Strafrecht overig
Stelselmatige informatie-inwinning; cautie Veroordeling tot 36 maanden waarvan 12 voorwaardelijk en een…
Rechtbank Rotterdam, 28 maart 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:2333 · Rechtbank Rotterdam · 28 maart 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2014-2333
Zaakgegevens
Op 28 maart 2014 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 28 maart 2014
- Datum publicatie
- 28 maart 2014
- Zaaknummer
- 10/960201-10
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2014:2333
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Stelselmatige informatie-inwinning; cautie
Veroordeling tot 36 maanden waarvan 12 voorwaardelijk en een geldboete van 10.000 euro wegens deelname aan een criminele organisatie gedurende 3 jaar en voorbereiding van invoer van cocaine in Nederland. De ingezette undercover agenten hebben niet deelgenomen aan criminele activiteiten of samengewerkt met (leden van) de organisatie. Er zijn bevelen afgegeven voor het stelselmatig inwinnen van informatie en pseudokoop. Verrichte activiteiten gaan de reikwijdte van die bevelen niet te buiten. Het geven van de cautie voor of tijdens gesprekken in het kader van het stelselmatig inwinnen van informatie verdraagt zich niet met het doel hiervan.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 1
Parketnummer: 10/960201-10
Datum uitspraak: 28 maart 2014
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te[geboorteplaats] (Suriname) op 25 december 1967,
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [adres],
verblijvende op het adres [verblijfsadres],
raadsman mr. L.J.B.G. van Kleef, advocaat te Amsterdam.
ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 6, 11, 16, 18 en 20 december 2013, 8, 9, 20, 27, 30 en 31 januari 2014 en 12, 13, 14 en 21 februari 2014. Het onderzoek is gesloten op 28 maart 2014.
TENLASTELEGGING
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting van 6 december 2013 overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
EIS OFFICIER VAN JUSTITIE
De officieren van justitie mrs. J. Patist en S. de Vries hebben gerekwireerd tot:
-
bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde, voor zover het zaaksdossiers Taxi en Celta betreft en het onder 2 ten laste gelegde;
-
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren met aftrek van voorarrest en een geldboete van € 15.000,-.
PARIËLE VRIJSPRAKEN FEIT 1 (zaaksdossiers Brinnie, Fabriek en Celta)
De verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 1 ten laste gelegde zaaksdossiers Brinnie en Fabriek.
Nu de officier van justitie hiertoe heeft gerekwireerd en dit ook door de verdediging is bepleit zal deze beslissing niet nader worden gemotiveerd.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft ten aanzien van het zaaksdossier Celta gerekwireerd tot bewezenverklaring en heeft daartoe, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.
Hoewel er geen partij cocaïne is aangetroffen, is, gelet op de onderzoeksbevindingen duidelijk dat de verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 6], [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] druk bezig zijn geweest met de voorbereidingen voor een partij cocaïne die in Spanje aan moest komen om daar afgeleverd te worden aan vermoedelijk de medeverdachten [medeverdachte 16] en [medeverdachte 9].
Oordeel van de rechtbank
Vooropgesteld wordt dat in relatie tot het zaaksdossier Celta geen cocaïne is aangetroffen. Dat de activiteiten van de verdachte betrekking hebben gehad op aflevering/verstrekking/vervoer van verdovende middelen, zal dan ook eenduidig uit de bewijsmiddelen moeten kunnen worden afgeleid om tot een veroordeling te kunnen komen.
De feiten en omstandigheden zoals deze blijken uit het dossier leiden niet tot een eenduidige conclusie. Hoewel de door de verdachte en zijn medeverdachten afgelegde verklaringen met betrekking tot het zaaksdossier Celta de nodige twijfels en vraagtekens oproepen, en bedoeld lijken te zijn om de werkelijke achtergrond van hun activiteiten te verhullen, concludeert de rechtbank op basis van het voorliggende zaaksdossier en het verhandelde ter zitting dat de activiteiten van de verdachte in dit dossier niet kwalificieerbaar zijn als de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen. De verdachte zal ook van dit zaaksdossier worden vrijgesproken.
BEWEZENVERKLARING
Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze:
Feit 1
hij
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 november 2010 tot en met 21 november 2011 te Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland, en/of Colon, althans Panama, en/of Peru, en/of Bogota, althans in Colombia, en/of Saramacca en/of Paramaribo, althans in Suriname, en/of Brits-Guyana, en/of Maroa, althans Venezuela, en/of Antwerpen, althans in België, en/of Vigo en/of Barcelona, althans in Spanje,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te
weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne),
te weten:
-
het verstrekken en/of vervoeren van ongeveer 400 kilogram, in elk geval een hoeveelheid cocaïne, vanuit Colon, althans Panama (via het terrein van het bedrijf Europe Container Terminals, althans het Rotterdamse havengebied) in de periode van 1 maart 2009 tot en met 3 april 2012 (ZD Brinnie) en/of
-
het verwerken en/of vervoeren en/of afleveren van een onbekende hoeveelheid cocaïne vanuit Peru en/of Bogota, althans Colombia en/of Saramacca, althans Suriname (via een boot met containers via Brits-Guyana en/of Maroa, althans Venezuela en/of via de luchtvaart) in de periode van 27 mei 2010 tot en met 3 april 2012 (ZD Fabriek) en/of
-
het vervoeren en/of afleveren van ongeveer 35 en/of ongeveer 1 en/of ongeveer 1000 kilogram cocaïne, in elk geval een of meer hoeveelheden cocaïne, in de periode van 10 november 2010 tot en met 21 november 2011 (ZD Taxi) en/of
-
afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van een onbekende hoeveelheid cocaïne vanuit Vigo en/of Barcelona, althans Spanje (in een container/via een of meer bo(o)ten en/of vervolgens vervoerd naar een huis met garage) in de periode van 1 februari 2012 tot en met 3 april 2012 (ZD Celta)
voor te bereiden en/of te bevorderen,
-
een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
-
zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft trachten te verschaffen, en/of
-
voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit,
immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tezamen en in
vereniging met elkaar, althans ieder voor zich, toen en daar opzettelijk:
-
één of meer telefoongesprek(ken) gevoerd (in versluierd taalgebruik) met betrekking tot het invoeren en/of uitvoeren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
-
één of meer ping/smsbericht(en) verstuurd en/of ontvangen met betrekking tot het invoeren en/of uitvoeren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
-
met één of meer perso(o)n(en) contact opgenomen en/of ontmoeting(en) gehad met betrekking tot het verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of invoeren en/of uitvoeren van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
-
een of meer geldbedrag(en) overgemaakt en/of geleend en/of overhandigd en/of in ontvangst genomen en/of vervoerd ten behoeve van het verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of invoeren en/of uitvoeren van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
-
(meermalen) één of meer codewoorden bedacht en/of gebruikt voor de communicatie met medeverdachten met betrekking tot het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of afleveren en/of vervoeren van voornoemde hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
- een of meer blackberries en/of sim-kaarten aangeschaft/laten aanschaffen ten behoeve van de communicatie met medeverdachten en/of andere onbekend gebleven personen en/of
-
vluchtschema’s van diverse luchtvaartmaatschappijen voorhanden gehad en/of
-
papieren bescheiden met (heimelijke) bergplaatsen in vaar- en vliegtuigen voorhanden gehad en/of
-
papieren bescheiden met de werkwijze voor het uithalen van de cocaïne uit vaar- en vliegtuigen voorhanden gehad en/of
-
papieren bescheiden met schema’s van vaarroutes voorhanden gehad en/of
-
papieren bescheiden met namen van (container)schepen en/of rederijen en/of kadenummers in de haven (van Antwerpen) voorhanden gehad en/of
-
een of meer (taxi)ritten (laten) maken/gemaakt met een of meer potentiële afnemer(s) van cocaïne;
-
een of meer reisbeweging(en) gemaakt/laten maken naar onder meer België en/of Frankrijk met betrekking tot het verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of invoeren en/of uitvoeren van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne), dan wel het maken van afspraken hierover;
Feit 2
hij
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 3 april 2012 te Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland, en/of Nederlandse Antillen en/of Trinidad en Tobago, en/of Hong Kong, althans in China, en/of Peru en/of Bogota, althans in Colombia en/of Saramacca en/of Paramaribo, althans in Suriname, en/of Brazilië en/of Mexico, en/of Praia, althans in Kaap-Verdië, en/of Montego Bay, althans in Jamaica, en/of Punta Cana, althans in de Dominicaanse Republiek, en/of Antwerpen, althans in België, en/of Vigo en/of Barcelona, althans in Spanje;
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, waartoe hij, verdachte en/of zijn mededader(s), te weten [medeverdachte 1] en/of[medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of[medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 12] en/of een of meer andere personen behoorden, welke organisatie het oogmerk had het plegen van misdrijven als omschreven in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid, 10a eerste lid van de Opiumwet, te weten
-
het (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van (telkens) een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I en/of
-
het (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne van (telkens) een hoeveelheid cocaïne, (telkens) zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,
* zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
* een of meer anderen getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
* voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en).
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
BEWIJSMOTIVERING
De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, zoals vermeld op de aangehechte bijlage II, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
NADERE BEWIJSOVERWEGINGEN
Stelselmatige informatie-inwinning versus infiltratie (zaaksdossier Taxi)
Standpunt van de verdediging
In de zaak tegen de verdachte zijn acht infiltranten ingezet. Deze opsporingsambtenaren hebben niet de aspecten van het leven van de verdachte of zijn medeverdachte [medeverdachte 1] in beeld gebracht, maar zijn doelbewust gaan toewerken naar pseudokoop, althans naar besprekingen/voorbereidingshandelingen die zouden hebben moeten leiden tot levering van duizend kilo cocaïne. De bevoegdheid van artikel 126j van het Wetboek van Strafvordering is ver overschreden en er is geen bevel ex artikel 126h van het Wetboek van Strafvordering gegeven, terwijl ook overigens aan de vereisten van artikel 126h van het Wetboek van Strafvordering niet is voldaan.
Voorts is over de landsgrenzen door een infiltratiegroep geopereerd, zonder dat daartoe toestemming was verleend door de bevoegde, buitenlandse autoriteiten.
Bovendien moet ‘het verkrijgen van inlichtingen’ van de verdachte, aangaande de invoer van verdovende middelen en zijn betrokkenheid daarbij, worden beschouwd als een verhoor in de zin van artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering, zonder dat de daarvoor voorgeschreven waarborgen in acht zijn genomen.
De resultaten van de inspanningen van het opsporingsteam, te weten de processen-verbaal houdende de vastlegging van communicatiecontacten van de werkers onder dekmantel, dienen op grond van artikel 359a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering van het bewijs te worden uitgesloten.
Standpunt van de officier van justitie
Van infiltratie is geen sprake geweest. Er is in de eerste plaats sprake geweest van het stelselmatig inwinnen van informatie en vervolgens van (een poging tot) pseudokoop. Beide op basis van een daartoe gegeven bevel. In het geval van het stelselmatig inwinnen van informatie dringt een opsporingsambtenaar diep door in het leven van een subject, ter inwinning van die informatie, maar maakt geen deel uit van de criminele groep waartoe dat subject mogelijk behoort.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank deelt de opvatting van de verdediging niet. Daartoe zij het volgende overwogen. Met een bevel ex artikel 126j van het Wetboek van Strafvordering wordt beoogd dat de opsporingsambtenaar actief interfereert in het leven van de verdachte en wel op zodanige wijze dat met de verdachte en/of personen uit zijn directe omgeving contacten worden onderhouden. Daarbij is denkbaar dat wordt aangesloten bij een sportclub of een uitgaansgelegenheid alwaar de verdachte zich ophoudt, of zelfs dat intieme relaties worden aangegaan. De rechtbank is van oordeel dat het niveau van bemoeiing van de kant van de betreffende verbalisanten het voorgaande niet te boven is gegaan. Het heeft er alle schijn van dat de verbalisanten op weg naar een pseudokoop met de medeverdachte [medeverdachte 1] zijn geweest, gelet op de gesprekken over de partij van 35 kilo – naar de rechtbank ambtshalve bekend is uit het dossier van [medeverdachte 1], bevindt zich daarin een bevel ex artikel 126i van het Wetboek van Strafvordering – maar gezien de feitelijke constellatie zoals die is beschreven in de processen-verbaal van de verbalisant ‘Theo’ was er – nog lang – geen sprake van infiltratie, nu dit laatste zou meebrengen dat zou worden deelgenomen/medegewerkt aan een groep van personen en wel in die zin dat ofwel van binnen uit de organisatie/groep wordt geopereerd ofwel van buiten via bijvoorbeeld frontstores middels het aanbieden van faciliteiten. Van dit alles is in dit geval echter niet gebleken.
De verdediging heeft voorts gesteld dat over de landsgrenzen zonder toestemming door de infiltratiegroep zou zijn geopereerd, maar nu van infiltratie geen sprake is wordt dit gepasseerd, nog los van de vraag of door het ontbreken van een dergelijke toestemming de verdachte in zijn belangen kan zijn geraakt. Ook zou aan de verdachte de cautie voor/tijdens gesprekken moeten zijn gegeven, maar dat verdraagt zich niet met de uitvoering van een bevel ex artikel 126j van het Wetboek van Strafvordering zodat van een schending van artikel 152 van het Wetboek van Strafvordering c.q. de aanwijzing auditief /audiovisueel verhoren ook geen sprake kan zijn. Tenslotte heeft de officier van justitie een niet onaannemelijke verklaring gegeven voor het tijdstip van verbaliseren in deze kwestie, zodat ook dit geen consequenties heeft.
Het verweer wordt op alle onderdelen verworpen.
Gehandeld ter ontmaskering van de politie (zaaksdossier Taxi)
Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard – kort weergeven – dat hij handelde om de verbalisant ‘Theo’ te ontmaskeren. De verdachte wist dat ‘Theo’ van de politie was en wilde een val voor hem zetten. Zijn medeverdachte [medeverdachte 21] was hiervan op de hoogte, aldus de verdachte.
Dit verweer wordt verworpen.
Gelet op het zaaksdossier Taxi en onderzoek ter terechtzitting is niet aannemelijk geworden dat de verdachte handelde ter ontmaskering van de verbalisant ‘Theo’, temeer nu de medeverdachte [medeverdachte 21], bij uitstek degene die de verklaring van de verdachte zou kunnen bevestigen, zich telkens op zijn zwijgrecht heeft beroepen. Het zaaksdossier bevat ook overigens geen enkele andere aanwijzing ter staving van het verweer van de verdachte. Bovendien geldt de uitwerking van de pinggesprekken van 20 november 2011 (zie bijlage II bij dit vonnis) als contra-indicatie voor het gevoerde verweer.
Niet ondertekend proces-verbaal van verhoor (zaaksdossier Taxi)
Het proces-verbaal van verhoor van de verdachte van 8 juni 2012 werd, hoewel de verdachte verklaarde daarin te volharden, niet door hem ondertekend. Tijdens het verhoor van de verdachte van 11 juni 2012, verklaarde hij dat hij nadat hij het proces-verbaal van zijn verhoor van 8 juni 2012 had doorgelezen, dat er meerdere dingen, kleine dingetjes, niet klopten. Dingen waren anders geïnterpreteerd. Hij gaf aan dat hij wel wilde ingaan op dingen, maar pas na overleg met zijn advocaat.
De rechtbank overweegt hieromtrent, gelet op het onderliggende zaaksdossier Taxi en het onderzoek ter terechtzitting, dat de verdachte nadien nimmer heeft aangegeven wat de door hem bedoelde punten waren die niet correct in het proces-verbaal van verhoor waren opgenomen, zodat de rechtbank het er voor houdt dat de verklaring van de verdachte van 8 juni 2012 op juiste wijze in het proces-verbaal van verhoor is opgenomen.
Criminele organisatie (feit 2)
Er zijn verschillende opvattingen naar voren gebracht over de vraag of in deze zaak sprake is van een organisatie in de zin van artikel 11a van de Opiumwet. Daarover valt het volgende te zeggen.
Allereerst dient de rechtbank vast te stellen van welke eisen op dit punt moet worden uitgegaan. De rechtbank volgt in beginsel de eisen welke de Hoge Raad sedert 1990 in bestendige jurisprudentie heeft geformuleerd. Deze lijn is in het arrest van 22 januari 2008, NJ 2008,72 nog eens bevestigd.
Bij het beantwoorden van de vraag wanneer sprake is van een organisatie ex artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht/artikel 11a van de Opiumwet dient – los van het daarbij behorende oogmerk, waarover hieronder meer – te worden uitgegaan van:
- een samenwerkingsverband;
- met een zekere duurzaamheid en structuur;
- tussen verdachte en tenminste een (1) andere persoon.
Onderzocht moet worden of daar in het onderhavige geval sprake van is.
De eerste vraag: is er een samenwerkingsverband? Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank sprake in de periode gelegen tussen 1 maart 2009 en 3 april 2012. In die periode – welke niet voor elke deelnemer exact dezelfde en gelijk is – is er sprake van een samenwerking tussen de verdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 8], [medeverdachte 7], [medeverdachte 11], [verdachte] en [medeverdachte 6], met name bestaande in het al dan niet feitelijk voorbereiden van vervoer naar Nederland van op lijst I staande bij de Opiumwet genoemde stoffen (allen), het faciliteren van transport en feitelijk verschaffen van financiële middelen ([verdachte]- Ganzenhoef) en het verzorgen van ondersteuning van gedetineerde deelnemers/hulppersonen ([verdachte], [medeverdachte 8] i.v.m. [medeverdachte 11] en [medeverdachte 15]), het instigeren van voorbereidingshandelingen teneinde voornoemde stoffen naar Nederland te brengen(Jamaica: [medeverdachte 1] en [medeverdachte 8]), het faciliteren van verblijfsruimte ([medeverdachte 1], [medeverdachte 6]), en het onderbrengen van opbrengsten (Coupure: [medeverdachte 8])
De tweede vraag: is er sprake van duurzaamheid en structuur? Om met het laatste te beginnen, de structuur blijkt uit het totale aantal deelnemers, te weten de verdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 8], [medeverdachte 7], [medeverdachte 11], [verdachte] en [medeverdachte 6], waarbij [medeverdachte 1] – en in mindere mate – [medeverdachte 7] en [medeverdachte 11] zich manifesteren als degenen met de (meeste) initiatieven. Dit blijkt onder meer uit de omstandigheid dat [medeverdachte 1] frequent contact met verdachte(n) heeft, waarbij voor die contacten een zogenaamd safe house aan het [adres 1] te Amsterdam door hem, door tussenkomst van een ex-vriendin, wordt aangeschaft en hij steeds met anderen, waarmede kennelijk over illegale activiteiten moet worden gesproken, in bedekte termen daarover in dat huis spreekt en waarbij hij met regelmaat aangeeft wat anderen moeten doen, wat hij van hen verwacht en hij (die) anderen terecht wijst indien zij niet aan zijn verwachtingen voldoen (“[medeverdachte 16] acht jaar onderhouden”).
