Materieel strafrecht
Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het bezit van en de handel in harddrugs…
Rechtbank Noord-Nederland, 18 augustus 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:3506 · Rechtbank Noord-Nederland · 18 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-noord-nederland/strafrecht/materieel-strafrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbnne-2026-3506
Zaakgegevens
Op 18 augustus 2026 heeft de Rechtbank Noord-Nederland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Noord-NederlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Assen
- Datum uitspraak
- 18 augustus 2026
- Datum publicatie
- 19 augustus 2026
- Zaaknummer
- 18/325659-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBNNE:2026:3506
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het bezit van en de handel in harddrugs en softdrugs. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 224 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en aftrek van het voorarrest. Daarnaast acht de rechtbank oplegging van een taakstraf voor de duur van 240 uren, passend en geboden
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18/325659-23
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken
d.d. 18 augustus 2026 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] , wonende te [adres ] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 14 juli 2026.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M. Kuipers, advocaat te Arnhem. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L. Potijk.
Het onderzoek ter terechtzitting is gesloten op 18 augustus 2026.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
zij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 mei 2023 tot en met 17 juli 2024 te Musselkanaal, gemeente Stadskanaal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en)/eenhe(i)d(en) 3MMC en/of speed en/of xtc-pillen (bevattende MDMA), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3MMC en/of speed en/of MDMA zijnde (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
zij, op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 mei 2023 tot en met 17 juli 2024 te Musselkanaal, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) hennep en/of (een) hoeveelhe(i)d(en) van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hennep en/of hasjiesj (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
zij, op of omstreeks 17 juli 2024 te Musselkanaal, gemeente Stadskanaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 17,22 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4.
zij, op of omstreeks 27 november 2023 te Musselkanaal, gemeente Stadskanaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 5,25 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
5.
zij, op of omstreeks 27 november 2023 te Musselkanaal, gemeente Stadskanaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 60 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde met uitzondering van het telen, bereiden, bewerken, verwerken en vervoeren en het onder 3 ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard, gelet op de bekennende verklaring van verdachte.
De raadsman heeft ten aanzien van de feiten 4 en 5 er op gewezen dat verdachte stellig is in wat zij bekent. Aangezien verdachte deze feiten heeft ontkend, heeft de raadsman betoogd dat verdachte ten aanzien van deze feiten het voordeel van de twijfel dient te krijgen en zo begrijpt de rechtbank vrijgesproken dient te worden.
Oordeel van de rechtbank
Veroordeling feit 1
De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
-
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 juli 2026;
-
een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 augustus 2024 (inclusief bijlage), opgenomen op pagina 118 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023316691 d.d. 26 augustus 2024, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant ] .
Veroordeling feit 2
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
1. ?De door verdachte ter terechtzitting van 14 juli 2026 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
In de periode van 30 mei 2023 tot en met 17 juli 2024 handelde ik in drugs. Ik deed dit vanuit mijn woning.
2. ? ?Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 18 juli 2024, opgenomen op pagina 352 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer met nummer PL0100-2023316691 d.d. 26 augustus 2024, inhoudend als verklaring van [verdachte] :
A: Ja tuurlijk verkoop ik wel eens. Puur als ik wat verkoop is dat een grammetje hennep.
3. ? ?Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 23 juli 2024, opgenomen op pagina 283 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 1] :
Ik kocht sinds een maand of 7 Hash van [verdachte] . Als ik Hash nodig had belde of appte ik [verdachte] en dan kon ik het ophalen. Ik haalde het regelmatig aan de achterzijde van haar woning aan de [adres ] . Soms legt [verdachte] de Hash ook klaar in haar brievenbus aan de voorkant van haar woning. Ik weet dat het Hash is dat ik van haar koop omdat ik ook wel eens Hash koop bij de coffeeshop.
