Bestuursrecht overig

Het beroep is ingesteld na afloop van de in artikel 6:7 Awb genoemde termijn van zes weken…

Rechtbank Rotterdam, 6 maart 2015

Zaakgegevens

Op 6 maart 2015 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
6 maart 2015
Datum publicatie
3 maart 2015
Zaaknummer
ROT 14-5256
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2015:1469
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Het beroep is ingesteld na afloop van de in artikel 6:7 Awb genoemde termijn van zes weken. Niet-ontvankelijkverklaring blijft in een dergelijk geval op grond van artikel 6:11 van de Awb achterwege als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener niet in verzuim is geweest. Dat een eerder door hem tegen dezelfde beslissing ingesteld beroep door rechtbank niet-ontvankelijk is verklaard (ECLI:NL:RBROT:5914 uitspraak van 22 juli 2014) wegens het niet tijdig (volledig) voldoen van griffierecht is een omstandigheid die voor eisers rekening komt en het verzuim niet opheft.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Zittingsplaats Dordrecht

Team Bestuursrecht 2

zaaknummer: ROT 14/5256

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2015 in de zaak tussen

[Naam] , te [Plaats] , eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Binnenmaas, verweerder,

gemachtigde: dhr. A.G. Hendriks.

Procesverloop

Eiser heeft verweerder verzocht om hem een dwangsom toe te kennen wegens het niet tijdig beslissen op een informatieverzoek (omtrent de ambtelijke positie van twee personen die hem naar aanleiding van een bezwaarschrift hebben gehoord).

Bij beslissing op bezwaar van 20 maart 2014 heeft verweerder het bezwaar tegen de afwijzing van een dwangsom ongegrond verklaard.

Eiser heeft daartegen bij brief van 4 augustus 2014, ontvangen 6 augustus 2014, beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 februari 2015. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Het beroep is ingesteld na afloop van de in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) genoemde termijn van zes weken. Niet-ontvankelijkverklaring blijft in een dergelijk geval op grond van artikel 6:11 van de Awb achterwege als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener niet in verzuim is geweest. Dat een eerder door hem tegen dezelfde beslissing ingesteld beroep door rechtbank niet-ontvankelijk is verklaard (ECLI:NL:RBROT:5914 uitspraak van 22 juli 2014) wegens het niet tijdig (volledig) voldoen van griffierecht is een omstandigheid die voor eisers rekening komt en het verzuim niet opheft.

Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, rechter, in aanwezigheid van

mr. L.W.F. van Deyzen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

6 maart 2015.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.