Materieel strafrecht
Vrijspraak betrokkenheid bij misbruik dochter, ten laste gelegd als (passieve) medeplichtigheid aan het…
Rechtbank Noord-Nederland, 4 augustus 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3176 · Rechtbank Noord-Nederland · 4 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/materieel-strafrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2026-3176
Zaakgegevens
Op 4 augustus 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 4 augustus 2026
- Datum publicatie
- 3 augustus 2026
- Zaaknummer
- 18.044681.26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:3176
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vrijspraak betrokkenheid bij misbruik dochter, ten laste gelegd als (passieve) medeplichtigheid aan het misbruik met haar voormalig partner (medeverdachte). Daarnaast ook vrijspraak medeplichtigheid seksueel corrumperen door medeverdachte. Ontbreken dubbele opzet/vrijspraak gronddelict.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18.044681.26
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 4 augustus 2026 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 juli 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. G. Meijer, advocaat te Veendam. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S. Broekstra.
1 Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1. [medeverdachte] in of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2024 te
[plaatsnaam] , in elk geval Nederland met (zijn stiefdochters) [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2014 en/of [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2017 die toen de leeftijd van
twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , te weten
-
het brengen en/of bewegen en/of houden van die [medeverdachte] zijn, vingers in de vagina, in elk geval tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
-
het betasten van de vagina van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
-
het brengen en/of houden en/of bewegen van de handen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] naar zijn, verdachtes, penis bij en/of tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in/ of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2024 te [plaatsnaam] , in elk geval Nederland
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijke gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door, terwijl zij wist dat die [medeverdachte] eerder (mogelijk) ontuchtige handelingen heeft gepleegd en/of nadat zij door een of meer personen op de hoogte is gesteld
-
toe te laten dat die [medeverdachte] ontuchtige handelingen bij [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] verrichtte en/of
-
niet in te grijpen en/of op geen enkele wijze hulp te zoeken en/of hulp in te roepen
om te voorkomen en/of te stoppen dat die [medeverdachte] ontuchtige handelingen bij [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] verrichtte en/of
- die [medeverdachte] alleen met die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in een ruimte te laten verblijven;
2. [ [medeverdachte] in of omstreeks in de periode van 1 juli 2024 tot en met 17 januari 2026
te [plaatsnaam] , in elk geval in Nederland met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten (zijn stiefdochters) [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2014 en/of [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2017 een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
-
het brengen en/of bewegen en/of houden van, [medeverdachte] zijn, vingers in de vagina, in elk geval tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
-
het betasten van de vagina van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
-
het brengen en/of houden en/of bewegen van de handen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] naar [medeverdachte] zijn, penis bij en/of tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in/ of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2024 te [plaatsnaam] , in elk geval Nederland
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijke gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door terwijl zij wist dat die [medeverdachte] eerder (mogelijk) ontuchtige handelingen heeft gepleegd en/of nadat zij door een of meer personen op de hoogte is gesteld
-
toe te laten dat die [medeverdachte] ontuchtige handelingen bij [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] verrichtte en/of
-
niet in te grijpen en/of op geen enkele wijze hulp te zoeken en/of hulp in te roepen om te voorkomen en/of te stoppen dat die [medeverdachte] ontuchtige handelingen bij [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] verrichtte en/of
-
die [medeverdachte] alleen met die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in een ruimte te laten verblijven;
3. [ [medeverdachte] in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 17 januari 2026 te
[plaatsnaam] , in elk geval in Nederland een kind beneden de leeftijd van zestien jaren , te weten (zijn stiefdochters) [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2014 en/of [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2017 getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door
-
in het zicht en/of bijzijn van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te masturberen en/of
-
het zuigen aan de tepel van zijn vrouw in het bijzijn van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
-
in het bijzin van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] porno te kijken en/of