4. ? ?Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 augustus 2024 (inclusief bijlage), opgenomen op pagina 118 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant ] :
Afdeling Digitale Opsporing heeft de inhoud van de rode Iphone XR, eigendom van verdachte [verdachte] , veilig gesteld. Verbalisant deed vervolgens onderzoek naar de
inhoud van deze telefoon. Verbalisant ziet dat er met verschillende personen gesproken wordt over het verkopen van verdovende middelen. Deze personen sturen [verdachte] een whatsapp met de vraag of zij nog verdovende middelen te koop heeft. Er wordt gesproken over verschillende soorten drugs zoals XTC pillen, hasj en speed.
In de notities kwam verbalisant verschillende notities tegen met betrekking tot verdovende middelen en de handel hiervan.
Notitie 1: 3-11-2023
Hasj 10 (euroteken)
Notitie 2: 23-9-2023
Hasj 5 (euroteken)
Notitie 3: 15-9-2023 hasj wiet 15 (euroteken)
Communicatie tussen gebruikers
|
Van |
Datum |
Inhoud |
|
[naam] |
17-07-2024 |
Hey schat heb jij hasj liggen |
Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.
De rechtbank leidt uit de bewijsmiddelen af dat verdachte in de periode van 30 mei 2023 tot en met 17 juli 2024 heeft gehandeld in hasj (hasjiesj) en hennep. De rechtbank baseert dit op de eigen verklaring van verdachte dat zij handelde in hennep. Hoewel verdachte heeft ontkend dat zij in voornoemde periode ook gehandeld heeft in hasj, heeft getuige [getuige 1] verklaard dat hij al langere tijd hash (de rechtbank begrijpt: hasj) kocht bij verdachte. Daarnaast blijkt uit onderzoek naar de telefoon van verdachte dat daarin verschillende notities zijn aangetroffen met betrekking tot verdovende middelen en de handel hierin, waaronder prijslijsten met betrekking tot hasj. Tot slot volgt uit een chatgesprek tussen verdachte en [naam] dat [naam] op 17 juli 2024 nog aan verdachte heeft gevraagd of zij nog hasj had liggen. De verklaring van verdachte dat zij niet in hasj zou hebben gehandeld, acht de rechtbank op grond van het voorgaande dan ook ongeloofwaardig.
Conclusie
De rechtbank acht op grond van het bovenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode van 30 mei 2023 tot en met 17 juli 2024 schuldig heeft gemaakt aan het verkopen, afleveren en
verstrekken van hennep en hasjiesj.
Veroordeling feit 3
De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze opgave luidt als volgt:
-
de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 juli 2026;
-
een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, opgenomen op pagina 553
e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023316691 d.d. 26 augustus 20241;
3. een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, opgenomen op pagina 563
e.v. van voornoemd dossier;
4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 12 augustus 2024, opgenomen op pagina 299 e.v. van voornoemd dossier;
5. een schriftelijk bescheid, te weten een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.08.02.094 (aanvraag 003), d.d. 2 augustus 2024, opgemaakt door ing. C.M.M. Diever - Heezen op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, opgenomen op pagina 311 van voornoemd dossier;
6. een schriftelijk bescheid, te weten een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.08.02.094 (aanvraag 001), d.d. 2 augustus 2024, opgemaakt door ing. C.M.M. Diever - Heezen op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, opgenomen op pagina 313 van voornoemd dossier.
Partiële vrijspraak medeplegen
Uit de bewijsmiddelen kan niet worden opgemaakt dat verdachte de onder feit 3 genoemde verdovende middelen samen met een ander aanwezig heeft gehad, zodat verdachte voor dat gedeelte partieel zal worden vrijgesproken.
Veroordeling feiten 4 en 5
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
Ieder bewijsmiddel is - ook in onderdelen - slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
1. ?Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 29 november 2023, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023316691 d.d. 26 augustus 2024, inhoudend als verklaring van
[getuige 2] :
Eerder die week zag ik op de camera dat [verdachte] naar het weiland liep, richting de bosjes. Ik zag op de camera dat ze met een zak heen liep en zonder zak terug liep.
Mijn man heeft hierop die zak gepakt en heeft die mee naar binnen genomen. Vervolgens heeft mijn man in de zak gekeken, hij dacht meteen dit is niet goed. Hij heeft de zak meteen weer terug gelegd. Later zagen wij ook op de beelden dat [verdachte] de zak pakt
en vervolgens in een auto stapt. Afgelopen zondag trof ik dus de tas aan die ik bij jullie ingeleverd heb. Ik wandelde met de hond over het achterpad weer richting mijn woning. Ik zag vanaf dit pad de tas duidelijk liggen. Hierop ben ik naar de tas gelopen, ik heb de tas snel open gemaakt ik zag allemaal bakjes. Toen dacht ik dit is niet goed dus heb ik de tas mee naar huis genomen. Ik heb de politie gebeld en die vroeg aan mij om een bakje te openen,
toen zag ik dat het bakje vol zat met hennep in kleine zakjes. Mijn buurvrouw was boven bezig en zag uit het raam dat [verdachte] op de locatie aan het zoeken was alwaar ik de zak had aangetroffen. Mijn buurvrouw stuurde mij een filmpje. Op dat filmpje zag ik inderdaad dat [verdachte] druk aan het zoeken was.
2. ? ?Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 november 2023 (inclusief bijlage), opgenomen op pagina 17 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant ] :
Ik zag in de vuilniszak een plastic bakje. Ik opende het bakje, ik zag in het bakje meerdere, transparante, gripzakjes gevuld met hennep. Ik herkende de substantie aan zijn kleur, geur en
uiterlijk als zijnde hennep. Met hennep wordt bedoeld elk deel van de plant van het geslacht Cannabis waaraan de hars niet is onttrokken. Hennep staat vermeld op lijst
II behorende bij de Opiumwet. Ik telde de transparante gripzakjes, ik telde 58 zakjes. Ik zag dat deze zakjes verschilden van gewicht. Namelijk een bruto gewicht tussen de 1.7 gram en
gram. Tevens zag ik een groter gripzakje. Ik heb de hennep netto gewogen, in totaal zag ik dat het gewicht 60 gram betrof.
3. ? ?Een schriftelijk bescheid, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, opgenomen op pagina 548 e.v. van voornoemd dossier 2 :
Plaats: Stadskanaal Datum: 27 november 2023
Omstandigheden: Goederen in een vuilniszak aangetroffen die in de bosjes is achtergelaten. Volgnummer 2
Goednummer: PL0100-2023316691-1669846
4. ? ?Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 6 februari 2024, opgenomen op pagina 21 e.v. van voornoemd dossier:
Goednummer: 1669846 Splitsing volgletter: A Omschrijving: 2 gripzakjes Inhoud: Poeder / brokjes Netto gewicht: 1,84 gram Monster SIN: AARJ8198NL
Indicatief onderzoek: Indicatie voor amfetamine / methamfetamine
Splitsing volgletter: B
Omschrijving: 1 gripzakje met groene rand Inhoud: Poeder / brokjes
Netto gewicht: 1,17 gram Monster SIN: AARJ8199NL
Indicatief onderzoek: Indicatie voor amfetamine / methamfetamine
Splitsing volgletter: C Omschrijving: 1 gripzakje Inhoud: Poeder / brokjes Netto gewicht: 1,87 gram Monster SIN: AARJ8200NL
Indicatief onderzoek: Indicatie voor amfetamine / methamfetamine
Splitsing volgletter: D
Omschrijving: 1 theelepel met poeder/brokjes resten Inhoud: Poeder / brokjes
Netto gewicht: 0,37 gram Monster SIN: AARJ8201NL
Indicatief onderzoek: Indicatie voor amfetamine / methamfetamine
5. ? ?Een schriftelijk bescheid, te weten een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.02.06.001 (aanvraag 001), d.d. 6 februari 2024, opgemaakt door ing. M. Visser van Leeuwen op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, opgenomen op pagina 25 van voornoemd dossier:
Kenmerk: AARJ8198NL
Omschrijving FO: poeder en brokjes, oranje/wit, uit 1,84 gram Conclusie: bevat amfetamine
6. ? ?Een schriftelijk bescheid, te weten een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.02.06.001 (aanvraag 002), d.d. 6 februari 2024, opgemaakt door ing. M. Visser van Leeuwen op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, opgenomen op pagina 26 van voornoemd dossier:
Kenmerk: AARJ8199NL
Omschrijving FO: poeder en brokjes, wit, uit 1,17 gram Conclusie: bevat amfetamine
7. ? ?Een schriftelijk bescheid, te weten een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.02.06.001 (aanvraag 003), d.d. 6 februari 2024, opgemaakt door ing. M. Visser van Leeuwen op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, opgenomen op pagina 27 van voornoemd dossier:
Kenmerk: AARJ8200NL
Omschrijving FO: poeder en brokjes, wit, uit 1,87 gram Conclusie: bevat amfetamine
8. ? ?Een schriftelijk bescheid, te weten een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2024.02.06.001 (aanvraag 004), d.d. 6 februari 2024, opgemaakt door ing. M. Visser van Leeuwen op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, opgenomen op pagina 28 van voornoemd dossier:
Kenmerk: AARJ8201NL
Omschrijving FO: poeder en brokjes, oranje/wit, uit 0,37 gram Conclusie: bevat amfetamine
Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.
