Bestuursrecht overig

Wht, verzoek om PKV afgewezen. Verzoekster heeft na het instellen van het beroep het SAS-rapport ontvangen…

Rechtbank Rotterdam, 20 mei 2026

Zaakgegevens

Op 20 mei 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
20 mei 2026
Datum publicatie
15 juni 2026
Zaaknummer
ROT 23/6723
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:6844
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wht, verzoek om PKV afgewezen. Verzoekster heeft na het instellen van het beroep het SAS-rapport ontvangen. Verzoekster heeft in het beroepschrift niet gespecificeerd welke informatie ontbrak. Het ontvangen van de informatie in een andere procedure maakt niet dat tegemoet is gekomen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 23/6723


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2026 in de zaak tussen

[naam 1] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak),

en

Dienst Toeslagen

(gemachtigde: [naam 2] ).

Procesverloop

Met het besluit van 28 september 2023 heeft de Dienst Toeslagen het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van 8 maart 2022 over de gewone compensatie op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen, gegrond verklaard.

Verzoeker heeft op 3 oktober 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van 8 maart 2022.

Verzoeker heeft op 8 november 2023 beroep ingesteld tegen het besluit van 28 september 2023.

De rechtbank heeft de beroepen van verzoeker gevoegd.

Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en verzocht de Dienst Toeslagen te veroordelen in de proceskosten.

De Dienst Toeslagen heeft op het verzoek gereageerd.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

2. Verzoeker betoogt dat de Dienst Toeslagen in de proceskosten moet worden veroordeeld, omdat het instellen van het beroep noodzakelijk was om informatie te verkrijgen. Verzoeker heeft bij het instellen van het beroep om zijn persoonlijk dossier verzocht. Inmiddels heeft verzoeker via een ander besluitvormingstraject, namelijk een aanvraag om aanvullende compensatie voor de werkelijke schade, alsnog een zogenoemd SAS-rapport ontvangen, waaruit blijkt in welke jaren hij kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd. Op basis van deze informatie heeft verzoeker vastgesteld dat geen geschil meer bestaat over de toeslagjaren waarin compensatie is toegekend en het beroep ingetrokken.

3. De Dienst Toeslagen stelt zich op het standpunt dat verzoeker geen recht heeft op een proceskostenvergoeding, omdat geen sprake is van een geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan het beroep. De Dienst Toeslagen heeft het persoonlijk dossier niet aan verzoeker verstrekt in het kader van het door hem ingestelde beroep.

4. Naar het oordeel van de rechtbank is de Dienst Toeslagen niet aan verzoeker tegemoetgekomen. Het verzoek is kennelijk ongegrond. De rechtbank licht dat hierna toe.

4.1.

Voor zover het beroep betrekking heeft op het besluit van 28 september 2023, geldt dat verzoeker in zijn beroep niet heeft gespecificeerd welke informatie ontbrak. Uit het generiek geformuleerde beroepschrift en het aanvullende beroepschrift was bovendien niet af te leiden dat het geschil kennelijk was toegespitst op de vraag of de toegekende compensatie zag op de juiste toeslagjaren. Dat de Dienst Toeslagen in het kader van een ander besluitvormingstraject een SAS-rapport aan verzoeker heeft verstrekt, kan daarom niet worden aangemerkt als het tegemoetkomen aan het beroep van verzoeker.

4.2.

Voor zover het beroep betrekking heeft op het niet tijdig beslissen op het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van 8 maart 2022, geldt dat verzoeker dat beroep heeft ingesteld nadat de Dienst Toeslagen met het besluit van 23 september 2023 op dat bezwaar heeft beslist. Ook in zoverre is de Dienst Toeslagen dus niet tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Blokhuis, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Artikel 8:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikelen 8:54, eerste lid, en 8:75a, derde lid, van de Awb. Artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb.