Personen- en familierecht
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
Rechtbank Rotterdam, 6 oktober 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:15451 · Rechtbank Rotterdam · 6 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbrot-2026-15451
Zaakgegevens
Op 6 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 6 oktober 2026
- Datum publicatie
- 6 november 2026
- Zaaknummer
- C/10/726306 / JE RK 26-1822
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. N. Roos
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:15451
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/726306 / JE RK 26-1822
Datum uitspraak: 6 oktober 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,
gevestigd in Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] ,
geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder] ,
hierna te noemen: de moeder, wonende in [plaats 1] ,
advocaat: mr. N. Roos, kantoorhoudende in Rotterdam,
[vader] ,
hierna te noemen: de vader, wonende in [plaats 2] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[stiefmoeder] ,
hierna te noemen: de stiefmoeder, wonende in [plaats 2] .
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 11 september 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 oktober 2026. Daarbij waren aanwezig:
- mr. S.C. van Paridon, waarnemend voor mr. N. Roos;
- een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger van de GI] .
De vader, de stiefmoeder en de moeder zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader, de stiefmoeder en de moeder wel juist zijn opgeroepen.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft via de advocaat van de moeder aangegeven geen behoefte te hebben aan een kindgesprek.
2 De feiten
De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] verblijft bij Zorgboerderij [zorglocatie] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 juni 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 28 juli 2027.
3 Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht dit als volgt toe. De GI maakt zich zorgen over de opvoedsituatie van [minderjarige] . De GI ziet dat de relatie tussen de moeder en [minderjarige] ingewikkeld is en ziet een patroon van afstoten en aantrekken. Uit recent persoonlijk onderzoek is ook gebleken dat [minderjarige] meer zorg nodig heeft dan gemiddeld. Het is voor de moeder niet meer vol te houden thuis. De afgelopen periode zijn er meerdere vormen van intensieve hulpverlening ingezet. De moeder heeft zich tijdens deze trajecten volledig ingezet, maar dat is helaas niet voldoende geweest om de thuissituatie duurzaam te verbeteren. De GI ziet dat de zorgboerderij een fijne plek voor [minderjarige] is. Hij is goed aan te sturen en gaat goed mee in het programma. Er is onlangs omgang geweest tussen [minderjarige] en de moeder en dit is helaas geëscaleerd. De GI hoopt dat er door de uithuisplaatsing rust komt, dat [minderjarige] en de moeder positieve ervaringen kunnen opdoen en leuke dingen kunnen gaan doen.
4 Het standpunt van de moeder
Namens de moeder wordt geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De moeder vindt de situatie betreurenswaardig, maar ziet tegelijkertijd ook in dat een uithuisplaatsing nodig is.
5 De beoordeling
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat vanwege de kindeigen kwetsbaarheden van [minderjarige] en de draagkracht van de moeder de zorgen in de thuissituatie op dit moment niet kunnen worden weggenomen. Al langere tijd spelen er problemen binnen het gezin. In juli 2025 heeft de jeugdbeschermer, ondanks de langdurige voorgeschiedenis en het standpunt van de Raad dat wonen bij de moeder voor [minderjarige] niet haalbaar werd geacht, na de start van de ondertoezichtstelling ervoor gekozen om te onderzoeken of [minderjarige] met een andere en intensievere vorm van hulpverlening verantwoord bij moeder kon blijven wonen. Ondanks de inzet van Multi Systeem Therapie (MST), hulpverlening via ASVZ en de dagbesteding bij de zorgboerderij is het niet gelukt om voldoende stabiliteit in de thuissituatie te creëren. Uit recent onderzoek blijkt dat [minderjarige] vanwege zijn zwakbegaafdheid en een onsamenhangend ontwikkelingsprofiel aanzienlijk meer ondersteuning en nabijheid nodig heeft. [minderjarige] heeft een opvoedomgeving nodig waarin veel nabijheid, voorspelbaarheid, structuur en begrenzing aanwezig is. De afgelopen periode is duidelijk geworden dat de opvoed- en ondersteuningsbehoefte van [minderjarige] meer vraagt dan de moeder kan bieden. De moeder geeft op dit moment zelf aan dat zij de zorg voor [minderjarige] thuis niet langer kan dragen. Ook de vader heeft, vanwege zijn baan en de zorg voor de rest van zijn gezin, aangegeven de zorg voor [minderjarige] niet op zich te kunnen nemen.
Gelet op het voorgaande acht de kinderrechter een uithuisplaatsing op dit moment noodzakelijk om rust te creëren voor zowel [minderjarige] als de moeder. Het is positief dat [minderjarige] terecht kan op de zorgboerderij. De zorgboerderij is een voor hem vertrouwde omgeving en de begeleiding is daardoor bekend met het gedrag en de ondersteuningsbehoeften [minderjarige] . De kinderrechter acht het de komende periode van belang dat er wordt onderzocht welke omgang passend is tussen [minderjarige] en de moeder, op welke manier de moeder beter kan aansluiten bij de opvoed- en ondersteuningsbehoefte van [minderjarige] en of [minderjarige] in de toekomst weer terug naar huis kan. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 6 oktober 2026 tot 28 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026 door mr. D.G.J. Roset, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. F.W. Marijnen en mr. M. Henschen als griffiers, en op schrift gesteld op 19 oktober 2026. |
||
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
-
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
-
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.