Verdachte ontkent dat zij iets te maken heeft met de aangetroffen amfetamine en hennep in een zak in de bosjes nabij haar woning omstreeks 27 november 2023. Verdachte heeft verklaard dat zij wel eens drugs verkocht en de drugs in haar tuin achterliet, maar nooit in een zak buiten het perceel. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig en overweegt hiertoe als volgt. De buurvrouw van verdachte, getuige [getuige 2] , heeft verklaard dat zij verdachte op een eerder moment met een zak richting de bosjes heeft zien lopen, waarna verdachte zonder zak terugliep. Omstreeks 27 november 2023 trof getuige [getuige 2] in de bosjes een zak aan waarin bakjes zaten. Uit onderzoek door de politie bleek dat in deze bakjes meerdere gripzakjes zaten gevuld met in totaal 60 gram hennep. Ook bevonden zich in voornoemde zak meerdere gripzakjes met amfetamine. Uit onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid bleek het te gaan om in totaal 5,25 gram amfetamine. Getuige [getuige 2] heeft ook verklaard dat zij op de dag van het aantreffen van de zak, op een filmpje van haar buurvrouw heeft gezien dat verdachte die dag aan het zoeken was op de locatie waar [getuige 2] de zak had aangetroffen. Gelet op deze bevindingen, in onderlinge samenhang bezien, kan het niet anders dan dat de aangetroffen zak zich in de machtssfeer van verdachte bevond en dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen in de zak. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte omstreeks 27 november 2023 de 5,25 gram amfetamine en 60 gram hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad.
Partiële vrijspraak medeplegen
Uit de bewijsmiddelen kan niet worden opgemaakt dat verdachte de onder feiten 4 en 5 genoemde verdovende middelen samen met een ander aanwezig heeft gehad, zodat verdachte voor dat gedeelte partieel zal worden vrijgesproken.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1.
Zij in de periode van 30 mei 2023 tot en met 17 juli 2024 te Musselkanaal, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt, een hoeveelheid 3MMC en speed en xtc-pillen (bevattende MDMA), zijnde telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
2.
zij in de periode van 30 mei 2023 tot en met 17 juli 2024 te Musselkanaal, meermalen, telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt een hoeveelheid hennep en een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen
andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hennep en hasjiesj telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
3.
Zij op 17 juli 2024 te Musselkanaal, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 17,22 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
4.
zij omstreeks 27 november 2023 te Musselkanaal, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 5,25 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
5.
zij omstreeks 27 november 2023 te Musselkanaal, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 60 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
-
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
-
opzettelijk handelen in strijd met een artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
-
opzettelijk handelen in strijd met een artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
-
opzettelijk handelen in strijd met een artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
-
opzettelijk handelen in strijd met een artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.
Strafbaarheid van verdachte
De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.
Strafmotivering
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 224 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van drie jaren. Daarnaast vordert de officier van justitie aan verdachte op te leggen een taakstraf van 180 uren.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat bij het bepalen van de hoogte van een eventueel op te leggen straf rekening dient te worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal de positieve wending die verdachte aan haar leven heeft gegeven doorbreken. Verdachte huurt een eigen woning, heeft dagbesteding en is bezig met herstel van de omgang met haar zoon. Daarnaast verzoekt de raadsman recht te doen aan de bijzondere achtergrond van deze zaak: de drugsverkoop kwam voort uit een geldschuld en uit verdachte haar eigen verslaving, niet uit een crimineel winstbejag. De raadsman acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf passend. Bij de oplegging van deze straf verzoekt de raadsman rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het reclasseringsrapport van 9 juli 2026, het uittreksel uit de justitiële documentatie van
1 juli 2026, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het bezit van en de handel in harddrugs en softdrugs. Verdachte heeft daarmee een bijdrage geleverd aan het in stand houden van het criminele drugscircuit. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van drugs schadelijke gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid en tot ernstige verslavingsproblematiek kan leiden met alle gevolgen van dien. Daarnaast ontstaat door het bezit van drugs, en de daarmee samenhangende handel daarin, schade en overlast voor de samenleving vanwege de andere vormen van criminaliteit die gepaard gaan met drugsgebruik. Verdachte heeft geen enkel oog gehad voor deze kwalijke gevolgen en is kennelijk puur gericht geweest op financieel gewin voor zichzelf. Dit alles rekent de rechtbank verdachte aan.
De persoon van verdachte
De reclassering heeft in haar rapport van 9 juli 2026 - kort samengevat - het volgende vermeld. Sinds eind augustus 2024 is sprake van reclasseringstoezicht in het kader van de schorsing van de preventieve hechtenis. Gedurende het toezicht is ingezet op stabilisatie en behandeling. Zo heeft verdachte praktische begeleiding ontvangen van het Leger des Heils en heeft zij via het Leger des Heils de kans gekregen voor een proefwonen-traject, wat heeft geresulteerd in een huurwoning op naam. Daarnaast heeft verdachte tweemaal een ambulante intakefase doorlopen gericht op verslavingsbehandeling, waarbij werd geconcludeerd dat er geen actuele hulpvraag of behandelnoodzaak was. Verdachte heeft meegewerkt aan verdiepingsdiagnostiek waaruit volgde dat zij functioneert op licht verstandelijk beperkt tot laag begaafd
niveau. Verdachte volgt twee dagdelen per week dagbesteding. De reclassering schat het recidiverisico in als laag, omdat er op meerdere leefgebieden stabiliteit is ontstaan in de afgelopen twee jaren. Het risico op letsel wordt eveneens ingeschat als laag. Er is geen sprake van agressieproblematiek of een veroordeling voor een geweldsdelict. De reclassering schat het risico op onttrekken ook in als laag, gelet op het verloop van het reclasseringstoezicht.
De reclassering adviseert om aan verdachte op te leggen een voorwaardelijke gevangenisstraf, al dan niet vergezeld door een taakstraf, met een flinke proeftijd. Dit om een stok achter de deur te genereren om verdachte te stutten wanneer zij weer meer op eigen benen komt te staan. De reclassering ziet, gelet op het lage risico op recidive en het verloop van het toezicht, geen aanleiding tot het adviseren van aanvullende interventies, al dan niet met toezicht.
Overschrijding van de redelijke termijn
De rechtbank heeft rekening gehouden met de schending van de redelijke termijn in strafzaken. Verdachte is op 17 juli 2024 in verzekering gesteld, waardoor de overschrijding van de redelijke termijn ruim één maand bedraagt.
