Strafrecht overig
wrakingsverzoek niet ontvankelijk verklaard.
ECLI:NL:RBOBR:2015:1069 · Rechtbank Oost-Brabant · 22 januari 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-oost-brabant/strafrecht/strafrecht-overig/wraking/ecli-nl-rbobr-2015-1069
Zaakgegevens
Op 22 januari 2015 heeft de Rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Oost-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 januari 2015
- Datum publicatie
- 27 februari 2015
- Zaaknummer
- WR 14-029
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOBR:2015:1069
Samenvatting
wrakingsverzoek niet ontvankelijk verklaard.
Uitspraak
Inhoudsopgave
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking
RECHTBANK OOST-BRABANT
Wrakingskamer
Rekestnummer : 14-029
Beschikking van 22 januari 2015
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te Ospel,
verzoeker,
procederend in persoon,
tegen
mr. J.G. Vos,
in zijn hoedanigheid van rechter in de rechtbank Oost-Brabant bij de behandeling van de zaak met parketnummer: 01/025198-04.
Partijen zullen hierna respectievelijk verzoeker en de rechter worden genoemd.
1 Procesverloop
De rechtbank heeft kennisgenomen van:
-
het proces-verbaal in de hoofdzaak met daarin opgenomen het voorliggende wrakings-verzoek;
-
de schriftelijke reactie van de rechter van 24 oktober 2014 op het wrakingsverzoek;
-
het dossier in de hoofdzaak;
-
de beschikking van 21 november 2014 met rekestnummer WR 14/032.
Tijdens de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek op 6 november 2014 heeft verzoeker een verzoek tot wraking van de wrakingskamer ingediend. Dit verzoek heeft geleid tot de beschikking van 21 november 2014, waarbij verzoeker niet-ontvankelijk is verklaard in zijn verzoek tot wraking. Vervolgens is de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek van de rechter voortgezet op 22 januari 2015. Verzoeker is op de zitting verschenen en heeft het wrakingsverzoek nader toegelicht aan de hand van een pleitnota.
De rechter is verschenen op de zitting van 6 november 2014 en heeft aangegeven verhin-derd te zijn voor de zitting van 22 januari 2015.
2 Het verzoek en het verweer
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de procedure met parketnummer 01/025198-04. Ter onderbouwing van het wrakingsverzoek heeft verzoeker, kort en zakelijk samengevat, aangevoerd dat sprake is van schending van de mensenrechten in voornoemde procedure.
De rechter heeft in een schriftelijke reactie van 24 oktober 2014 aangegeven niet in de wraking te berusten en de wrakingskamer verzocht het wrakingsverzoek af te wijzen, nu dit verzoek niet is onderbouwd met feiten en omstandigheden die een wraking van een rechter kunnen dragen. Verder heeft de rechter erop gewezen dat hij geen uitlatingen heeft gedaan die een vrees voor vooringenomenheid kunnen wekken bij verzoeker.
3 De beoordeling
Wraking mr. Vos
Verzoeker grondt zijn verzoek op het schenden van de mensenrechten door de rechter, omdat het dossier in de zaak met parketnummer 01/025198-04 niet compleet is en er stukken worden achtergehouden. Hieruit volgt de partijdigheid en afhankelijkheid van de rechter, aldus verzoeker.
Ingevolge artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering dient te worden beoordeeld of sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. De rechtbank dient te beoordelen of sprake is van concrete feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Een onderzoek naar de schending van mensenrechten jegens verzoeker is in dit kader niet aan de orde.
De door verzoeker aangevoerde wrakingsgrond betreft feitelijk alle rechters aan wie de be-treffende hoofdzaak zou worden voorgelegd zodat geen enkele rechter in Nederland die zaakzou kunnen behandelen. Die grond is te vaag en te algemeen om de verzochte wraking te kunnen dragen.
Verzoeker zal dan ook in zijn verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard. In dit oordeel ligt besloten dat de rechtbank niet toekomt aan de inhoudelijke en processuele verweren die verzoeker heeft aangevoerd tijdens de zittingen van 6 november 2014 en 22 januari 2015.
Toekomstige verzoeken tot wraking van mr. Vos
Gelet op het oordeel dat is gegeven in deze beschikking en de beschikking van 21 november 2014 en met inachtneming van de aard van de verzoeken en de wijze van handelen van verzoeker, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van misbruik van het rechtsmiddel tot wraking door verzoeker. Om die reden zal de rechtbank ingevolge artikel 515, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering bepalen dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker jegens de rechter in de onderhavige procedure niet in behandeling zal worden genomen.
4 De beslissing
De rechtbank,
verklaart het verzoek tot wraking van mr. J.G. Vos in de zaak met zaaknummer niet-ontvankelijk.
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker jegens mr. J.G. Vos in de procedure met parketnummer 01/025198-04 niet in behandeling wordt genomen.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M.H. de Koning, voorzitter, mr. M.E. Bartels en
mr. J. van der Weij, leden, en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.