Insolventierecht

WHOA-zaak. Beschikking vaststellen verhoogd budget observator

Rechtbank Rotterdam, 13 juli 2026

Zaakgegevens

Op 13 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
13 juli 2026
Datum publicatie
28 juli 2026
Zaaknummer
HO RK 26/308
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Advocaat
mr. M. Kooiman
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9174
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

WHOA-zaak. Beschikking vaststellen verhoogd budget observator

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Insolventies – meervoudige kamer

vaststellen verhoogd budget observator

zaak/rekestnummer: [nummer]

uitspraakdatum: 13 juli 2026

beschikking in de besloten akkoordprocedure van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[schuldenares],

statutair gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen: schuldenares,

advocaat: mr. M. Kooiman, kantoorhoudende te Rotterdam.

1 De procedure

1.1.

Schuldenares heeft op 4 juni 2026 een verklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 Fw ter griffie gedeponeerd.

1.2.

In de tussenbeschikking van 10 juni 2026 zijn de bevoegdheid van deze rechtbank en de keuze voor een besloten akkoordprocedure vastgesteld. De rechtbank heeft bij beschikking van 2 juli 2026 mr. J.O. Bijloo aangewezen als observator en hem opgedragen om binnen een week een begroting van de kosten van zijn werkzaamheden en die van eventuele derden die door hem worden geraadpleegd te maken en deze aan de rechtbank toe te zenden. In de beschikking van 2 juli 2026 heeft de rechtbank vooruitlopend op de begroting van de observator een voorlopig budget vastgesteld van € 7.500,00 exclusief BTW. De rechtbank heeft daarbij bepaald dat de kosten ten laste komen van schuldenares en dat zij voor de betaling daarvan zekerheid moet stellen

1.3.

De observator heeft bij brief van 10 juli 2026 de rechtbank een begroting van de kosten van zijn werkzaamheden en de eventueel door hem te raadplegen derden gezonden.

2 Het verzoek

2.1.

De observator heeft in voormelde brief van 10 juli 2026 de rechtbank verzocht zijn budget te verhogen naar € 25.000,00 exclusief 4% kantooropslag en BTW.

3 De beoordeling

3.1.

De rechtbank moet op grond van artikel 380 lid 4 Fw juncto artikel 371 lid 10 Fw het bedrag vaststellen dat de werkzaamheden van de observator en van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten. Dit bedrag kan nadien worden verhoogd.

3.2.

De observator heeft bij het verzoek vermeld dat de verhoging de goedkeuring van schuldenares heeft. Dit is schriftelijk bevestigd door schuldenares. De rechtbank ziet hierin aanleiding schuldenares niet nader op het verzoek te horen.

3.3.

De voorgestelde werkzaamheden zijn redelijkerwijs noodzakelijk in het kader van de beoogde herstructurering. De kosten die de observator heeft begroot zijn ook in omvang redelijk. De rechtbank zal het verhoogde budget dienovereenkomstig vaststellen.

4 De beslissing

De rechtbank:

- bepaalt dat het bedrag dat de werkzaamheden van de observator en die van de derden die door hem worden geraadpleegd ten hoogste mogen kosten wordt verhoogd tot

€ 25.000,00 exclusief BTW;

- bepaalt dat voornoemde kosten ten laste van schuldenares komen, en dat schuldenares voor de betaling daarvan ten genoegen van de observator zekerheid moet stellen.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.G.E. Prenger, voorzitter, mr. J.C.A.T. Frima en

mr. P.J. Neijt, rechters, en in aanwezigheid van mr. S. Verberne-van Ree, griffier, in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026.