Strafrecht overig

“Vrijspraak voor het online plegen van ontucht met een minderjarige. Veroordeling voor het plegen van…

Rechtbank Oost-Brabant, 9 juli 2026

Zaakgegevens

Op 9 juli 2026 heeft de Rechtbank Oost-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
9 juli 2026
Datum publicatie
8 juli 2026
Zaaknummer
01/198303-23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:4829
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

“Vrijspraak voor het online plegen van ontucht met een minderjarige. Veroordeling voor het plegen van (online) ontucht met minderjarigen en (onder meer) het vervaardigen en bezitten van een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal. Overschrijding van de redelijke termijn. Veroordeling tot een taakstraf en een deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Vordering benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen”.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Team strafrecht

Parketnummer: 01.198303.23

Datum uitspraak: 9 juli 2026

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [2003] ,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 25 juni 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 28 mei 2026.

Op de terechtzitting van 25 juni 2026 is de tenlastelegging gewijzigd op grond van artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. Na deze wijziging is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 januari 2023 tot en met 14 augustus 2023 te Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad, en/of elders in Nederland en/of in België, met [slachtoffer 1] , geboren in 2009, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten

-het brengen en/of houden van zijn, verdachte, penis in de mond van die [slachtoffer 1] en/of

-het in zijn, verdachtes, mond nemen van de penis van [slachtoffer 1] en/of

-het aftrekken en/of betasten van de penis van die [slachtoffer 1] en/of

-het laten aftrekken en/of betasten van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] ;

2

hij in of omstreeks periode 20 januari 2023 tot en met 14 augustus 2023 te Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad, althans in Nederland, met [slachtoffer 1] , geboren in 2009, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 1] opzettelijk bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen bestaande uit

-het tonen van het ontblote (onder)lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

-het betasten van de eigen penis door die [slachtoffer 1] en/of

-het maken van naaktfoto's van zichzelf,

terwijl die [slachtoffer 1] , via social media/een chatprogramma, in elk geval via het internet, op verzoek en instructie van hem, verdachte, voornoemde ontuchtige handelingen heeft verricht bij zichzelf, waarvan (vervolgens) (mede) op zijn, verdachtes, verzoek foto's werden gemaakt en toegezonden en waarvan (vervolgens) door hem, verdachte, afbeeldingen en/of video's zijn gemaakt;

3.

hij in of omstreeks de periode van 22 juni 2023 tot en met 16 juli 2023 te Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad, althans in Nederland, door middel van chat-/internetgesprekken, met [slachtoffer 2] , geboren in 2009, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 2] opzettelijk bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen bestaande uit

-het tonen van het ontblote (onder)lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

-het betasten van de eigen penis door die [slachtoffer 2] en/of

-het maken van naaktfoto's van zichzelf,

terwijl die [slachtoffer 2] , via social media/een chatprogramma, in elk geval via het internet, op verzoek en instructie van hem, verdachte, voornoemde ontuchtige handelingen heeft verricht bij zichzelf, waarvan (vervolgens) (mede) op zijn, verdachtes, verzoek foto’s werden gemaakt en toegezonden en waarvan (vervolgens) door hem, verdachte, afbeeldingen en/of video's zijn gemaakt;

4.

hij in of omstreeks de periode van 10 februari 2023 tot en met 28 juli 2023 te Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal

telkens ongeveer 1000 afbeeldingen, te weten foto's en/of video's - en/of vier gegevensdragers, te weten een computer RTX en/of een telefoon Samsung en/of een computer Acer en/of een telefoon Samsung, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken heeft verspreid, aangeboden , openlijk tentoongesteld, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd, verworven en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft en/of in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

het oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van jaar nog niet had bereikt

(bestandsnaam [bestandsnaam] )

en/of

het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsnaam [bestandsnaam] )

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp, en/of in een erotisch getinte houding

(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 545)

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 545)

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 545)

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 545)

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 545)

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 571 )

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 572)

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 594)

bestandsnaam [bestandsnaam] p 595)

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 1191 )

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 1191 )

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 1191 )

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 1191)

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 1191)

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 1191 )

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

5.

hij in of omstreeks de periode van 9 juni 2021 tot en met 9 februari 2023 te Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkens 11.450 afbeeldingen, te weten 6.460 foto's 4.990 video's - en/of drie gegevensdragers, te weten een laptop HP en/of een computer NZXT en/of een telefoon Samsung Galaxy A7, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid door het verzenden plaatsen op een forum/bulletin board system/nieuwsgroep/MEGA.NZ, vervaardigd, verworven en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft en/of in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een penis en/of vingers en/of hand en/of mond en/of tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

het met de/een penis en/of vingers en/of hand en/of mond en/of tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(afbeeldingen 1 tot en met 12)

en/of

het met de/een vingers en/of tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

het met de/een vingers en/of tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(afbeeldingen 1 tot en met 12)

en/of

het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt likken en/of in de mond nemen en/of betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een dier en/of het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt met de/een penis oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van een dier

(foto 14)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp, en/of in een erotisch getinte houding

(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(afbeeldingen 1 tot en met 12)

(bestandsnaam File Name: [bestandsnaam] p 229 )

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 229 )

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 229

(bestandsnaam: [bestandsnaam] p 314)

(bestandsnaam: [bestandsnaam] p 313)

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Inleiding.

Het Team Bestrijding Kinderpornografie en Kindersekstoerisme van de Nederlandse politie ontving meerdere meldingen van het Amerikaanse National Center for Missing & Exploited Children. Deze meldingen hielden in dat een vermoedelijk in Nederland woonachtige gebruiker van een Snapchataccount, kinderpornografisch materiaal had geüpload op dat platform. Het opsporingsteam van de Nederlandse politie heeft hierop onderzoek gedaan naar de identiteit van de gebruiker van dat account, welk onderzoek tot de verdachte heeft geleid. Onder hem werden verschillende gegevensdragers in beslag genomen en onderworpen aan een nader onderzoek. Dat onderzoek bracht de verdenking met zich mee dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan - kort gezegd - het plegen van ontucht met minderjarigen (feiten 1 t/m 3) en (onder meer) het bezitten van een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal (feiten 4 en 5).

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle feiten die hem worden verweten en heeft gesteld dat alle feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van de feiten 1 t/m 3 en voorts opgemerkt dat een bewezenverklaring kan volgen voor de feiten 4 en 5.

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman aangevoerd dat niet is voldaan aan het bewijsminimum, omdat de bekennende verklaring van verdachte geen steun vindt in andere bewijsmiddelen. Ten aanzien van de feiten 2 en 3 heeft de raadsman aangevoerd dat in dit geval voor een bewezenverklaring van ontucht met een minderjarige sprake moet zijn van een relevante interactie tussen de verdachte en de minderjarigen, maar dat deze ontbreekt.

De bewijsmiddelen.

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze uitwerking is als bijlage bij dit vonnis gevoegd. De inhoud van die bijlage dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

De bewijsbeslissing.

Ten aanzien van feit 1

Het procesdossier bevat onder meer Snapchatgesprekken tussen verdachte en [slachtoffer 1] . Uit die gesprekken volgt onder meer dat verdachte op 8 februari 2023 aan [slachtoffer 1] een bericht heeft verzonden met de inhoud “ik wil wel weer dat je me pijpt” en “was wel lekker”, waarop [slachtoffer 1] heeft gereageerd met “is goed”. Bij de politie zijn deze berichten aan verdachte voorgehouden, waarop hij heeft verklaard dat er vaker seksuele handelingen hebben plaatsgevonden tussen [slachtoffer 1] en dat deze handelingen bestonden uit elkaar aftrekken en pijpen. Op de zitting heeft verdachte deze verklaring herhaald.

De rechtbank stelt aldus vast dat de bekennende verklaring van verdachte niet het enige bewijsmiddel is voor het tenlastegelegde feit en dat die verklaring in voldoende mate wordt ondersteund door de hiervoor aangehaalde berichten. De verklaring van [slachtoffer 1] dat er geen seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Het bestaan van een seksuele relatie tussen verdachte en [slachtoffer 1] blijkt - naast wat hiervoor al is genoemd - ook uit andere seksueel getinte berichten die over en weer zijn verzonden en de naaktfoto’s van [slachtoffer 1] die op de telefoon van verdachte zijn aangetroffen.

De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat de lat van het bewijsminimum op basis van het voorgaande ruimschoots wordt gehaald. Het verweer van de raadsman kan om die reden niet slagen en wordt verworpen. De rechtbank acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen als na te melden.

Ten aanzien van de feiten 2 en 3

De rechtbank stelt voorop dat volgens bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad van het plegen van ontuchtige handelingen met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, als bedoeld in artikel 247 van het Wetboek Strafrecht, ook sprake kan zijn als geen lichamelijke aanraking tussen de verdachte en het slachtoffer heeft plaatsgevonden. Of in een zodanig geval de gedraging of gedragingen van de verdachte - al dan niet in hun onderlinge samenhang bezien - het plegen van ontuchtige handelingen met het slachtoffer opleveren, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt in het bijzonder betekenis toe aan het antwoord op de vraag of en zo ja, in hoeverre tussen de verdachte en het slachtoffer enige voor het plegen of dulden van ontucht relevante interactie heeft plaatsgevonden.

Uit het procesdossier leidt de rechtbank af dat verdachte en [slachtoffer 1] (feit 2) in de tenlastegelegde periode veelvuldig contact met elkaar hebben gehad, waarbij zij ook seksueel getinte berichten via Snapchat met elkaar hebben uitgewisseld. In de telefoon van verdachte zijn ook afbeeldingen aangetroffen van [slachtoffer 1] , waarop hij naakt staat afgebeeld. Uit voornoemde berichten en overigens ook uit de rest van het procesdossier kan de rechtbank echter niet vaststellen dat verdachte op een actieve wijze seksueel getinte gedragingen van [slachtoffer 1] heeft verlangd of gevraagd, noch concrete instructies heeft gegeven of bemoeienis heeft gehad met de wijze waarop [slachtoffer 1] de naaktfoto’s van zichzelf moest maken. De enkele verklaring van verdachte dat er ‘gevraagd en ongevraagd’ seksueel getinte afbeeldingen werden uitgewisseld, acht de rechtbank onvoldoende voor het bewijs. Van een voor het plegen van ontucht relevante interactie in vorenbedoelde zin is dan ook niet gebleken. Dit betekent dat de rechtbank van oordeel is dat het bewijs voor het tenlastegelegde onder feit 2 tekortschiet en dat verdachte daarom van dat feit zal worden vrijgesproken.

Dit geldt echter niet ten aanzien van [slachtoffer 2] (feit 3). Uit het procesdossier blijkt dat op een van de gegevensdragers van verdachte verschillende seksueel getinte afbeeldingen zijn aangetroffen van [slachtoffer 2] . Hoewel verdachte zich niet meer kan herinneren op welke wijze hij aan deze afbeeldingen is gekomen, bevat het dossier een beschrijving van een video-opname, die in de telefoon van verdachte is aangetroffen, met een fragment uit Snapchat. Uit dat fragment blijkt dat verdachte een bericht heeft gestuurd aan [slachtoffer 2] met de tekst: “laat je lul zien”, waarop door [slachtoffer 2] een afbeelding wordt verzonden met daarop een penis afgebeeld. Hierna heeft verdachte het bericht gestuurd met de tekst: “trek voor me af”, waarop [slachtoffer 2] reageert met “ja meester”. De rechtbank is gelet op het vorengaande van oordeel dat - ondanks het ontbreken van lichamelijk contact tussen verdachte en [slachtoffer 2] - in het onderhavige geval enige voor het plegen van ontucht relevante interactie heeft plaatsgevonden tussen verdachte en [slachtoffer 2] . Aldus is naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van ontucht met iemand, zoals bedoeld in artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank acht het tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen als na te melden.

Ten aanzien van de feiten 4 en 5

De verdachte heeft ten aanzien van deze feiten een bekennende verklaring afgelegd en de raadsman heeft geen bewijsverweren gevoerd. Op grond van de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen acht zij ook deze feiten wettig en overtuigend bewezen als na te melden.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn opgenomen in de bij dit vonnis gevoegde bijlage - bezien in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen - komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

in de periode van 20 januari 2023 tot en met 14 augustus 2023 in Nederland en/of in België, met [slachtoffer 1] , geboren in 2009, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , te weten

-het brengen en/of houden van zijn, verdachte, penis in de mond van die [slachtoffer 1] en

-het in zijn, verdachtes, mond nemen van de penis van [slachtoffer 1] en

-het aftrekken en/of betasten van de penis van die [slachtoffer 1] en

-het laten aftrekken en/of betasten van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 1] ;

3.

in de periode van 22 juni 2023 tot en met 16 juli 2023 in Nederland, door middel van

chat-/internetgesprekken, met [slachtoffer 2] , geboren in 2009, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte, die [slachtoffer 2] opzettelijk bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen bestaande uit

-het tonen van het ontblote (onder)lichaam van die [slachtoffer 2] en

-het betasten van de eigen penis door die [slachtoffer 2] en

-het maken van naaktfoto's van zichzelf,

terwijl die [slachtoffer 2] , via social media/een chatprogramma, op verzoek en instructie van hem, verdachte, voornoemde ontuchtige handelingen heeft verricht bij zichzelf, waarvan op zijn, verdachtes, verzoek foto’s werden gemaakt en toegezonden en waarvan door hem, verdachte, afbeeldingen en video's zijn gemaakt;

4.

in de periode van 10 februari 2023 tot en met 28 juli 2023 in Nederland, meermalen,

afbeeldingen, te weten foto's en video's - en gegevensdragers, te weten een telefoon Samsung en een computer Acer en een telefoon Samsung, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken heeft verspreid, aangeboden, vervaardigd, verworven, zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk de toegang heeft verschaft en in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en /of

het oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van jaar nog niet had bereikt

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 1191)

en

het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en /of

het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 1191)

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp, en/of in een erotisch getinte houding

(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 545)

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 545)

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 545)

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 545)

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 545)

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 571 )

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 572)

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 594)

bestandsnaam [bestandsnaam] p 595)

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 1191 )

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 1191 )

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 1191)

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 1191)

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 1191 )

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;

5.

in de periode van 9 juni 2021 tot en met 9 februari 2023 in Nederland, meermalen, 11.450 afbeeldingen, te weten 6.460 foto’s en 4.990 video’s en drie gegevensdragers, te weten een laptop HP en een computer NZXT en een telefoon Samsung Galaxy A7, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid door het verzenden plaatsen op een forum/bulletin board system/nieuwsgroep/MEGA.NZ, vervaardigd, verworven, zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk de toegang heeft verschaft en in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een penis en/of vingers en/of hand en/of mond en/of tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en

het met de/een penis en/of vingers en/of hand en/of mond en/of tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(afbeeldingen 1 tot en met 12)

en

het met de/een vingers en/of tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of

het met de/een vingers en/of tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

(afbeeldingen 1 tot en met 12)

en

het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt likken en/of in de mond nemen en/of betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een dier en/of het door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt met de/een penis oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van een dier

(foto 14)

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp, en/of in een erotisch getinte houding

(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet

en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

(afbeeldingen 1 tot en met 12)

(bestandsnaam File Name: [bestandsnaam] p 229 )

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 229 )

(bestandsnaam [bestandsnaam] p 229

(bestandsnaam: [bestandsnaam]

p 314)

(bestandsnaam: [bestandsnaam] p 313)

en

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling

en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De strafbaarheid van de feiten.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De rechtbank overweegt ten aanzien van feit 1 in het bijzonder nog dat de Nederlandse strafwet toepasselijk is, aangezien verdachte de Nederlandse nationaliteit bezit en ook ten tijde van het plegen van het feit die nationaliteit bezat, terwijl het mede in België gepleegde feit, dat hier bewezen wordt verklaard, door de Nederlandse strafwet als misdrijf wordt beschouwd en op dat feit door de Belgische strafwet ook straf is gesteld.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

De oplegging van straffen en maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd die hij reeds in voorarrest heeft doorgebracht, waarvan 15 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en de bijzondere voorwaarde van een contactverbod met [slachtoffer 2] .

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft bepleit dat de rechtbank zal moeten volstaan met het opleggen van een taakstraf van maximale duur in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Deze jongens waren nog maar 13/14 jaar oud met wie verdachte via social media in contact is gekomen. Met [slachtoffer 1] heeft verdachte vervolgens fysieke ontmoetingen gehad, waarbij sprake is geweest van seksuele handelingen die mede bestonden uit het binnendringen van het lichaam. Met [slachtoffer 2] heeft verdachte online ontucht gepleegd en hem bewogen tot het sturen van seksueel getinte afbeeldingen.

De slachtoffers bevonden zich in die periode in een kwetsbare fase van hun ontwikkeling; een fase waarin zij onder meer nog op zoek zijn naar hun eigen identiteit, seksuele gevoelens en voorkeuren. Verdachte heeft met zijn handelen niet alleen op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers, maar ook op een ongestoorde seksuele ontwikkeling van de slachtoffers. Bovendien is het een feit van algemene bekendheid dat jonge slachtoffers van ontucht in de regel nog geruime tijd de gevolgen ondervinden van hetgeen hen is aangedaan. Uit de ter zitting door zijn moeder uitgesproken slachtofferverklaring blijkt de impact van het seksuele (digitale) contact op het leven van [slachtoffer 2] . Verdachte heeft met zijn handelen laten zien dat hij het fysieke en psychische welzijn van de slachtoffers ondergeschikt heeft gemaakt aan de bevrediging van zijn eigen seksuele behoeftes.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen, verwerven, verspreiden, aanbieden en bezit van een zeer grote hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen. Verdachte heeft daarmee bijgedragen aan de productie van en aan het in stand houden van de vraag naar dergelijk materiaal. Bij het vervaardigen van dit soort materiaal worden kinderen heel vaak misbruikt. De misbruikte kinderen lopen hierdoor in ieder geval psychische schade op mede doordat de afbeeldingen nog heel lang (misschien wel voor altijd) op het internet kunnen circuleren.

De persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van 7 november 2023 dat door een psycholoog over de persoon van verdachte is opgemaakt. De psycholoog concludeert dat bij verdachte sprake is van een parafiele stoornis, die ook ten tijde van het plegen van de (thans bewezenverklaarde) feiten aanwezig was en de gedragskeuzes en gedragingen van de verdachte beïnvloedde. Dit leidt volgens de psycholoog echter niet tot een verminderde mate van toerekenbaarheid, omdat verdachte besefte dat wat hij deed niet kon en strafbaar was, de gevolgen van zijn handelen kon overzien en cognitief in staat was om gedragsalternatieven te bedenken. De psycholoog adviseert om de feiten aan verdachte volledig toe te rekenen. Verder adviseert de psycholoog dat vanwege de hoge kans op recidive verdachte met een behandeling start die gericht is op het leren omgaan met zijn stoornis en daarnaast begeleid wordt door de reclassering. Deze behandeling kan volgens de psycholoog plaatsvinden in de strafmodaliteit van bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke strafdeel.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het rapport van 11 juni 2026 dat door een reclasseringswerker over verdachte is opgemaakt. Daaruit volgt dat verdachte - na de schorsing van zijn voorlopige hechtenis op 17 augustus 2023 - een behandeling heeft doorlopen bij Reinier van Arkel en dat dit traject in juli 2025 succesvol is afgerond. Verdachte heeft zich begeleidbaar en behandelbaar opgesteld en heeft het maximum aan verandergedrag laten zien. Tegelijkertijd wordt opgemerkt dat verdachte in het toezicht zich gereserveerd heeft opgesteld en ongepast luchtig praat over zijn delictgedrag en seksuele deviantie. Dit, in combinatie met enige neiging tot bovenliggend gedrag wat ongepast overkomt in relatie tot zijn delictgedrag, maakt dat de reclasseringswerker nog enige zorgelijke factoren blijft zien. De kans op recidive wordt gemiddeld ingeschat. Evenwel ziet de reclasseringswerker geen meerwaarde in interventies of het voortzetten van het reclasseringstoezicht en adviseert hij de verdachte te veroordelen tot een straf zonder bijzondere voorwaarden.

De rechtbank heeft tot slot gekeken naar het strafblad van verdachte, waaruit volgt dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Relevante factoren voor de strafmaat.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte ten tijde van het plegen van de feiten een nog in ontwikkeling zijnde adolescent was met een achterstand op sociaal- en emotioneel gebied. De ook nu nog jonge leeftijd van verdachte is een omstandigheid waar de rechtbank rekening mee houdt, net als de omstandigheid dat verdachte in de afgelopen jaren een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Hij heeft een behandeling ondergaan voor zijn stoornis en die succesvol afgerond, waardoor het recidiverisico is afgenomen. Inmiddels heeft verdachte ook een al geruime tijd durende volwassen relatie en een succesvolle inbedding in het maatschappelijk leven met een studie, bijbaan en een pro sociaal netwerk. Verdachte heeft verder blijk gegeven van schuldgevoel en oprecht spijt betuigd en excuses aangeboden. Gedurende de schorsing van zijn voorlopige hechtenis - die nu bijna 3 jaar voortduurt - heeft verdachte zich goed gedragen, goed samengewerkt met de reclassering en geen nieuwe strafbare feiten gepleegd. Het grote en onverklaarbare tijdsverloop in deze zaak, waardoor de redelijke termijn voor berechting als bedoeld in artikel 6 EVRM met ongeveer 11 maanden is geschonden, is niet veroorzaakt door verdachte maar komt op conto van het openbaar ministerie. Dit tijdsverloop weegt de rechtbank ook mede gelet op de al genoemde jeugdige leeftijd van verdachte mee als strafverminderende factor.

De straf.

De rechtbank is van oordeel dat de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten in beginsel zonder meer een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. Toch zal de rechtbank afzien van het opleggen van een dergelijke straf. De hiervoor genoemde factoren maken namelijk dat de rechtbank het niet langer opportuun acht om aan verdachte nu nog een straf op te leggen die een vrijheidsbeneming met zich meebrengt van langere duur dan de tijd die hij reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Zou de rechtbank dit toch doen, dan zou een dergelijke straf de door de verdachte doorgemaakte positieve ontwikkeling teniet doen, hem buitenproportioneel treffen en ook geen recht doen aan de algeheel weinig voortvarende procesgang in deze zaak die een zware wissel trekt. Daarom zal de rechtbank het voorstel van de raadsman volgen en aan verdachte een taakstraf in combinatie met een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.

Concreet betekent het voorgaande dat de rechtbank aan verdachte een taakstraf zal opleggen voor de duur van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis indien deze niet of niet naar behoren wordt verricht. Daarnaast zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 360 dagen, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Om verdachte ervan te weerhouden om in de toekomst opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen en ook om de ernst van de door verdachte gepleegde feiten tot uitdrukking te brengen, zal de rechtbank een gedeelte daarvan (356 dagen) voorwaardelijk opleggen. In het nog aanwezige recidiverisico (ingeschat op gemiddeld) ziet de rechtbank aanleiding om een proeftijd vast te stellen van 3 jaar. Aan het voorwaardelijk strafdeel zal de rechtbank alleen de algemene voorwaarde koppelen.

Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding om een contactverbod met [slachtoffer 2] als bijzondere voorwaarde te bepalen, omdat de noodzaak daarvan niet is gebleken. Verdachte heeft gedurende de schorsing van zijn voorlopige hechtenis (bijna 3 jaar) geen contact gezocht of proberen te zoeken met [slachtoffer 2] en ter terechtzitting heeft hij ook uitdrukkelijk aangegeven daar ook geen behoefte aan te hebben. Dit betekent dat er ook geen gronden aanwezig zijn voor een maatregel in de zin van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, waar namens de benadeelde partij om was verzocht.

De rechtbank zal aldus een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring is gekomen (vrijspraak voor feit 2) en van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

De benadeelde partij heeft een bedrag van € 1.000,00 aan materiële schadevergoeding en een bedrag van € 5.250,00 aan immateriële schadevergoeding gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De door de benadeelde partij gevorderde materiële schadevergoeding betreft een voorschot voor toekomstige schade.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, voor zover deze ziet op het gevorderde aan materiële schadevergoeding. Voor het overige heeft de officier van justitie zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, voor zover deze ziet op het gevorderde aan materiële schadevergoeding. Verder heeft de raadsman betoogd dat hooguit een bedrag van € 1.000,00 als immateriële schadevergoeding kan worden toegewezen, waarbij hij overigens de kanttekening heeft gemaakt of het causaal verband tussen het tenlastegelegde feit en de gestelde schade überhaupt wel kan worden aangenomen.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank heeft ten laste van verdachte bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontucht met de benadeelde partij en kinderpornografische afbeeldingen van hem heeft verworven en vervaardigd. De aard en de ernst van de normschending van het plegen van ontucht brengt naar het oordeel van de rechtbank zonder meer met zich mee dat de daaruit voor de benadeelde partij voortvloeiende nadelige gevolgen, zozeer voor de hand liggen, dat “aantasting in de persoon op andere wijze”, zoals vereist in het burgerlijk recht, kan worden aangenomen. Dit geldt naar het oordeel van de rechtbank ook ten aanzien van het verwerven en vervaardigen van kinderpornografisch materiaal, omdat de benadeelde partij moet leven met de vrees dat deze beelden mogelijk op het internet circuleren. Dit betekent dat het causaal verband tussen het bewezenverklaarde en de schade is gegeven en dat de benadeelde partij recht heeft op een vergoeding van immateriële schade.

Voor de onderbouwing van de hoogte van de schadevergoeding is namens de benadeelde partij onder meer verwezen naar een tweetal uitspraken die naar het oordeel van de rechtbank niet vergelijkbaar zijn met de feiten en omstandigheden in deze zaak. Ook is naar het oordeel van de rechtbank ten onrechte verwezen naar de categorie “meest ernstig” van de Rotterdamse schaal, omdat de in die categorie omschreven gedragingen zich in deze casus niet hebben voorgedaan. Daar komt bovendien bij dat niet kan worden uitgesloten dat de beschreven gevolgen voor de benadeelde partij ook een andere oorzaak hebben gehad of de gevolgen juist hebben versterkt, omdat de benadeelde partij kennelijk al kampte met verschillende stoornissen en/of een traumatische ervaring. De rechtbank acht hetgeen dat door de benadeelde partij aan immateriële schadevergoeding is gevorderd te hoog en zal daarom naar billijkheid een vergoeding vaststellen.

Alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, zoals gebleken uit het procesdossier, de toelichting op de vordering van de benadeelde partij en de schriftelijke slachtofferverklaring, acht de rechtbank naar billijkheid een bedrag van

€ 1.000,00 aan immateriële schadevergoeding toewijsbaar.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering voor wat betreft de gevorderde materiële schadevergoeding, omdat onvoldoende is onderbouwd dat er toekomstige schade geleden zal worden en wat de omvang daarvan zal zijn. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vordering op dit punt zou in zoverre een uitgebreide nadere behandeling vereisen, waardoor het een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De vordering zal worden toegewezen tot een bedrag van € 1.000,00 als immateriële schadevergoeding. De rechtbank zal bepalen dat het toegewezen bedrag vermeerderd zal worden met de wettelijke rente. De ingangsdatum van de wettelijke rente zal de rechtbank bepalen in het midden van de bewezenverklaarde periode.

Verder zal de rechtbank de verdachte veroordelen in de proceskosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, welke tot op heden begroot worden op nihil. Daarnaast zal de verdachte veroordeeld worden in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moeten maken.

De rechtbank zal, zoals verzocht door de benadeelde partij, voorts bepalen dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen immateriële schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule.

Als extra waarborg voor betaling zal de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partij aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van het hiervoor genoemde bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente berekend vanaf de data zoals in het dictum van dit vonnis vermeld tot aan de dag van volledige betaling.

De betalingen die worden gedaan aan de Staat worden op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in mindering gebracht. Dit geldt andersom ook indien betaling is gedaan aan de benadeelde partij.

Het beslag.

De rechtbank stelt vast dat verdachte tijdens zijn verhoor bij de politie op 14 augustus 2023 en 29 augustus 2024 afstand heeft gedaan van de onder hem in beslag genomen voorwerpen waar kinderpornografisch materiaal is aangetroffen. Gelet hierop kan een beslissing van de rechtbank omtrent het beslag achterwege blijven.

De voorlopige hechtenis.

De rechtbank zal het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis, welk bevel reeds op 17 augustus 2023 was geschorst, met ingang van heden opheffen.

De toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 240b(oud), 245(oud) en 247(oud) van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde onder feit 2 niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart het ten laste onder de feiten 1, 3, 4 en 5 bewezen zoals hiervoor is omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert de misdrijven:

ten aanzien van feit 1:

met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 3:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd

ten aanzien van feit 4 en feit 5:

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, aanbieden, vervaardigen, verwerven en zich door middel van geautomatiseerd werk de toegang daartoe verschaffen en van het plegen van het misdrijf een gewoonte heeft gemaakt

verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straf:

? een taakstraf voor de duur van 240 uren te vervangen door 120 dagen hechtenis indien de taakstraf niet of niet naar behoren wordt verricht;

? een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 356 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van 3 jaar aan een strafbaar feit schuldig heeft gemaakt;

ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 3 en 4):

legt op de volgende maatregel:

? de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 2] van een bedrag van € 1.000,00;

bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 10 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;

voormeld bedrag bestaat uit een immateriële schadevergoeding;

de vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 4 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.

beslissing op de vordering van de benadeelde partij Bram 2009:

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 2] , van een bedrag van € 1.000,00, bestaande uit een immateriële schadevergoeding;

de vergoeding van immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 4 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;

bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;

bepaalt dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule;

verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

ten aanzien van de voorlopige hechtenis:

? heft op het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden, welk bevel reeds op 17 augustus 2023 was geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.A. Waals, voorzitter,

mr. M.L.W.M. Viering en mr. J.C. Gribling, leden,

in tegenwoordigheid van S. Altun, griffier,

en is uitgesproken op 9 juli 2026.