Civiel recht overig
voorlopige voorziening ogv art. 287 lid 4 Fw. Opschorting loonbeslag. Beslag gelegd voor vordering CAK inzake…
Rechtbank Overijssel, 25 september 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:6588 · Rechtbank Overijssel · 25 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-overijssel/civiel-recht/civiel-recht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbove-2026-6588
Zaakgegevens
Op 25 september 2026 heeft de Rechtbank Overijssel in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank OverijsselRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Almelo
- Datum uitspraak
- 25 september 2026
- Datum publicatie
- 2 november 2026
- Zaaknummer
- NL:TZ:2617372:R-RK en NL:TZ:2617388:R-RK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBOVE:2026:6588
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
voorlopige voorziening ogv art. 287 lid 4 Fw. Opschorting loonbeslag. Beslag gelegd voor vordering CAK inzake bestuursrechtelijke zorgpremie. Indien verzoeker wordt toegelaten tot Wsnp wordt schuld aan CAK kwijtgescholden.
Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Toezicht
Zittingsplaats Almelo
Rekestnummers: NL:TZ:2617372:R-RK en NL:TZ:2617388:R-RK
datum beschikking: 25 september 2026
beschikking van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, op de verzoeken van:
[verzoeker]
en
[verzoekster] ,
beiden wonende te [adres],
verzoekers,
verder ook te noemen: [verzoekers],
gemachtigde: Cisci en Bergman Schuldhulp te Groningen;
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon CAK,
gevestigd te Den Haag,
verder te noemen: CAK,
verweerster,
gemachtigde: Groep Gerechtsdeurwaarders Nederland (GGN) te Zwolle,
verder te noemen: de deurwaarder.
Ten aanzien van de goederen van [verzoekers] is een onderbewindstelling uitgesproken met benoeming van Aktiva B.V. te Hoogeveen tot (beschermings)bewindvoerder.
Het procesverloop
[verzoekers] hebben op 11 september 2026 een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (verzoek schuldsanering) bij de rechtbank ingediend. De verzoeken schuldsanering zullen ter zitting van 26 oktober 2026 worden behandeld.
[verzoekers] hebben vervolgens op 24 september 2026 een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening op grond van artikel 287 lid 4 Faillissementswet ingediend (verzoek voorlopige voorziening). [verzoekers] hebben verzocht om totdat onherroepelijk op het verzoek schuldsanering is beslist, het door CAK gelegde derdenbeslag onder de werkgever van [verzoeker], uit hoofde van een dwangbevel van
29 december 2022, op te schorten.
De rechtbank zal heden een beslissing nemen op het verzoek ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet op basis van de aangeleverde stukken zonder partijen te horen.
De beoordeling van het verzoek en de motivering van de beslissing
De feiten
[verzoeker] is in gemeenschap van goederen gehuwd met [verzoekster]. Volgens de verzoeken schuldsanering bedraagt de totale schuldenlast € 64.581,43.
[verzoekers] hebben een schuldregeling aangeboden aan de schuldeisers in de vorm van een prognosevoorstel. Twee schuldeisers hebben de aangeboden schuldregeling geweigerd.
De schuld aan het CAK bestaat uit bestuursrechtelijke zorgverzekeringspremie uit 2022. De hoofdsom bedraagt € 152,20. Door kosten is de schuld opgelopen tot thans € 691,12.
Bij exploit van 17 september 2026 heeft de deurwaarder executoriaal derdenbeslag onder de werkgever van [verzoeker], JS Uitzendorganisatie B.V., gelegd op alle vorderingen die [verzoeker] op zijn werkgever heeft of uit een ten tijde van het beslag reeds bestaande rechtsverhouding rechtstreeks zal verkrijgen en op de onder de werkgever berustende aan [verzoeker] toebehorende roerende zaken die geen registergoederen zijn.
Op basis van het inkomen van [verzoekers] is het mogelijk om tijdens het minnelijk traject te sparen (te reserveren) voor alle schuldeisers. Door het loonbeslag dat heel recent is gelegd kan er minder worden gereserveerd voor de gezamenlijke schuldeisers. Toewijzing van het verzoek voorlopige voorziening is volgens [verzoekers] in het belang van de gezamenlijke schuldeisers. [verzoekers] wijzen er voorts op dat indien de schuldsaneringsregeling op hen van toepassing wordt verklaard, de schuld inzake de bestuursrechtelijke zorgverzekeringspremie komt te vervallen.
De overwegingen van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat nu er ten laste van [verzoeker] beslag is gelegd op het loon van [verzoeker], de gevraagde voorlopige voorziening niet ten behoeve van [verzoekster] kan worden uitgesproken. De rechtbank zal [verzoekster] dan ook niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek voorlopige voorziening.
Wat betreft de voor [verzoeker] gevraagde voorlopige voorziening overweegt de rechtbank als volgt.
Een voorlopige voorziening op grond van artikel 287 lid 4 Faillissementswet heeft tot doel het geven van een spoedeisende beslissing in het kader van de toelating tot de schuldsaneringsregeling. Dit houdt onder andere in dat er een compleet verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, dus inclusief een met redenen omklede verklaring ex artikel 285 lid 1 sub f Faillissementswet dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, aanwezig moet zijn bij de rechtbank. Dit complete verzoek is bij de rechtbank aanwezig.
Ten aanzien van de overige vereisten voor het treffen van een voorlopige voorziening overweegt de rechtbank dat het verzoek schuldsanering nog niet op zitting is behandeld en dat er naar het oordeel van de rechtbank sprake is van een spoedeisende situatie. Die spoedeisende situatie zit er naar het oordeel van de rechtbank in dat het CAK nog snel een vordering tracht te innen die, zoals [verzoeker] en [verzoekster] ook hebben aangevoerd, indien [verzoeker] en [verzoekster] worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, komt te vervallen. De rechtbank is van oordeel dat in dit specifieke geval de inning van de vordering door beslag, voor zover nog mogelijk, moet worden voorkomen en dat daarvoor het beslag per direct moet worden opgeschort.
De rechtbank overweegt dat indien een verzoek ex artikel 287 lid 4 Faillissementswet wordt ingediend om, totdat onherroepelijk op een verzoek schuldsanering is beslist, een voorlopige voorziening te laten treffen, de rechtbank moet beoordelen of toewijsbaarheid van het verzoek schuldsanering op voorhand niet onaannemelijk is. De rechtbank is van oordeel dat toewijzing van het verzoek schuldsanering van [verzoeker] op voorhand niet onaannemelijk is.
De rechtbank zal het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening, totdat onherroepelijk op het verzoek schuldsanering is beslist, op grond van vorenstaande toewijzen.
De beslissing
De rechtbank:
- schorst de uitoefening van het door CAK ten laste van [verzoeker] gelegde derdenbeslag onder J.S. Uitzendorganisatie B.V. totdat onherroepelijk op het verzoek schuldsanering van [verzoeker] is beslist;
- bepaalt dat deze voorlopige voorziening in ieder geval vervalt op het moment dat het verzoek schuldsanering door [verzoeker] wordt ingetrokken;
- verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek voorlopige voorziening.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek op 25 september 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.