-
een of meer dildo's te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
-
met een ontbloot onderlichaam door de woning te bewegen
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in/ of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2024 te Leek gemeente Westerkwartier, in elk geval Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijke gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door terwijl zij wist dat die [medeverdachte] eerder (mogelijk) ontuchtige handelingen heeft gepleegd en/of nadat zij door een of meer personen op de hoogte is gesteld
-
toe te laten dat die [medeverdachte] ontuchtige handelingen bij [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] verrichtte en/of
-
niet in te grijpen en/of op geen enkele wijze hulp te zoeken en/of hulp in te roepen om te voorkomen en/of te stoppen dat die [medeverdachte] ontuchtige handelingen bij [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] verrichtte en/of
-
die [medeverdachte] alleen met die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in een ruimte te laten verblijven;
4. [ [medeverdachte] in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 17 januari 2026 te [plaatsnaam] , in elk geval in Nederland een kind beneden de leeftijd van zestien jaren , te weten (zijn stiefdochters) [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 2014 en/of [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 2017 getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door
4. [ in het zicht en/of bijzijn van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te masturberen en/of
4. [ het zuigen aan de tepel van zijn vrouw in het bijzijn van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
4. [ in het bijzin van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] porno te kijken en/of
4. [ een of meer dildo's te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
4. [ met een ontbloot onderlichaam door de woning te bewegen
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, in/ of omstreeks de periode van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2024 te [plaatsnaam] , in elk geval Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijke gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door terwijl zij wist dat die [medeverdachte] eerder (mogelijk) ontuchtige handelingen heeft gepleegd en/of nadat zij door een of meer personen op de hoogte is gesteld
-
toe te laten dat die [medeverdachte] ontuchtige handelingen bij [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] verrichtte en/of
-
niet in te grijpen en/of op geen enkele wijze hulp te zoeken en/of hulp in te roepen om te voorkomen en/of te stoppen dat die [medeverdachte] ontuchtige handelingen bij [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] verrichtte en/of
-
die [medeverdachte] alleen met die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in een ruimte te laten verblijven.
2 Verbeterde lezing tenlastelegging
De rechtbank stelt allereerst vast dat de tenlastelegging op onderdelen gebreken bevat. De opgenomen pleegperiodes van de variant medeplichtigheid bij het gronddelict sluiten niet aan bij de periodes waarin de door medeverdachte gepleegde gronddelicten zouden hebben plaatsgevonden. Als gevolg daarvan sluiten
de tenlasteleggingen niet steeds aan bij de strafbaarstellingen die golden in de betreffende periodes.
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of deze gebreken kunnen worden aangemerkt als kennelijke verschrijvingen en de tenlastelegging verbeterd kan worden gelezen. Het ligt op de weg van de rechter om in de tenlastelegging voorkomende misslagen te verbeteren, indien de verdachte daardoor niet in haar verdediging wordt geschaad. Een dergelijke verbetering is geen wijziging van de tenlastelegging in de zin van artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering (Sv), maar een vaststelling van de juiste inhoud van de tenlastelegging.
Van het openbaar ministerie mag worden verwacht dat een tenlastelegging zorgvuldig en in overeenstemming met de toepasselijke strafbepalingen wordt opgesteld. De opgenomen pleegperiodes vormen een belangrijk onderdeel van de tenlastelegging, mede gelet op de toepasselijke strafbaarstelling en de informatie die de tenlastelegging aan de verdachte moet verschaffen. Hoewel de tenlastelegging op dit punt onjuistheden bevat, is de rechtbank van oordeel dat deze haar informatiefunctie toch heeft vervuld. Uit het onderzoek ter terechtzitting volgt dat verdachte wist tegen welke verdenkingen zij zich moest verdedigen. Verdachte en haar raadsman hebben zich inhoudelijk uitgelaten over de aan haar verweten gedragingen en haar rol daarbij. Niet is gebleken dat de onjuistheden in de tenlastelegging tot onduidelijkheid hebben geleid of verdachte in haar verdediging hebben geschaad.
De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat sprake is van kennelijke verschrijvingen en zal de tenlastelegging verbeterd lezen.
3 Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor feiten 2 en 4. Zij acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid bij het door medeverdachte gepleegde seksueel misbruik van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] . Zij heeft aangevoerd dat verdachte, nadat zij door haar zoon was geconfronteerd met het door hem waargenomen misbruik en de verklaringen van haar dochters, geen passende maatregelen heeft genomen om de situatie te beëindigen. Hierdoor kon het seksueel misbruik ook na 27 mei 2025 voortduren.
Ten aanzien van feit 3 heeft de officier van justitie ontslag van alle rechtsvervolging gevorderd. Zij heeft daartoe aangevoerd dat het bestanddeel met ontuchtig oogmerk niet in de tenlastelegging is opgenomen, waardoor het ten laste gelegde feit niet kan worden gekwalificeerd als een strafbaar feit.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte van alle ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat het handelen van verdachte, ook als dit moreel verwijtbaar zou zijn, niet zonder meer strafrechtelijk verwijtbaar is. Volgens de raadsman kan het voor medeplichtigheid vereiste dubbele opzet niet worden bewezen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht feiten 1, 2, 3 en 4 niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
Ten aanzien van feiten 1 en 3
Voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid is vereist dat sprake is van een door een ander gepleegd strafbaar feit (het gronddelict) en dat de verdachte bij en of tot het plegen van dat misdrijf opzettelijk behulpzaam is geweest dan wel opzettelijk gelegenheid, middelen of
inlichtingen heeft verschaft. Medeplichtigheid is daarmee afhankelijk van het bestaan van een bewezen gronddelict.
De rechtbank heeft de medeverdachte vrijgesproken van de feiten waarop de onderhavige medeplichtigheid ziet. Daarmee ontbreekt het voor bewezenverklaring vereiste gronddelict. Reeds daarom kan de aan verdachte ten laste gelegde medeplichtigheid niet wettig en overtuigend worden bewezen. Verdachte zal worden vrijgesproken van de feiten 1 en 3.
Ten aanzien van feiten 2 en 4 Feiten en omstandigheden
Uit de bewijsmiddelen in het dossier volgt dat medeverdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 2 ten laste gelegde ontuchtige handelingen met zijn stiefdochters, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van hun lichaam. Daarnaast volgt uit de bewijsmiddelen dat medeverdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 4 ten laste gelegde seksueel corrumperen van zijn stiefdochters. Aan verdachte wordt kort gezegd - verweten dat zij onvoldoende in het werk heeft gesteld om aan deze situatie een einde te maken, terwijl zij daarvan op de hoogte was geraakt.
De rechtbank stelt in dat verband vast dat verdachte op 27 mei 2025 door haar zoon [naam 1] is geconfronteerd met concrete aanwijzingen van seksueel misbruik door medeverdachte. [naam 1] heeft verklaard dat hij die dag de woning binnenkwam en zag dat medeverdachte op de bank in de woonkamer met zijn handen bij en in de vagina van [slachtoffer 2] zat. Vervolgens heeft [naam 1] via Snapchat contact opgenomen met zijn andere zusje [slachtoffer 1] . Zij heeft hem verteld dat medeverdachte met zijn hand bij hun vagina ging en dat dit meerdere keren per week gebeurde. [naam 1] heeft verklaard dat hij diezelfde avond, op advies van de Kindertelefoon, met verdachte heeft gesproken over hetgeen hij bij [slachtoffer 2] had waargenomen en van [slachtoffer 1] had gehoord. Uit het berichtenverkeer in het dossier blijkt daarnaast dat [naam 1] diezelfde avond de berichten tussen hem en [slachtoffer 1] aan verdachte heeft doorgestuurd.
Dubbele opzet
De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid bij en/of tot een misdrijf is vereist dat het opzet van verdachte was gericht op haar eigen bijdrage aan het misdrijf, zoals bedoeld in artikel 48, aanhef en onder 1 en 2, Wetboek van Strafrecht (Sr).
Daarnaast moet haar opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, zijn gericht op het door de dader gepleegde misdrijf (het gronddelict). Dit wordt ook wel het vereiste van dubbel opzet genoemd. Bij de beoordeling van de medeplichtigheid wordt uitgegaan van de door de dader verrichte handelingen, ook als het opzet van de medeplichtige slechts op een deel daarvan was gericht.
Het handelen van verdachte
De rechtbank overweegt dat verdachte op 27 mei 2025 werd geconfronteerd met een ernstige beschuldiging van seksueel misbruik aan het adres van haar partner. Van verdachte mocht, gelet op haar verantwoordelijkheid en zorgplicht als moeder, worden verwacht dat zij deze beschuldiging zeer serieus zou nemen en passende maatregelen zou treffen om de veiligheid van haar dochters te waarborgen. De rechtbank stelt vast dat verdachte daarin grote steken heeft laten vallen. Zij heeft niet direct de politie of Veilig Thuis ingeschakeld en heeft het contact tussen medeverdachte en haar dochters niet onmiddellijk beëindigd. Zij heeft zich in belangrijke mate laten leiden door haar overtuiging dat medeverdachte niet tot dergelijk gedrag in staat zou zijn. Met de kennis van nu kan worden vastgesteld dat verdachte daarmee onvoldoende heeft gedaan om haar dochters te beschermen op het moment dat zij haar het hardst nodig hadden.
Haar handelen is in dat opzicht ernstig tekortgeschoten.
Daar staat tegenover dat, anders dan de officier van justitie heeft betoogd, uit het dossier niet volgt dat verdachte na de melding van [naam 1] niets heeft gedaan. Zij heeft diezelfde avond [slachtoffer 2] gevraagd of er iets tussen haar en medeverdachte was gebeurd en [slachtoffer 2] heeft dit ontkend. Op een later moment heeft verdachte dit ook aan [slachtoffer 1] gevraagd en ook zij heeft aangegeven dat er niets was gebeurd, zoals blijkt uit het berichtenverkeer dat deel uitmaakt van het dossier. Vervolgens heeft verdachte medeverdachte met de beschuldigingen geconfronteerd. Medeverdachte heeft deze beschuldigingen telkens stellig ontkend, zoals hij dat ook ter terechtzitting heeft gedaan. Verdachte heeft daarna opnieuw met [naam 1] gesproken over hetgeen hij had waargenomen. Uit het dossier blijkt tevens dat [naam 1] naar aanleiding van deze confrontatie vervolgens heeft uitgesproken dat hij aan zijn eigen waarneming is gaan twijfelen. Verdachte heeft tot slot verklaard dat zij haar dochters nauwlettend in de gaten heeft gehouden en heeft gelet op eventuele veranderingen in hun gedrag. Pas nadat zij zelf als verdachte door de politie was gehoord en werd geconfronteerd met de bevindingen uit het onderzoek, is bij verdachte naar eigen zeggen het kwartje gevallen. Zij heeft vervolgens de relatie met medeverdachte beëindigd, echtscheiding aangevraagd en de gezamenlijke woning verlaten.
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of het hiervoor beschreven handelen, en nalaten daarvan, voldoende is om te kunnen concluderen dat verdachte opzettelijk gelegenheid heeft geboden voor het voortduren van de door medeverdachte gepleegde strafbare feiten en dat haar opzet mede daarop was gericht. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend.
Hoewel verdachte duidelijke signalen heeft ontvangen die zij achteraf bezien onvoldoende serieus heeft genomen, kan daaruit niet zonder meer worden afgeleid dat zij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat medeverdachte haar dochters seksueel zou blijven misbruiken. De rechtbank acht daarbij van belang dat verdachte de verklaringen van haar dochters en de beschuldiging van haar zoon niet zonder meer naast zich heeft neergelegd, maar dat zij de situatie op haar eigen wijze heeft onderzocht en heeft geprobeerd duidelijkheid te verkrijgen. Dat zij daarbij verkeerde keuzes heeft gemaakt en onvoldoende doortastend heeft gehandeld, maakt haar handelen nalatig en moreel ernstig verwijtbaar, maar is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om het voor medeplichtigheid vereiste (dubbele) opzet aan te nemen. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van zowel de onder 2 als de onder 4 ten laste gelegde medeplichtigheid.
4 Benadeelde partij
De volgende personen hebben zich ten aanzien van feit 2 als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding.
-
[naam 2] heeft als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige benadeelde partij [slachtoffer 2] en bijgestaan door mr. R.J. van der Vijver, advocaat te Groningen, een vordering tot schadevergoeding van 18.750,00 ingediend ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
-
[naam 2] heeft als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige benadeelde partij [slachtoffer 1] en bijgestaan door mr. R.J. van der Vijver, advocaat te Groningen, een vordering tot schadevergoeding van 18.750,00 ingediend ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van beide benadeelde partijen geheel kunnen worden toegewezen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vordering, nu hij vrijspraak heeft bepleit
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het feit niet bewezen waaruit de schade zou zijn ontstaan. De benadeelde partijen zullen daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1, 2, 3 en 4 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Benadeelde partij [slachtoffer 2]
Ten aanzien van parketnummer 18.044463.26, feit 2:
Verklaart de vordering van [slachtoffer 2] (wettelijk vertegenwoordiger: [naam 2] ) niet-ontvankelijk. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Bepaalt dat [slachtoffer 2] haar eigen proceskosten draagt.
Benadeelde partij [slachtoffer 1]
Ten aanzien van parketnummer 18.044463.26, feit 2:
Verklaart de vordering van [slachtoffer 1] (wettelijk vertegenwoordiger: [naam 2] ) niet-ontvankelijk. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Bepaalt dat [slachtoffer 1] haar eigen proceskosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. mr. C. Brouwer, voorzitter, mr. L.W. Janssen en mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door mr. M. Raven, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 augustus 2026.