Bestuursrecht overig

De taxatiekosten die eiser in de bezwaarfase heeft gemaakt komen niet voor vergoeding in aanmerking ondanks…

Rechtbank Rotterdam, 21 mei 2014

Zaakgegevens

Op 21 mei 2014 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
21 mei 2014
Datum publicatie
19 mei 2014
Zaaknummer
AWB-13_07162
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2014:3938
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De taxatiekosten die eiser in de bezwaarfase heeft gemaakt komen niet voor vergoeding in aanmerking ondanks gegrond bezwaar.

Procesgang

  1. Rechtbank Rotterdam · 21 mei 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:RBROT:2014:3938

  2. Gerechtshof Den Haag · 4 maart 2015

    ECLI:NL:GHDHA:2015:479

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Bestuursrecht 2

zaaknummer: ROT 13/7162

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 mei 2014 in de zaak tussen

[a], te Vlaardingen, eiser,

gemachtigde: M.R. van Yperen,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Vlaardingen, verweerder.

Procesverloop

Bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ), gedagtekend 28 februari 2013, heeft verweerder de waarde van de onroerende zaak [b] te Vlaardingen (hierna: de woning) per waardepeildatum 1 januari 2012 voor het belastingjaar 2013 vastgesteld op[bedrag], onder gelijktijdige oplegging van een daarmee corresponderende aanslag onroerende-zaakbelastingen.

Bij uitspraak op bezwaar van 1 oktober 2013 heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de beschikking en de aanslag van 28 februari 2013 gegrond verklaard als na te melden, onder dienovereenkomstige verlaging van de aanslag onroerende-zaakbelastingen.

Tegen deze uitspraak heeft eiser beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 mei 2014. Eiser is verschenen bij gemachtigde. Tevens was aanwezig P.R. Lammers, heffingsambtenaar.

Overwegingen

1.

Verweerder heeft in de uitspraak op bezwaar de WOZ-waarde nader vastgesteld op [bedrag]. Ter zitting heeft eiser aangegeven dat hij die waarde niet meer betwist. In geschil is de vergoeding van het taxatierapport dat eiser in de bezwaarfase heeft ingebracht.

2.

De beroepsgrond dat verweerder ten onrechte de in bezwaar gemaakte kosten voor het opstellen van een taxatierapport niet vergoedt, faalt.

Op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht worden de kosten die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende, voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

Het in bezwaar bestreden besluit is uitsluitend herroepen wegens onrechtmatigheid van een waarde boven [bedrag]. In verband daarmee heeft eiser redelijkerwijs geen kosten moeten maken voor het taxatierapport. Al voordat eiser het taxatierapport heeft laten opstellen, heeft verweerder meegedeeld dat hem was geadviseerd de waarde vast te stellen op [bedrag]. Eiser maakt niet aannemelijk dat hij er redelijkerwijs niet van uit kon gaan dat verweerder dit advies zou opvolgen in de uitspraak op bezwaar.

3.

Het beroep is ongegrond.

4.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Klomp, rechter, in aanwezigheid van

mr. R.B. van Dam, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2014.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer).