Verbintenissenrecht
Herstelvonnis: verbetering van onjuist opgeschreven contractuele rente in het vonnis van 30 september 2026…
Rechtbank Rotterdam, 14 oktober 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:15045 · Rechtbank Rotterdam · 14 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbrot-2026-15045
Zaakgegevens
Op 14 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2026
- Datum publicatie
- 30 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/10/709179 / HA ZA 25-945
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. S. Velthuizen, mr. S.E. Streng
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:15045
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Herstelvonnis: verbetering van onjuist opgeschreven contractuele rente in het vonnis van 30 september 2026 (kennelijke fout, art. 31 lid 1 Rv)
Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:14049
Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
Handel en haven
Zaaknummer: C/10/709179 / HA ZA 25-945
Vonnis van 14 oktober 2026 op het verzoek tot herstel
in de zaak van
1 [eiser 1],
te Rotterdam,
2. [eiser 2] B.V.,
te Bergschenhoek,
hierna te noemen: [eiser 2],
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers],
advocaat: mr. S. Velthuizen,
tegen
1 [gedaagde 1],
te Amsterdam,
2. [gedaagde 2],
te Amsterdam,
3. [gedaagde 3],
te Amsterdam,
hierna te noemen: [gedaagde 3],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden],
advocaat: mr. S.E. Streng.
1 Het verzoek tot verbetering
Op 7 oktober 2026 hebben [gedaagden] de rechtbank verzocht om verbetering van het op 30 september 2026 in deze zaak gewezen vonnis. [gedaagden] voeren het volgende aan. In het dictum staat onder 6.1 dat [gedaagde 3] wordt veroordeeld tot betaling aan [eiser 2] van € 25.000, te vermeerderen met de overeengekomen contractuele rente van 5% per maand vanaf 1 mei 2024. Dit is een kennelijke fout omdat partijen 5% rente per jaar overeengekomen zijn. [eiser 2] heeft daarom ook (maar) 5% per jaar gevorderd, zoals door de rechtbank (juist) weergegeven in r.o. 4.1 van het vonnis. Verzocht wordt dit met spoed te behandelen, omdat [eisers] op dit moment aanspraak maken op € 62.736,92 (een evident foute berekening, gebaseerd op de fout in het dictum) en zij [gedaagde 3] slechts eenmaal in de gelegenheid hebben gesteld om hier vrijwillig aan te voldoen vóór 12 oktober 2026 ter voorkoming van executiemaatregelen.
Op 8 oktober 2026 hebben [eisers] aan de rechtbank laten weten dat zij zich refereren aan het oordeel van de rechtbank en dat zij niet kunnen beoordelen of er sprake is van een kennelijke fout. Bij de aanschrijving van [gedaagden] is het dictum gevolgd. Dat er 5% rente per maand is verschuldigd staat ook in rechtsoverweging 5.20 opgenomen. De aanschrijving om aan het vonnis te voldoen is inmiddels beperkt tot het bedrag van € 29.105,01 (het bedrag dat volgt uit de redenering [gedaagden] inclusief rente tot en met 12 oktober 2026), in afwachting van het oordeel van de rechtbank over dit verzoek. Volgens [eisers] is van spoed dus geen sprake (meer).
2 De beoordeling
Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.
De rechtbank oordeelt dat in het vonnis van 30 september 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Tussen [eiser 2] en [gedaagde 3] is een rente van 5% per jaar overeengekomen. Dit blijkt ook uit de feiten onder 3.5 van het vonnis: “De rente op deze lening is 5% per jaar, te berekenen per maand vanaf 1 mei 2024.” [eisers] hebben – zoals correct geformuleerd onder 4.1 van het vonnis – dan ook 5% per jaar gevorderd. In r.o. 5.20 en het dictum onder 6.1. staat vervolgens abusievelijk 5% per maand. Gezien [eiser 2] en [gedaagde 3] 5% per jaar zijn overeengekomen en [eisers] daarom ook 5% rente per jaar hebben gevorderd, is dat een kennelijke fout. De rechtbank zal het verzoek tot verbetering van het vonnis dan ook toewijzen als volgt.
3 De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat randnummer 5.20 van het op 30 september 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat:
“Hij is gehouden om de hoofdsom van € 25.000,00 terug te betalen aan [eiser 2] te vermeerderen met de overeengekomen rente van 5% per maand vanaf 1 mei 2024.”
wordt gewijzigd in:
“Hij is gehouden om de hoofdsom van € 25.000,00 terug te betalen aan [eiser 2] te vermeerderen met de overeengekomen rente van 5% per jaar, te berekenen per maand vanaf 1 mei 2024.”,
bepaalt dat randnummer 6.1 van het op 30 september 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat:
“veroordeelt [gedaagde 3] tot betaling aan [eiser 2] van € 25.000,00, te vermeerderen met
de overeengekomen contractuele rente van 5% per maand vanaf 1 mei 2024,”
wordt gewijzigd in:
“veroordeelt [gedaagde 3] tot betaling aan [eiser 2] van € 25.000,00, te vermeerderen met
de overeengekomen contractuele rente van 5% per jaar, te berekenen per maand vanaf 1 mei 2024,”,
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 14 oktober 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 30 september 2026,
verzoekt de partijen die een grosse hebben ontvangen, voor zover zij dit niet al hebben gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 30 september 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Arts en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2026.
3893/3455