Bestuursrecht overig
Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Uitvoeringsregeling Awir). Vaststelling…
Rechtbank Rotterdam, 27 mei 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:7008 · Rechtbank Rotterdam · 27 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-7008
Zaakgegevens
Op 27 mei 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 27 mei 2026
- Datum publicatie
- 17 juni 2026
- Zaaknummer
- ROT 24/2352
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:7008
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Uitvoeringsregeling Awir). Vaststelling betalingscapaciteit in het kader van een (persoonlijke) betalingsregeling. De Dienst Toeslagen heeft de betalingscapaciteit terecht vastgesteld op € 413,- per maand. De Dienst Toeslagen hoefde geen rekening te houden met de uitgaven van eiseres aan een vrijwillige inburgeringscursus. Beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/2352
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
en
Dienst Toeslagen,
(gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ).
Samenvatting
1. Eiseres is het niet eens met de betalingscapaciteit die de Dienst Toeslagen heeft vastgesteld. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen de betalingscapaciteit van eiseres terecht vastgesteld op € 413,- per maand. De Dienst Toeslagen hoefde geen rekening te houden met de uitgaven van eiseres aan een inburgeringscursus, omdat zij die vrijwillig volgde. Het beroep is ongegrond.
Procesverloop
2. Met het besluit van 15 augustus 2023 heeft de Dienst Toeslagen een betalingsregeling vastgesteld op grond van artikel 7, vijfde lid, van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Uitvoeringsregeling Awir).
Met het besluit van 27 december 2023 (het bestreden besluit) heeft de Dienst Toeslagen het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 15 augustus 2023 ongegrond verklaard.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit bij de Dienst Toeslagen. De Dienst Toeslagen heeft het beroepschrift doorgezonden aan de rechtbank.
De Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op de zitting van 22 januari 2026 behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de dochter van eiseres, [dochter eiseres] , en de gemachtigden van de Dienst Toeslagen.
Beoordeling door de rechtbank
3. Eiseres moet huur- en zorgtoeslag terugbetalen over de toeslagjaren 2019, 2020 en 2022. Het totale bedrag van de terugvorderingsbeschikkingen is € 10.829,-. Eiseres heeft om een betalingsregeling verzocht. De Dienst Toeslagen heeft de betalingscapaciteit van eiseres berekend op € 413,- per maand.
4. Eiseres betoogt dat de Dienst Toeslagen de betalingscapaciteit te hoog heeft vastgesteld. Zij heeft geen inkomen, haar echtgenoot betaalt alles. Eiseres is bezig met een inburgeringscursus die € 500,- per maand kost. Zij volgt die cursus om de Nederlandse nationaliteit te kunnen verkrijgen.
5. Voor de beoordeling van het beroep zijn de volgende regels van belang. Op verzoek van de belanghebbende kan de Dienst Toeslagen een betaling in termijnen van een terugvordering toestaan, gebaseerd op de betalingscapaciteit. De Dienst Toeslagen kan – afhankelijk van de concrete situatie van de belanghebbende en zijn gezin – bepaalde aanvaardbare uitgaven op de berekende betalingscapaciteit in mindering brengen. Het moet dan gaan om uitgaven die samenhangen met de maatschappelijke positie van de belanghebbende, en die naar het oordeel van de Dienst Toeslagen niet in redelijkheid kunnen worden betaald uit het normbedrag voor levensonderhoud en de zogenoemde uitvoeringstolerantie van 20%.
6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen de betalingscapaciteit van eiseres terecht vastgesteld op € 413,- per maand. De Dienst Toeslagen heeft de betalingscapaciteit berekend op basis van de gegevens die eiseres bij het verzoek om een betalingsregeling heeft verstrekt. De Dienst Toeslagen hoefde geen rekening te houden met de uitgaven van eiseres aan de inburgeringscursus. Zij was namelijk niet verplicht die cursus te volgen, maar volgde die vrijwillig. De Dienst Toeslagen mocht zich daarom in redelijkheid op het standpunt stellen dat geen sprake was van een aanvaardbare uitgave die samenhangt met de maatschappelijke positie van eiseres. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit van 27 december 2023 in stand blijft. Als de situatie van eiseres sinds 27 december 2023 is gewijzigd, kan zij een nieuw verzoek indienen om een betalingsregeling bij de Dienst Toeslagen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van G.J. Machwirth, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026.
De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.