Bestuursrecht overig
Naar voor de rechtbank volgt uit de door eiser aangehaalde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van…
Rechtbank Rotterdam, 4 juni 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:4632 · Rechtbank Rotterdam · 4 juni 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2014-4632
Zaakgegevens
Op 4 juni 2014 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 4 juni 2014
- Datum publicatie
- 6 juni 2014
- Zaaknummer
- AWB-14_11872
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2014:4632
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Naar voor de rechtbank volgt uit de door eiser aangehaalde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 16 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:518, kan een terugkeerbesluit geen rechtskracht hebben indien en zolang verweerder alleen beoogt eiser uit te zetten naar een land binnen de Europese Unie. In dat geval is verweerder ook niet bevoegd een terugkeerbesluit nemen. In het geval verweerder eerder bevoegd een terugkeerbesluit heeft genomen, behoudt dat terugkeerbesluit zijn rechtskracht, zo volgt voor de rechtbank uit de uitspraak van de Afdeling 27 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ2799, als verweerder tegelijkertijd met een beoogde uitzetting naar een land buiten de Europese Unie, onderzoekt of uitzetting mogelijk is binnen de Europese Unie. Eerst als wordt bevestigd dat uitzetting mogelijk is binnen de Europese Unie, moet verweerder het terugkeerbesluit intrekken.
Partijen zijn het erover eens dat verweerder bevoegd was het terugkeerbesluit te nemen. Dat terugkeerbesluit behield zijn rechtskracht. Tegelijkertijd met de aan dat terugkeerbesluit verbonden beoogde terugkeer naar [c], vond het onderzoek plaats naar uitzetting naar [b]. De reden dat uit de voortgangsrapportage niet expliciet volgt dat verweerder tegelijkertijd met dat onderzoek uitzetting beoogde naar [c], is logischerwijs dat alleen het boeken van een vlucht nog ontbrak aan uitzetting naar [c] en het verrichten van die handeling het onderzoek naar de primair door eiser gewenste uitzetting naar [b] zinloos zou kunnen maken. Het onderzoek heeft niet bevestigd dat uitzetting mogelijk is binnen de Europese Unie.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Rotterdam
Team Bestuursrecht 2
zaaknummer: AWB 14/11872, V-nummer: 279.781.3963
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 juni 2014 in de zaak tussen
[a], eiser,
gemachtigde: mr. S. de Schutter,
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
gemachtigde: drs. P.E.G. Heijdanus Meershoek.
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de op 5 april 2014 aan hem opgelegde maatregel van bewaring en verzocht om schadevergoeding.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 mei 2014. Eiser is ter zitting verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
Niet in geschil is dat vanaf de datum waarop het claimverzoek voor [b] is afgewezen, 13 mei 2013, de uitzetting van eiser was gericht op [c] en dat mitsdien vanaf 13 mei 2014 een terugkeerbesluit was vereist om eiser in bewaring te kunnen houden.
In geschil is of het terugkeerbesluit van 28 april 2013 (het terugkeerbesluit) rechtskracht had op 13 mei 2013.
De beroepsgrond dat het terugkeerbesluit zijn rechtskracht verloor op de datum waarop verweerder een onderzoek startte naar het gestelde verblijfsrecht in [b], althans uiterlijk op 13 mei 2013, faalt.
Naar voor de rechtbank volgt uit de door eiser aangehaalde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 16 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:518, kan een terugkeerbesluit geen rechtskracht hebben indien en zolang verweerder alleen beoogt eiser uit te zetten naar een land binnen de Europese Unie. In dat geval is verweerder ook niet bevoegd een terugkeerbesluit nemen. In het geval verweerder eerder bevoegd een terugkeerbesluit heeft genomen, behoudt dat terugkeerbesluit zijn rechtskracht, zo volgt voor de rechtbank uit de uitspraak van de Afdeling 27 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ2799, als verweerder tegelijkertijd met een beoogde uitzetting naar een land buiten de Europese Unie, onderzoekt of uitzetting mogelijk is binnen de Europese Unie. Eerst als wordt bevestigd dat uitzetting mogelijk is binnen de Europese Unie, moet verweerder het terugkeerbesluit intrekken.
Partijen zijn het erover eens dat verweerder bevoegd was het terugkeerbesluit te nemen. Dat terugkeerbesluit behield zijn rechtskracht. Tegelijkertijd met de aan dat terugkeerbesluit verbonden beoogde terugkeer naar [c], vond het onderzoek plaats naar uitzetting naar [b]. De reden dat uit de voortgangsrapportage niet expliciet volgt dat verweerder tegelijkertijd met dat onderzoek uitzetting beoogde naar [c], is logischerwijs dat alleen het boeken van een vlucht nog ontbrak aan uitzetting naar [c] en het verrichten van die handeling het onderzoek naar de primair door eiser gewenste uitzetting naar [b] zinloos zou kunnen maken. Het onderzoek heeft niet bevestigd dat uitzetting mogelijk is binnen de Europese Unie.
Het beroep is ongegrond. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Klomp, rechter, in aanwezigheid van
mr. C. van Baaren, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2014.
griffier rechter
Afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.