Bestuursrecht overig

Verzet n.a.v. uitspraak rechtbank met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht. Verzet…

Rechtbank Overijssel, 23 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 23 oktober 2025 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
23 oktober 2025
Datum publicatie
28 oktober 2025
Zaaknummer
AK_25_566V
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2025:6237
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzet n.a.v. uitspraak rechtbank met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht. Verzet ongegrond. Het beroep was kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet op tijd was betaald en voor dit verzuim geen verontschuldiging was gebleken. In het verzetschrift is niets aangevoerd waaruit volgt dat de rechtbank dat niet kennelijk kon beslissen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 25/566 V


uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van


dr. drs. ing. [opposant], uit [woonplaats], opposant,

tegen de uitspraak van de rechtbank van 30 april 2025 in het geding tussen

opposant

en

het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel, verweerder.

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van opposant gaat over de uitspraak van de rechtbank van 30 april 2025 waarin de rechtbank het beroep van opposant met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk heeft verklaard.

1.1.

De rechtbank heeft het verzet op 17 oktober 2025 op zitting behandeld. Er is niemand verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 30 april 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.

Het beroep van opposant

3. Verweerder heeft een door hem ontvangen bezwaarschrift van opposant op grond van artikel 6:15 van de Awb als beroepschrift naar de rechtbank doorgestuurd.

De uitspraak van 30 april 2025

4. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Dat mag de rechtbank doen als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht, omdat opposant het verschuldigde griffierecht niet op tijd heeft betaald en voor dit verzuim geen verontschuldiging is gebleken.

Het verzet

5. In het verzetschrift is niet te lezen waarom de rechtbank het beroep niet kennelijk niet-ontvankelijk heeft kunnen verklaren. Er is niets aangevoerd waaruit volgt dat de rechtbank dat niet kennelijk kon beslissen.

Conclusie en gevolgen

6. De rechtbank heeft het ingestelde beroep met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb kunnen afdoen. Daaruit volgt dat het verzet ongegrond is. Dat betekent dat de uitspraak van 30 april 2025 in stand blijft.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Richart, griffier. Uitgesproken in het openbaar op

griffier

de rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen in de bodemzaak op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift. Dit volgt uit artikel 8:54 van de Awb.