorgaanbieder juist productgroepen aanbiedt die aansluiten bij de specifieke problematiek van de jeugdige. Zonder nadere toelichting die niet wordt gegeven, is daarom niet begrijpelijk waarom de behandelsetting wordt beëindigd om vervolgens uitsluitend een vrijheidsbenemende maatregel in te zetten. Als de voorgestelde plaatsing de behandeling beëindigt en daarvoor geen concreet, passend hulpverleningsaanbod in de plaats stelt, ontbreekt de vereiste geschiktheid van die plaatsing. Het ontbreken van een andere beschikbare plek doet daaraan niet af.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Groningen

Zaaknummer: C/18/262133 / JE RK 26-1833

Beschikking van 27 oktober 2026 van de kinderrechter over de machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak die betrekking heeft op

[naam minderjarige] ,

die is geboren op [geboortedatum] 2013 in [geboorteplaats] ,

en die hierna " [naam minderjarige] " wordt genoemd,

advocaat: mr. E. van Bommel, die kantoor houdt in Groningen,

op verzoek van

de gecertificeerde instelling

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

die is gevestigd in Amsterdam,

en die hierna "de GI" wordt genoemd.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

die woont in [plaatsnaam] ,

en die hierna "de moeder" wordt genoemd,

[naam vader] ,

die woont in [plaatsnaam] ,

en die hierna "de vader" wordt genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

Deze procedure is ingeleid met een verzoekschrift van de GI, dat door de rechtbank is ontvangen op 29 september 2026. Daarin verzoekt de GI om een machtiging te verlenen die het mogelijk maakt dat [naam minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp wordt geplaatst voor de duur van drie maanden.

1.2.

Op 27 oktober 2026 heeft de kinderrechter het verzoek mondeling behandeld. Hij heeft toen gesproken met [naam minderjarige] , zijn advocaat, de ouders en [naam vertegenwoordiger] die de GI vertegenwoordigt.

1.3.

De kinderrechter heeft direct na de mondelinge behandeling uitspraak gedaan en het verzoek afgewezen. De kinderrechter heeft aangekondigd dat hij de gronden waarop de uitspraak rust schriftelijk uitwerkt in deze, vandaag te geven, beschikking.

2 De feiten

2.1.

De kinderrechter kan bij de beoordeling van het verzoek uitgaan van de volgende feiten.

2.2.

[naam minderjarige] is een veertienjarige jongen over wie al lange tijd grote zorgen bestaan. Die zorgen hebben er toe geleid dat [naam minderjarige] niet meer bij één van de ouders woont. Vanaf eind 2025 verbleef [naam minderjarige] enkele maanden op een crisisgroep van de hulpverlenende instantie Elker. [naam minderjarige] moest echter noodgedwongen terug naar de ouders, omdat Elker tot de conclusie kwam dat er geen hulpaanbod beschikbaar was dat aansloot op de intensieve hulpvraag van [naam minderjarige] .

2.3.

Sinds 1 april 2026 staat [naam minderjarige] onder toezicht van de GI en is er een machtiging verleend die het uiteindelijk mogelijk heeft gemaakt dat [naam minderjarige] is geplaatst bij de hulpverlenende instantie Ambiq, een orthopedagogisch behandelcentrum met specialistische hulp en behandeling voor kinderen, jongeren en volwassenen met een lichtverstandelijke beperking en bijkomende problematiek.

2.4.

Deze maatregelen zijn genomen tegen de achtergrond van de ernstige ontwrichtende gedragsproblematiek van [naam minderjarige] in combinatie met de onmacht van beide ouders om te voorzien in zijn dagelijkse verzorging en opvoeding. Sinds 8 juni 2026 verblijft [naam minderjarige] op de Zeer Intensieve Behandelgroep van Ambiq in [plaatsnaam] .

2.5.

Op 16 september 2026 heeft er een spoedoverleg plaatsgevonden. Ambiq heeft bij de GI aangegeven dat voortzetting van de behandeling van [naam minderjarige] binnen de huidige setting bij Ambiq niet langer passend en uitvoerbaar wordt gevonden. Ambiq ervaart dat [naam minderjarige] zich onttrekt aan behandeling en begeleiding, als gevolg waarvan een effectieve behandeling van [naam minderjarige] niet van de grond komt. Ambiq heeft grote zorgen geuit over de ontwikkeling van [naam minderjarige] en zijn gedragsproblematiek: [naam minderjarige] loopt voortdurend weg, is agressief en laat ontregeld gedrag zien en is meerdere keren in aanraking gekomen met de politie.

2.6.

De GI is tot de slotsom gekomen dat onder deze omstandigheden niets anders rest dan de kinderrechter te verzoeken een machtiging te verlenen voor de plaatsing van [naam minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp.

3 De beoordeling

3.1.

Het gaat in deze zaak om de veertienjarige [naam minderjarige] . Zijn belaste voorgeschiedenis en de ontwrichtende gedragsproblematiek die hij de afgelopen jaren heeft ontwikkeld, hebben ertoe geleid dat hij al langere tijd niet meer bij de ouders woont. [naam minderjarige] staat onder toezicht van de GI en verblijft met een machtiging tot uithuisplaatsing bij Ambiq in [plaatsnaam] . Die plaatsing heeft de afgelopen maanden niet gebracht wat ervan werd verwacht en gehoopt. [naam minderjarige] vertoont in toenemende mate agressief en dreigend gedrag, loopt veel weg, komt in aanraking met de politie en houdt zich niet aan de regels en afspraken van de begeleiding. De plaatsing bij Ambiq lijkt onhoudbaar te zijn geworden. Ambiq ervaart dat niet samen met [naam minderjarige] aan zijn gedragsproblematiek kan worden gewerkt.

3.2.

De kinderrechter wijst het verzoek van de GI niettemin af, omdat toewijzing erop neerkomt dat noodzakelijke zorg wordt vervangen door vrijheidsbeneming. Toewijzing leidt tot plaatsing van [naam minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp en beëindiging van zijn behandeling bij Ambiq. Het verzoek biedt geen zicht op een passend hulpverleningsaanbod dat daarvoor in de plaats komt. Er wordt slechts een machtiging verzocht die plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp mogelijk maakt. Daardoor kan niet worden getoetst of die plaatsing voor [naam minderjarige] geschikt is. Dat nog geen zicht bestaat op een concrete plaatsing, doet niet af aan de eis dat de plaatsing voor een minderjarige geschikt moet zijn.

3.3.

De kinderechter neemt hierbij verder in overweging dat uit 'Bijlage 5 Productenboek jeugdhulp Open House overeenkomst' van de Regionaal Inkooporganisatie Groninger Gemeenten (RIGG), kan worden afgeleid welke zorgproducten Ambiq aanbiedt en door de gemeenten die bij het RIGG zijn aangesloten, kunnen worden afgenomen. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de gemeenten van de woonplaats van beide ouders hierbij zijn aangesloten. Uit het Productenboek van de RIGG blijkt dat Ambiq verblijfsproducten als zorgaanbieder aanbiedt die aansluiten bij de problematiek van [naam minderjarige] . De kinderrechter verwijst in dit verband naar het product ‘Verblijfstraject zwaar’ (43A38), waarover informatie is terug te vinden in het Productenboek. Daaruit volgt dat dit betreft: verblijf zwaar (wonen met behandeling). Het heeft wonen met intensieve gedragsregulering en behandelen als kern. Het betreft een klinische behandelgroep voor jeugdigen met psychische/psychiatrische en/of ernstige gedragsproblematiek. Er wordt intensieve gedragsregulering én behandeling ingezet. Ook biedt Ambiq het product 'Verblijfstraject middelzwaar' (43A37) aam. Dit product betreft het traject vervangende opvoedomgeving middelzwaar. Het heeft intensieve begeleiding als kern. Het betreft een verblijfsgroep met 24 uurs toezicht en intensieve begeleiding. Het product wordt geboden in een leefgroep van de jeugdhulpaanbieder.

3.4.

Deze algemene productomschrijvingen wijzen er duidelijk op dat een van deze producten passend is voor [naam minderjarige] . Daarop wijst ook, de indicatie die tot zijn plaatsing bij Ambiq heeft geleid. Zonder nadere toelichting die ontbreekt, is daarom niet begrijpelijk waarom Ambiq meent dat een jeugdige met de problematiek van [naam minderjarige] niet meer op zijn of haar plaats is bij Ambiq en niet meer binnen Ambiq kan worden behandeld.

3.5.

De kinderrechter begrijpt dat een noodzaak tot intensieve hulpverlening wordt gevoeld. Die moet echter worden onderscheiden van de noodzaak en geschiktheid van de verzochte gesloten plaatsing. Op grond van artikel 6.1.2 lid 2 Jeugdwet kan een machtiging slechts worden verleend indien jeugdhulp noodzakelijk is wegens ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren, opneming en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om onttrekking aan die jeugdhulp te voorkomen en geen minder ingrijpende mogelijkheden bestaan om de problemen te behandelen. Deze voorwaarden zijn cumulatief en moeten dus alle zijn vervuld.

3.6.

Uit de stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat [naam minderjarige] nog steeds is aangewezen op specialistische behandeling. Ook blijkt dat die behandeling bij de voorgestelde overplaatsing zal eindigen. Niet is gebleken dat een beoogde gesloten accommodatie beschikbaar is die de bij Ambiq ingezette behandeling kan voortzetten of een andere passende behandeling kan bieden. Dat klemt, omdat overplaatsing van [naam minderjarige] naar welke locatie dan ook naar het oordeel van de kinderrechter alleen mogelijk is als die locatie een naar aard en intensiteit passend alternatief voor de huidige plaatsing kan bieden.

3.7.

Onder die omstandigheden kan de kinderrechter niet vaststellen dat de plaatsing van [naam minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp geschikt is voor het hulpverleningsdoel waarvoor de machtiging wordt gevraagd. Dat Ambiq het verblijf wil beëindigen, onderbouwt die geschiktheid op zichzelf niet. Het ontbreken van een beschikbaar alternatief maakt naar het oordeel van de kinderrechter niet dat een vrijheidsbenemende maatregel kan worden overwogen.

3.8.

Tot slot overweegt de kinderrechter dat hij de grenzen van de machtiging bepaalt en dat de uitvoering door de GI daarvoor niet bepalend is. De uitvoering van de uithuisplaatsing berust bij de GI, maar haar plaatsingsbevoegdheid bestaat uitsluitend binnen de grenzen van de rechterlijke machtiging. De kinderrechter vindt hiervoor steun in de conclusie van A-G L.M. Coenraad van 16 oktober 2026, ECLI:NL:PHR:2026:995. Daarin beschrijft zij dat de kinderrechter de machtiging naar duur en plaats kan begrenzen, onder meer door een concrete plaatsing uit te sluiten.

3.9.

Het is om deze redenen dat het verzoek van de GI wordt afgewezen.

4 De beslissing

De kinderrechter:

4.1.

wijst het verzoek af.

Deze beslissing is mondeling gegeven door mr. B.R. Tromp, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. J. Stulp, griffier, op 27 oktober 2026. De uitspraak is schriftelijk uitgewerkt in deze beschikking op 29 oktober 2026.

Als u het niet eens bent met de beslissingen die de rechter heeft genomen, kunt u in hoger beroep. Maar let op! Hoger beroep kunt u niet zelf instellen. U moet daarvoor naar een advocaat. Een advocaat kan voor u hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Belangrijk is dat u snel naar een advocaat gaat. Hoger beroep moet bijna altijd binnen drie maanden na de dag van de uitspraak worden ingesteld.

Voor de GI geldt dat zij zelf hoger beroep kan instellen.