De straf
De rechtbank heeft gekeken naar de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Deze dienen als uitgangspunt bij het bepalen van de straf. Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank in strafmatigende zin rekening met het tijdsverloop tussen de gepleegde feiten en de behandeling van de zaak ter terechtzitting. Alles afwegende komt de rechtbank niet tot de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die de duur van het voorarrest overschrijdt. De rechtbank is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf weliswaar past bij de feiten, maar niet bij de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. In dit verband heeft de rechtbank rekening gehouden met de op dit moment bestaande beschermende factoren in het leven van verdachte, die mogelijk zouden worden doorkruist indien verdachte een gevangenisstraf opgelegd zou krijgen.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen over de aard en de ernst van de feiten, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 224 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en aftrek van het voorarrest, passend en geboden. De rechtbank wil met deze voorwaardelijke straf bewerkstelligen dat verdachte zich in de toekomst niet weer zal laten verleiden om zich voor geldelijk gewin met dit soort feiten in te laten. Daarnaast acht de rechtbank oplegging van een taakstraf voor de duur van 240 uren, passend en geboden.
Beslag
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft de onttrekking aan het verkeer gevorderd van de verdovende middelen.
De officier van justitie heeft de verbeurdverklaring gevorderd van het keukenartikel, de brillenkoker, het papier, de weegschaal en de plastic zakjes.
De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen rugzak moet worden teruggegeven aan de tot nu toe onbekend gebleven rechthebbende.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van het beslag geen standpunt ingenomen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het inbeslaggenomen keukenartikel, de brillenkoker, het papier, de weegschaal en de plastic zakjes, vatbaar voor verbeurdverklaring nu de feiten met behulp van deze voorwerpen zijn begaan en deze toebehoren aan verdachte.
De rechtbank acht alle inbeslaggenomen verdovende middelen vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet.
De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen rugzak (Basic-Fit) en de sigaret (Marlboro) moet worden teruggegeven aan de tot nu toe onbekend gebleven rechthebbende, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.
Toepassing van wetsartikelen
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36b, 36d, 47, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10, 11 en 13a van de Opiumwet.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak
De rechtbank
Verklaart het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 224 dagen
Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 180 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
een taakstraf voor de duur van 240 uren.
Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen:
-
1 STK amfetamine (voorwerpnummer G1736734);
-
4 GR amfetamine (voorwerpnummer G1736746);
-
1 GR hennep (voorwerpnummer G1736755);
-
1 STK verdovende middelen (voorwerpnummer G1736756);
-
1 STK verdovende middelen (voorwerpnummer G1736782);
-
2 STK verdovende middelen (voorwerpnummer G1736784);
-
1 STK verdovende middelen (voorwerpnummer G1740146);
-
1 STK verdovende middelen (voorwerpnummer G1740147);
-
1 STK verdovende middelen (voorwerpnummer G1740194).
Verklaart verbeurd:
-
1 STK keukenartikel (voorwerpnummer G1736740);
-
1 STK brillenkoker (voorwerpnummer G1736744);
-
1 STK papier (voorwerpnummer G1736794);
-
1 STK weegschaal (voorwerpnummer G1736786);
-
100 STK plastic zakje (voorwerpnummer G1736790).
Gelast de teruggave aan de tot nu toe onbekend gebleven rechthebbende van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven rugzak (Basic-Fit, voorwerpnummer G1736807) en de sigaret (Marlboro, voorwerpnummer G1736766).
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. Lenting, voorzitter, mr. H.R. Eising en
mr. L.M.B. Soppe, rechters, bijgestaan door mr. D. Flanderijn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 augustus 2026.
1. Uit het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023316691 d.d. 26 augustus 2024
merkt de rechtbank op dat pagina 553 tweemaal voorkomt. De digitale pagina 145 (fysieke pagina 553) van procesdossier deel 2 is een foto. De digitale pagina 155 (fysieke pagina 553) van het procesdossier deel 2 is de kennisgeving van inbeslagneming. Om verwarring te voorkomen gaat het om pagina 553 waar de kennisgeving van inbeslagneming op staat.
2 Uit het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023316691 d.d. 26 augustus 2024
merkt de rechtbank op dat pagina 548 tweemaal voorkomt. De digitale pagina 140 (fysieke pagina 548) van procesdossier deel 2 is een foto. De digitale pagina 150 (fysieke pagina 548) van het procesdossier deel 2 is de kennisgeving van inbeslagneming. Om verwarring te voorkomen gaat het om pagina 548 waar de kennisgeving van inbeslagneming op staat.
[afbeelding niet beschikbaar]