Personen- en familierecht

Vaststelling definitieve kosten van de bijzondere curator. De werkzaamheden waren gericht op het…

Rechtbank Noord-Nederland, 19 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 19 oktober 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
19 oktober 2026
Datum publicatie
2 november 2026
Zaaknummer
C/18/258592
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. M.J. Flach
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:4661
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vaststelling definitieve kosten van de bijzondere curator. De werkzaamheden waren gericht op het veiligstellen van de vermogensrechtelijke belangen van de minderjarige en hebben geleid tot de benoeming van een professioneel vereffenaar. De kosten worden aangemerkt als vereffeningskosten in de zin van artikel 4:7 lid 1, onder c, BW en komen ten laste van de nalatenschappen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Groningen

zaak-/rekestnummer: C/18/258592 / FA RK 26-4412

beschikking van 19 oktober 2026

in de zaak van

[naam minderjarige] ,

die is geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,

en die hierna "de minderjarige" wordt genoemd,

advocaat: mr. M.J. Flach, die kantoor houdt in Groningen.

De rechter merkt als belanghebbenden aan:

de gecertificeerde instelling

Stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen,

die gevestigd is in Groningen,

en die hierna "de voorlopige voogd" wordt genoemd.

mr. V.S.A.W. Wegter,

die kantoor houdt in Groningen,

en die hierna "de bijzondere curator" wordt genoemd,

in haar hoedanigheid van bijzondere curator van de minderjarige.

1 Het (verdere) procesverloop

1.1.

Bij beschikking van 2 juli 2026 heeft de rechtbank mr. V.S.A.W. Wegter benoemd tot bijzondere curator over de minderjarige, de bijzondere curator verzocht om uiterlijk op de rolzitting van 2 oktober 2026 of zoveel eerder als mogelijk het verslag van bevinden aan de rechtbank, de voorlopige voogd en (de advocaat van) de minderjarige uit te brengen en de kosten van de bijzondere curator voorlopig begroot.

1.2.

Op 1 september 2026 heeft de rechtbank een brief met als bijlage een factuur en het verzoekschrift benoeming wettelijk vereffenaar ontvangen van de bijzondere curator.

1.3.

Ten slotte is bepaald dat deze beschikking wordt gegeven.

2 De (verdere) beoordeling

2.1.

De rechtbank moet de definitieve kosten van de bijzondere curator vaststellen. Bij beschikking van 2 juli 2026 heeft de rechtbank het voorschot op haar kosten bepaald op € 3.690,-, inclusief 21% btw, en dit bedrag ten laste van ’s Rijks kas gebracht.

2.2.

De bijzondere curator heeft de rechtbank geïnformeerd over de door haar verrichte werkzaamheden. Zij heeft in de afgelopen periode veelvuldig overleg gevoerd met de betrokkenen om de nalatenschappen van de ouders van [naam minderjarige] en de daarmee samenhangende contractuele verplichtingen in kaart te brengen. Ook heeft zij de (voorlopige) voogd over de vermogensrechtelijke positie van [naam minderjarige] geadviseerd. Op 22 juli 2026 heeft zij een verzoekschrift ingediend tot benoeming van een professioneel vereffenaar in beide nalatenschappen. Dit verzoek is bij beschikking van 28 juli 2026 toegewezen. De woning van de ouders is inmiddels overgedragen en de vereffenaar heeft de afwikkeling van de nalatenschappen ter hand genomen.

2.3.

De bijzondere curator heeft toegelicht dat de kosten van haar werkzaamheden het begrote voorschot hebben overschreden. Vanwege de spoedeisendheid van de werkzaamheden en de vakantieperiode heeft zij hierover vooraf geen afstemming met de rechtbank kunnen zoeken.

2.4.

Bij de beoordeling van de definitieve kosten betrekt de rechtbank de aard en omvang van de verrichte werkzaamheden en de opdracht waarvoor de bijzondere curator is benoemd. De bijzondere curator is benoemd om de vermogensrechtelijke belangen van [naam minderjarige] in en buiten rechte te behartigen, de voorlopige voogd daarover te adviseren en de rechtbank te informeren. Daarbij diende zij zelfstandig te beoordelen of benoeming van een vereffenaar noodzakelijk of wenselijk was om de belangen van [naam minderjarige] veilig te stellen en, zo nodig, een verzoek daartoe te initiëren.

2.5.

De rechtbank vindt dat de bijzondere curator met haar werkzaamheden uitvoering heeft gegeven aan deze opdracht. De aard en de omvang van de werkzaamheden moeten worden bezien tegen de achtergrond van de complexe en spoedeisende situatie waarin de nalatenschappen zich bevonden. De rechtbank acht het daarom begrijpelijk dat de kosten hoger zijn uitgevallen dan het aanvankelijk begrote voorschot. De rechtbank ziet in de toelichting van de bijzondere curator en de resultaten van haar werkzaamheden geen aanleiding om de opgegeven definitieve kosten te matigen.

2.6.

De rechtbank vindt dat de kosten voorlopig ten laste van ’s Rijks kas kunnen worden gebracht om vervolgens als vereffeningskosten ten laste van de nalatenschappen te komen. De werkzaamheden van de bijzondere curator waren niet uitsluitend gericht op de behartiging van de belangen van [naam minderjarige] in algemene zin, maar waren rechtstreeks gericht op het veiligstellen van diens vermogensrechtelijke positie en het mogelijk maken van een behoorlijke afwikkeling van de nalatenschappen. De werkzaamheden waren daarmee objectief noodzakelijk ter voorbereiding van de vereffening en ter voorkoming van financieel nadeel voor de boedel.

2.7.

De rechtbank betrekt hierbij dat de bijzondere curator het initiatief heeft genomen tot benoeming van een professionele vereffenaar en dat de nalatenschappen inmiddels onder diens leiding worden afgewikkeld. De kosten van de bijzondere curator houden daarmee voldoende rechtstreeks verband met de vereffening om te worden aangemerkt als vereffeningskosten in de zin van artikel 4:7 lid 1, onder c, BW.

2.8.

De rechtbank stelt de definitieve kosten van de bijzondere curator vast op € 7.057,71, inclusief 21% btw. Dit bedrag komt ten laste van ’s Rijks kas. De rechtbank bepaalt dat de vereffenaar, [naam vereffenaar] , verbonden aan Notariaat [naam notariaat] , dit bedrag als vereffeningskosten aan ’s Rijks kas moet vergoeden.

2.9.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

stelt de definitieve kosten van de bijzondere curator vast op een bedrag van € 7.057,71, inclusief 21% BTW en bepaalt dat de kosten van de bijzondere curator ten laste komen van 's-Rijks kas;

3.2.

bepaalt dat de vereffenaar, [naam vereffenaar] , deze kosten als vereffeningskosten, zal vergoeden aan 's -Rijks kas.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2026 door mr. B.R. Tromp, (kinder)rechter, in aanwezigheid van de griffier.

Als u het niet eens met de beslissingen die de rechter heeft genomen, kunt u in hoger beroep. Maar let op! Hoger beroep kunt u niet zelf instellen. U moet daarvoor naar een advocaat. Een advocaat kan voor u hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Belangrijk is dat u snel naar een advocaat gaat. Hoger beroep moet bijna altijd binnen drie maanden na de dag van de uitspraak worden ingesteld.