Personen- en familierecht
Rechtbank Rotterdam · Eerste aanleg - enkelvoudig · Personen- en familierecht
Rechtbank Rotterdam, 3 september 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:7390 · Rechtbank Rotterdam · 3 september 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/personen-en-familierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2014-7390
Zaakgegevens
Op 3 september 2014 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 3 september 2014
- Datum publicatie
- 4 september 2014
- Zaaknummer
- C/10/458597 / FA RK 14-7164
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2014:7390
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Benoeming vereffenaar
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team familie 1
zaaknummer / rekestnummer: C/10/458597 / FA RK 14-7164
Beschikking van 3 september 2014 betreffende de benoeming tot vereffenaar van de nalatenschap
in de zaak van:
ING BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen verzoekster,
advocaat mr. J. Voskamp te Amsterdam.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen van verzoekster, ingekomen ter griffie op 26 augustus 2014.
2 De vaststaande feiten
Op 2 maart 2014 is te Capelle aan den IJssel overleden Emile DE GROOT, laatst gewoond hebbende te Rotterdam.
Erflaatster heeft niet bij testament over haar nalatenschap beschikt.
De bekende erfgenamen hebben de nalatenschap van erflaatster verworpen, zodat sprake is van een onbeheerde nalatenschap.
3 De beoordeling
Het verzoek strekt tot benoeming van mr. L.E.D. Tjeertes tot vereffenaar over de nalatenschap van erflaatster.
Het verzoek kan als niet onrechtmatig of ongegrond worden toegewezen.
De wet bepaalt dat de benoeming van een vereffenaar dient te worden gepubliceerd. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er geen dwingende noodzaak voor de – kostbare – wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking (publicatie in de Staatcourant en advertentie in twee nieuwsbladen) zodat dit niet zal worden bepaald. De belanghebbenden kunnen immers ook op een andere wijze, namelijk via internet, worden geïnformeerd, hetgeen iedere belanghebbende een even goede, wellicht betere, mogelijkheid geeft om de financiële situatie van de nalatenschap te kunnen inzien.
Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. De bekendmaking van de beschikking zal plaatsvinden op rechtspraak.nl/uitspraken. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd met internet beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever, dan met de publicatiemiddelen uit de tijd waarin het huidig erfrecht werd ontworpen, toen de toegang tot internet nog niet algemeen was.
Verzoekster zal daarom worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht.
4 De beslissing
De rechtbank:
benoemt tot vereffenaar over de nalatenschap van Emilie DE GROOT, geboren op 22 juni 1941 te Rotterdam, laatst gewoond hebbende te Rotterdam en overleden op
2 maart 2014 te Capelle aan den IJssel:
mevrouw mr. L.E.D. Tjeertes, geboren op 14 april 1974, verbonden als advocaat aan Nexus Advocaten, kantoorhoudende aan de Barbara Strozzilaan 201 te 1083 HN Amsterdam;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
verstaat dat de griffier de benoeming onverwijld doet inschrijven in het boedelregister van de rechtbank op de voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek;
verstaat dat deze beschikking bekend gemaakt zal worden door plaatsing op rechtspraak.nl/uitspraken.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.W. Kuip, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier C. Brasser op 3 september 2014.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.