Bestuursrecht overig
Verzet n.a.v. uitspraak rechtbank met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht. Verzet…
Rechtbank Overijssel, 23 oktober 2025
ECLI:NL:RBOVE:2025:6236 · Rechtbank Overijssel · 23 oktober 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbove-2025-6236
Zaakgegevens
Op 23 oktober 2025 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Datum uitspraak
- 23 oktober 2025
- Datum publicatie
- 28 oktober 2025
- Zaaknummer
- AK_24_4060V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2025:6236
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet n.a.v. uitspraak rechtbank met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht. Verzet ongegrond. Het beroep was kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet op tijd was betaald en voor dit verzuim geen verontschuldiging was gebleken. In het verzetschrift is niets aangevoerd waaruit volgt dat de rechtbank dat niet kennelijk kon beslissen.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 24/4060 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposante]
, uit [woonplaats], opposante
(gemachtigde: dr. drs. ing. [gemachtigde] ),
tegen de uitspraak van de rechtbank van 26 juni 2025 in het geding tussen
opposante
en
onbekende verweerder.
Inleiding
1. Deze uitspraak op het verzet van opposante gaat over de uitspraak van de rechtbank van 26 juni 2025 waarin de rechtbank het beroep van opposante met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk heeft verklaard.
De rechtbank heeft het verzet op 17 oktober 2025 op zitting behandeld. Er is niemand verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 26 juni 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
Het beroep van opposante
3. Opposante heeft beroep ingesteld tegen een onbekend besluit van een onbekende verweerder.
De uitspraak van 26 juni 2025
4. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank doen als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht, omdat opposante het verschuldigde griffierecht niet op tijd heeft betaald en voor dit verzuim geen verontschuldiging is gebleken.
Het verzet
5. In het verzetschrift is niet te lezen waarom de rechtbank het beroep niet kennelijk niet-ontvankelijk heeft kunnen verklaren. Er is niets aangevoerd waaruit volgt dat de rechtbank dat niet kennelijk kon beslissen.
Conclusie en gevolgen
6. De rechtbank heeft het ingestelde beroep met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb kunnen afdoen. Daaruit volgt dat het verzet ongegrond is. Dat betekent dat de uitspraak van 26 juni 2025 in stand blijft.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Richart, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
|
griffier |
de rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op: