Socialezekerheidsrecht

Beroep ongegrond. Het college heeft de aanvraag voor bijzondere bijstand voor kosten van (achterstallig)…

Rechtbank Overijssel, 23 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 23 oktober 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.

Instantie
Rechtbank Overijssel
Zittingsplaats
Zwolle
Datum uitspraak
23 oktober 2026
Datum publicatie
23 oktober 2026
Zaaknummer
ZWO 26/1962
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:6385
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beroep ongegrond. Het college heeft de aanvraag voor bijzondere bijstand voor kosten van (achterstallig) tuinonderhoud terecht afgewezen. De kosten die eiser moet maken voor het (laten) onderhouden van zijn tuin zijn noodzakelijk. De rechtbank is echter van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door bijzondere omstandigheden deze kosten niet uit zijn reguliere inkomen kan betalen. Eiser had voor de hier aan de orde zijnde kosten van tuinonderhoud kunnen reserveren of kan deze voldoen via gespreide betaling achteraf.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 26/1962


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser (hierna: [eiser])

(gemachtigde: mr. E. Schriemer),

en

het college van burgemeester en wethouders van Zwolle, verweerder (hierna: het college)

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Samenvatting

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van [eiser] om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (PW) voor kosten van tuinonderhoud. [eiser] is het niet eens met die afwijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden komt de rechtbank in deze uitspraak tot het oordeel dat het college terecht heeft geweigerd om aan [eiser] bijzondere bijstand toe te kennen voor de kosten van tuinonderhoud. [eiser] krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Feiten en procesverloop

1.1.

[eiser] is geboren op [geboortedatum] 1962. Hij ontvangt een bijstandsuitkering. [eiser] heeft te maken met objectiveerbare aandoeningen van het bewegingsapparaat. Hij heeft aangepast schoeisel en is beperkt in lopen. Daarnaast heeft [eiser] een objectiveerbare aandoening van het neurologisch stelsel in handen en voeten. Ook heeft hij een allergie voor gassen.

1.2.

[eiser] heeft op 18 april 2025 bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van tuinonderhoud. Op 17 juni 2025 en 22 december 2025 heeft een medewerker van het college bij [eiser] een overzichtsfoto en een offerte van Klus in de Wijk opgevraagd. Op

7 januari 2026 heeft het college deze offerte ontvangen en op 23 maart 2026 de foto’s. Op 30 maart 2026 heeft de medewerker telefonisch met [eiser] gesproken.

1.3.

Het college heeft de aanvraag voor bijzondere bijstand voor de kosten van tuinonderhoud met het besluit van 2 april 2026 afgewezen. Met het bestreden besluit van

14 juli 2026 op het bezwaar van [eiser] is het college bij die afwijzing gebleven.

1.4.

[eiser] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.5.

De rechtbank heeft het beroep op 6 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser], de gemachtigde van [eiser] en de gemachtigde van het college. M. Alhamwi was als tolk aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Standpunten van partijen

2. Het college heeft de aanvraag voor bijzondere bijstand voor kosten van tuinonderhoud afgewezen. Het college stelt zich op het standpunt dat het niet gaat om bijzondere kosten en dat het onderhoud van de tuin niet noodzakelijk is. Het college ziet geen reden om op dit moment in de kosten van tuinonderhoud te voorzien. Hoewel het wellicht wenselijk is om de tuin op te knappen, kan volgens het college de noodzaak niet worden vastgesteld. Uit het feit dat [eiser] de aanvraag heeft ingediend op 18 april 2025 en pas maanden later de benodigde gegevens heeft aangeleverd, maakt het college op dat geen sprake is van noodzakelijke kosten. Uit de ingeleverde foto’s blijkt dat de tuin niet goed onderhouden is en dat sommige delen overwoekerd worden door planten. Maar niet is gebleken dat de tuin onbegaanbaar is of dat deze de gezondheid van [eiser] of zijn omgeving in gevaar brengt. De verhuurder van de woning heeft [eiser] ook niet verplicht zijn tuin aan te pakken vanwege ernstige verwaarlozing en gevaar voor de omgeving. Dat van [eiser] verwacht wordt dat hij zich als een goed huurder gedraagt en de woning en tuin goed onderhoudt ziet het college niet als een incidentele bijzondere omstandigheid, waarvoor bijzondere bijstand voor de kosten van tuinonderhoud toegekend kan worden. Het voorkomen dat een verhuurder juridische stappen onderneemt of dat burenconflicten ontstaan is voor het college ook geen reden om bijzondere bijstand toe te kennen. Volgens het college is de medische situatie van [eiser], waardoor hij niet in staat is de tuin te onderhouden, evenmin een reden om bijzondere bijstand te verstrekken. Het college wijst erop dat [eiser] niet ineens wordt geconfronteerd met extra hoge kosten vanwege tuinonderhoud. Als [eiser] zelf niet in staat is om de tuin te onderhouden, had het volgens het college op zijn weg gelegen om te zorgen dat een derde tegen een redelijke vergoeding zijn tuin onderhoudt. Dit had de kosten van achterstallig onderhoud kunnen voorkomen. Niet is onderbouwd waarom [eiser] niet in staat is de kosten van tuinonderhoud te betalen vanuit zijn reguliere inkomen, door middel van reservering of gespreide betaling achteraf. Ook is geen sprake van een bijzondere situatie, waardoor afwijking van de regels nodig is.

3. [eiser] stelt zich op het standpunt dat aan hem bijzondere bijstand voor achterstallig tuinonderhoud moet worden toegekend. De kosten zijn in het individuele geval van [eiser] noodzakelijk en vloeien volgens hem voort uit bijzondere omstandigheden. Door zijn beperkingen kan [eiser] zelf de tuin niet onderhouden. [eiser] heeft geen sociaal netwerk dat het reguliere tuinonderhoud kan overnemen. Uitbesteden aan Klus in de Wijk tegen betaling is de enige realistische wijze om aan de wettelijke verplichting tot regulier tuinonderhoud te voldoen. [eiser] kan dat niet betalen. Hij heeft hiervoor niet kunnen reserveren en gespreide betaling achteraf is ook niet mogelijk.

Overwegingen van de rechtbank

Toetsingskader

4.1.

Artikel 35, eerste lid, van de PW bepaalt dat, onverminderd paragraaf 2.2, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, bedoeld in artikel 36, de studietoeslag, bedoeld in artikel 36b, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.

4.2.

Bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de PW dient eerst beoordeeld te worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de betrokkene noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ten slotte dient de vraag te worden beantwoord of de betrokkene voldoende draagkracht heeft om die kosten te voldoen.

Heeft het college het juiste toetsingskader gehanteerd?

5.1.

Het college heeft het toetsingskader, zoals beschreven onder 4.1. en 4.2., toegepast. Daarom stelt [eiser] ten onrechte dat het college de maatstaf heeft gehanteerd, die van toepassing is bij de vraag of sprake is van zeer dringende redenen, zoals bedoeld in artikel 16 van de PW.

Het geschil

5.2.

Niet in geschil is dat de kosten voor tuinonderhoud zich bij [eiser] voordoen. Het college stelt echter dat die kosten in het individuele geval van [eiser] niet noodzakelijk zijn en dat ze niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ook is het college van mening dat [eiser] voldoende draagkracht heeft om die kosten te voldoen.

Zijn de kosten noodzakelijk?

5.3.

Volgens vaste rechtspraak behoren de kosten van tuinonderhoud tot de algemeen voorkomende noodzakelijke kosten van het bestaan die, behoudens bijzondere omstandigheden, uit het reguliere inkomen dienen te worden voldaan. Kiest men ervoor zijn tuin niet regelmatig te (laten) onderhouden, zodat op den duur sprake is van achterstallig onderhoud met eventuele meerkosten, dan geldt in beginsel hetzelfde, zij het dat in dat geval reservering vooraf of gespreide betaling achteraf is aangewezen.

5.4.

Uitgangspunt is dat een inkomen op bijstandsniveau voorziet in alle (periodiek en incidenteel) voorkomende algemeen noodzakelijke bestaanskosten, dat wil zeggen: de bestaanskosten die kunnen worden gerekend tot het op minimumniveau algemeen gangbare bestedingspatroon. Alleen in bijzondere omstandigheden is dan aanvullend bijzondere bijstand nodig. Daarom kan op grond van artikel 35, eerste lid, van de PW alleen recht op bijzondere bijstand bestaan voor zover de betrokkene door bijzondere omstandigheden wordt geconfronteerd met kosten waarin de algemene bijstandsnorm niet voorziet of met kosten waarin de norm wel voorziet maar die hij door bijzondere omstandigheden niet uit de norm kan betalen. De omstandigheid dat de betrokkene al dan niet de mogelijkheid heeft gehad te reserveren voor de kosten, is een aspect dat in laatst genoemd kader moet worden beoordeeld.

5.5.

Voor de situatie van [eiser] betekent wat onder 5.3. en 5.4. is overwogen het volgende. De kosten die [eiser] moet maken voor het (laten) onderhouden van zijn tuin zijn noodzakelijk. Dit geldt ook als [eiser] zelf niet in staat is zijn tuin te onderhouden en dit moet laten doen. Deze kosten van tuinonderhoud behoren tot de algemeen voorkomende noodzakelijke kosten. Daarom is uitgangspunt dat de bijstandsuitkering van [eiser] hierin voorziet. [eiser] stelt dat hij voor de kosten van tuinonderhoud geen bestedingsruimte heeft, omdat hij leeft van een uitkering op bijstandsniveau en niet beschikt over vermogen boven de vrijlatingsgrens. Enkel deze omstandigheden kunnen, nu de bijstandsuitkering in deze kosten voorziet, geen reden zijn om hiervoor bijzondere bijstand toe te kennen.

Is sprake van bijzondere omstandigheden?

5.6.

De vraag is of sprake is van bijzondere omstandigheden, waardoor [eiser] de kosten voor onderhoud van zijn tuin niet uit de bijstandsnorm kan betalen. Niet in geschil is dat [eiser] door zijn medische beperkingen niet in staat is zelf zijn tuin te onderhouden. Hij zal hiervoor zijn sociale netwerk of een organisatie, zoals Klus in de Wijk, moeten inzetten. Dit kan kosten met zich brengen. Dit is echter geen bijzondere omstandigheid die maakt dat [eiser] niet in staat is deze kosten zelf te betalen. Uitgangspunt is namelijk dat de bijstandsnorm hierin voorziet.

5.7.

De rechtbank is van oordeel dat [eiser] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij door bijzondere omstandigheden de kosten voor tuinonderhoud niet uit zijn reguliere inkomen kan betalen. De rechtbank licht dit als volgt toe.

5.8.

Tijdens de zitting heeft [eiser] gezegd dat hij sinds 2010 in zijn huidige woning woont. [eiser] heeft toegelicht dat hij door zijn beperkingen steeds minder goed in staat is geworden om in de tuin te werken. Zijn zoon, die bij [eiser] woonde, hielp hem met de tuin, maar deze zoon woont nu elders. Daardoor is sprake van achterstallig onderhoud. De rechtbank concludeert dat deze situatie geleidelijk is ontstaan en dat [eiser] deze had kunnen voorzien. De rechtbank is daarom van oordeel dat [eiser] voor de hier aan de orde zijnde kosten van tuinonderhoud had kunnen reserveren.

5.9.

Volgens een e-mail van 7 januari 2026 kan Klus in de Wijk het noodzakelijke tuinonderhoud uitvoeren. [eiser] heeft niet aannemelijk gemaakt dat gespreide betaling van de kosten hiervoor achteraf niet mogelijk is. Zoals hiervoor al is overwogen is uitgangspunt dat [eiser] deze kosten uit zijn bijstandsuitkering kan betalen. Behalve dat [eiser] stelt de kosten niet uit eigen middelen te kunnen opbrengen, heeft hij niet aangevoerd waarom hij niet voldoende draagkracht heeft om de kosten via gespreide betaling achteraf te voldoen. Dat er geen acute reden is om onderhoud te plegen aan de tuin heeft [eiser] onvoldoende bestreden. Daarbij is van belang dat als die situatie zich wel zou voordoen, dat nog niet zonder meer betekent dat daarvoor bijzondere bijstand zou moeten worden gegeven, omdat van [eiser] ook in beginsel mag worden verwacht dat hij het niet zover laat komen.

5.10.

Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat het college de aanvraag voor bijzondere bijstand voor kosten van (achterstallig) tuinonderhoud terecht heeft afgewezen.

Alternatief

6. Ter informatie geeft de rechtbank [eiser] nog het volgende mee. Tijdens de zitting heeft het college geopperd dat [eiser] wellicht van Stichting Present hulp zou kunnen krijgen voor het onderhoud van zijn tuin. Via deze organisatie kunnen vrijwilligers bijvoorbeeld helpen met het opknappen van verwilderde tuinen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat [eiser] geen bijzondere bijstand krijgt voor de kosten van tuinonderhoud. [eiser] krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.A.H. Beenen-Oskam, griffier. Uitgesproken in het openbaar op

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.

Zie Centrale Raad van Beroep (CRvB) 26 juni 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW9385. Zie CRvB 29 juni 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN0639. Zie CRvB 17 januari 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:154.