Bestuursrecht overig

Mededeling dat vergunning van rechtswege is verlengd is niet gericht op rechtsgevolg

Rechtbank Rotterdam, 9 mei 2019

Zaakgegevens

Op 9 mei 2019 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
9 mei 2019
Datum publicatie
7 mei 2019
Zaaknummer
ROT 18/5300
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2019:3649
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mededeling dat vergunning van rechtswege is verlengd is niet gericht op rechtsgevolg

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 18/5300

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 mei 2019 in de zaak tussen

[naam] , te [woonplaats] , eiser,

en

de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, Agentschap Telecom, verweerder,

gemachtigden: mr. M. Morssink en R.H. Wierenga.

Procesverloop

Bij besluit van 3 september (het bestreden besluit) heeft verweerder beslist op het bezwaar van eiser tegen verweerders brief van 18 april 2018.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 februari 2019. Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

Verlenging van rechtswege

1. Eiser is allereerst opgekomen tegen de mededeling in verweerders brief van 18 april 2018, inhoudende dat eisers vergunning voor het gebruik van een Personal Locator Beacon (PLB-vergunning) van rechtswege is verlengd.

2. Zoals verweerder op juiste gronden in het bestreden besluit en het verweerschrift heeft uiteengezet, is de mededeling, dat de PLB-vergunning van rechtswege is verlengd, niet gericht op rechtsgevolg, zodat de brief van 18 april 2018 in zoverre geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) inhoudt.

3. Dit betekent dat verweerder het bezwaar in zoverre terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en het beroep in zoverre niet slaagt.

Vergoeding voor de vergunning

4. In de brief van 18 april 2018 is ook bepaald dat eiser een vergoeding van € 16,37 dient te betalen. In zoverre is er wel sprake van een besluit in de zin van de Awb.

5. Verweerder heeft in het bestreden besluit en het verweerschrift op toereikende wijze uiteengezet dat in dit geval eisers PLB-vergunning op grond artikel 3.17, tweede lid, van de Telecommunicatiewet van rechtswege is verlengd.

6. Hetgeen eiser overigens heeft aangevoerd tegen de verplichting om de vergoeding te betalen, is weerlegd in de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 30 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:187.

7. Ook in zoverre slaagt het beroep niet.

Conclusie

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. de Wildt, rechter, in aanwezigheid van

R.P. Evegaars, griffier. De beslissing is in het openbaar gedaan op 9 mei 2019.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.