Materieel strafrecht
Verdachte heeft zich gedurende een aantal maanden op verschillende momenten schuldig gemaakt aan het…
Rechtbank Noord-Nederland, 2 juni 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:2128 · Rechtbank Noord-Nederland · 2 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/materieel-strafrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2026-2128
Zaakgegevens
Op 2 juni 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Assen
- Datum uitspraak
- 2 juni 2026
- Datum publicatie
- 2 juni 2026
- Zaaknummer
- 18-336778-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:2128
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte heeft zich gedurende een aantal maanden op verschillende momenten schuldig gemaakt aan het heimelijk filmen van jonge vrouwen in kleedhokjes van een zwembad en een vakantiepark. Verdachte heeft daarnaast zijn toenmalige partner heimelijk gefilmd door een camera te verstoppen in de gezamenlijke slaapkamer. De rechtbank acht een taakstraf voor de duur van 150 uur passend en geboden. De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen worden toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18-336778-24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 2 juni 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 19 mei 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. N. Hannaart, advocaat te Almere. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. drs. J. Hoekman.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks de periode 26 oktober 2023 tot en met 11 juli 2024 te Meppel en/of [plaats] , althans in Nederland, gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een Samsung S23, althans een telefoon en/of gegevensdrager met camerafunctie, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt (meermaals) opzettelijk en wederrechtelijk van meerdere (vrouwelijke) bezoekers aldaar, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of een of meerdere andere vrouwen, aanwezig in een niet voor publiek toegankelijke plaats, te weten een kleedkamer/badhokje van een zwembad en/of een doucheruimte van een vakantiepark 38 fotos en/of 8 videos, althans een of meer afbeelding(en) heeft vervaardigd;
2
hij op of omstreeks de periode 26 augustus 2022 tot en met 26 augustus 2023 te [plaats] , althans in Nederland, gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een (foto)camera en/of gegevensdrager met camerafunctie, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt (meermaals) opzettelijk en wederrechtelijk van [slachtoffer 3] aanwezig in een niet voor publiek toegankelijke plaats, te weten in haar slaapkamer, 8 fotos en/of videos, althans een of meer afbeelding(en) heeft vervaardigd.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde bepleit dat de pleegperiode van kortere duur is. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij zich kan herinneren dat het heimelijk filmen in de meivakantie van 2024 heeft plaatsgevonden. Dit is het eerste moment waarvan kan worden vastgesteld dat het heimelijk filmen is begonnen. De raadsman heeft zich voor het overige deel van de tenlastelegging gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
-
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 19 mei 2026;
-
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 augustus 2024, opgenomen op pagina 44 van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2024257375 d.d. 14
oktober 2024, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] ;
3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 augustus 2024, opgenomen op pagina 71 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant] .
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het onder 1 en 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1
Hij in de periode 1 mei 2024 tot en met 11 juli 2024 te Meppel en [plaats] , gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een Samsung S23, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt meermaals opzettelijk en wederrechtelijk van meerdere (vrouwelijke) bezoekers, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en andere vrouwen, aanwezig in een niet voor publiek toegankelijke plaats, te weten een kleedkamer/badhokje van een zwembad en een doucheruimte van een vakantiepark 38 fotos en 8 videos, heeft vervaardigd;
2
Hij in de periode 26 augustus 2022 tot en met 26 augustus 2023 te [plaats] , gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een (foto)camera, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt meermaals opzettelijk en wederrechtelijk van [slachtoffer 3] , aanwezig in een niet voor publiek toegankelijke plaats, te weten in haar slaapkamer, 8 fotos en/of videos heeft vervaardigd.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
-
gebruik maken van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig op een niet voor het publiek toegankelijke plaats, een afbeelding vervaardigen, meermalen gepleegd;
-
gebruik maken van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning, een afbeelding vervaardigen, meermalen gepleegd.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van drie jaren.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit bij de strafoplegging rekening te houden met de gevolgen die het tenlastegelegde voor verdachte heeft gehad. Verdachte is het contact met familieleden verloren en is gescheiden. De raadsman acht daarom een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 80 uur passend.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, de rapportage van de reclassering van 16 april 2025, het uittreksel uit de justitiële documentatie van 17 april 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging. De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich gedurende een aantal maanden op verschillende momenten schuldig gemaakt aan het heimelijk filmen van jonge vrouwen in kleedhokjes van een zwembad en een vakantiepark. Hij ging daarbij doelgericht te werk door op zoek te gaan naar bezette kleedhokjes. Vervolgens nam hij plaats in naastgelegen kleedhokjes en heeft hij zowel onder als boven de kleedhokjes gefilmd en gefotografeerd. Op deze manier heeft hij jonge vrouwen en zelfs een minderjarig meisje naakt vastgelegd. Ook is er beeldmateriaal gemaakt waarop is te zien dat vrouwen seksuele handelingen bij zichzelf verrichten.
Verdachte heeft daarnaast zijn toenmalige partner heimelijk gefilmd door een camera te verstoppen in de gezamenlijke slaapkamer. De beelden heeft hij opgeslagen en keek hij later terug.
Door zijn handelen heeft verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de privacy van verschillende vrouwen. Een afgesloten kleedhokje moet een plek zijn waar mensen zich bij uitstek veilig en onbespied moeten kunnen voelen. Slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] zijn door de politie op de hoogte gebracht dat beelden van hen in kleedhokjes op de gegevensdrager van verdachte zijn aangetroffen. Zij beschrijven beiden in hun vorderingen tot schadevergoeding dat zij erg zijn geschrokken, slapeloze nachten hebben gehad en dat er flinke angst bestond dat de beelden verspreid zouden worden. De rechtbank kan deze angst zeer goed begrijpen en rekent dat verdachte aan.
Persoon van verdachte
Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 17 april 2026 blijkt dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest. De reclassering heeft in haar rapport van 16 april 2025 het
volgende vermeld. Verdachte ervaart sinds twintig jaar een sterke drang om intimiteiten van anderen te weten. Wegens toegenomen stress en spanning als gevolg van een instabiel huwelijk, lukte het verdachte niet langer om deze drang tegen te houden. Verdachte heeft vanuit angst en schaamte nooit eerder hulpverlening ingeschakeld. Na zijn aanhouding heeft verdachte zich via de huisarts laten verwijzen naar Transfore waar hij een behandeling onderging. Het risico op herhaling wordt ingeschat als laag vanwege de lijdensdruk die verdachte ervaart en omdat hij voornemens is om de ambulante behandeling voort te zetten.
Ter terechtzitting heeft verdachte aangegeven dat hij veel baat heeft gehad bij de nog lopende behandeling van Transfore en dat hij geen drang meer voelt om heimelijk te filmen.
De straf
Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf voor de duur van 150 uur, te vervangen door 75 dagen hechtenis, passend en geboden. De rechtbank ziet geen aanleiding om een voorwaardelijk strafdeel aan verdachte op te leggen, omdat de kans op herhaling door de reclassering als laag wordt ingeschat.
Daarnaast heeft verdachte ter zitting duidelijk gemaakt dat de ondergane behandeling hem handvatten heeft gegeven hoe om te gaan met stressvolle periodes in zijn leven. Ook heeft hij op de zitting spijt betuigd en verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen.
Benadeelde partij
De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
-
[slachtoffer 1] , tot een bedrag van 250,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
-
[slachtoffer 2] , tot een bedrag van 1.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide vorderingen geheel kunnen worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
Verdachte heeft aangegeven de schade te willen betalen, zodat de verdediging zich ten aanzien van de vorderingen heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van benadeelde partij [slachtoffer 1]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 11 juli 2024.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Ten aanzien van benadeelde partij [slachtoffer 2]
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 11 juli 2024.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 57 en 139f van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een taakstraf voor de duur van 150 uren.
Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 75 dagen zal worden toegepast.
Ten aanzien van benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1)
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 1] te betalen:
-
het bedrag van 250,00 (zegge: tweehonderdvijftig euro);
-
de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 juli 2024 tot de dag van algehele voldoening;
-
de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat te betalen een bedrag van 250,00 (zegge: tweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 juli 2024 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Ten aanzien van benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 1)
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte om aan [slachtoffer 2] te betalen:
-
het bedrag van 1.000,00 (zegge: duizend euro);
-
de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 juli 2024 tot de dag van algehele voldoening;
-
de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat te betalen een bedrag van 1.000,00 (zegge: duizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 juli 2024 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 10 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Brouwer, voorzitter, mr. J. Faber en mr. H. de Ruijter, rechters, bijgestaan door mr. N.J. Aarts, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 juni 2026.
Mr. H. Brouwer en mr. H. de Ruijter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.