Voorts zijn ook hier van belang de hierboven geschetste omstandigheden alsmede de (frequente) onderlinge contacten tussen één of meer van de hiervoor genoemde personen. De duurzaamheid is in dit geval gegeven door de tijdspanne waarin een en ander zich heeft afgespeeld, te weten de periode tussen 1 maart 2009 en 3 april 2012, namelijk het moment van de aanhouding van de (hoofd)verdachten, alsmede de frequentie van de contacten.
Tenslotte de derde vraag, deze wordt eigenlijk door het hierboven overwogene reeds beantwoord. Een korte greep uit het dossier biedt overigens het volgende: door de verdachten wordt in al dan niet wisselende samenstelling in bedekte termen gesproken over de zogenaamde lijst 1 Opiumwet activiteiten en aanverwante zaken in het [adres 1], maar ook één op één per telefoon en mail, alsmede tijdens (gezamenlijke) reizen en verblijven in het buitenland.
Het voorgaande leidt de rechtbank tot de vaststelling dat tussen verdachte en de hierboven genoemden sprake is geweest van een duurzaam samenwerkingsverband dat voldoet aan de feitelijke kenmerken van een organisatie als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet.
Daarmede staat echter nog niet vast dat deze organisatie er ook daadwerkelijk een is in de zin van voornoemde artikelen. Daarvoor moet immers vast komen te staan dat de organisatie zich richtte op het plegen van een of meer strafbare feiten als genoemd in de tenlastelegging. Naar het oordeel van de rechtbank is dat het geval. Gelet op de omstandigheid dat de rechtbank – kort gezegd – voorbereiding van drugstransporten/transacties in de onderscheiden dossiers bewezen verklaart en deze naar het oordeel van de rechtbank niet alleen doch deels tezamen en in vereniging met onder meer dezelfde personen als hierboven genoemd zijn begaan, alsmede de in het dossier genoemde overige feitelijke activiteiten welk zien c.q. raakvlakken hebben met de zogenaamde lijst 1 Opiumwet stoffen (onder meer het zaaksdossiers Celta), kan niet anders dan tot de conclusie worden gekomen dat deze organisatie als zodanig zich heeft beziggehouden met het plegen van deze strafbare feiten.
Het voorgaande leidt de rechtbank tot de vaststelling dat tussen de hierboven genoemden sprake is geweest van een organisatie welke zich heeft beziggehouden met de feiten die worden genoemd in de bewezenverklaring, terwijl de omstandigheid dat de in de bewezenverklaring genoemde feitelijke handelingen, welke deels een separate bewezenverklaring vinden in de hierboven genoemde – deels eveneens bewezenverklaarde – feiten, welke gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen het vereiste oogmerk invullen.
STRAFBAARHEID FEITEN
De bewezen feiten leveren op:
1.
medeplegen van een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen;
2.
deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, vierde en vijfde lid, van de Opiumwet.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De feiten zijn dus strafbaar.
STRAFBAARHEID VERDACHTE
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.
STRAFMOTIVERING
De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden en de draagkracht van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft deel uitgemaakt van een criminele organisatie die zich bezighield met de invoer van harddrugs in Nederland. De verdachte heeft zich binnen die organisatie met name bezig gehouden met het al dan niet feitelijk voorbereiden van vervoer en handel in verdovende middelen van lijst I van de Opiumwet en heeft daarbij een ondersteunende rol vervuld. Zo fungeerde hij met name voor de medeverdachte [medeverdachte 1] als (taxi)chauffeur, werd hij vaak op pad gestuurd om contacten te leggen of te onderhouden en om geld op te halen of te brengen.
Criminele organisaties ondermijnen de rechtsorde, veroorzaken maatschappelijke onrust en berokkenen de maatschappij financieel nadeel.
De verdachte heeft zich samen met anderen bovendien schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen ten behoeve van het vervoer en de aflevering van verschillende hoeveelheiden cocaïne.
Dit zijn ernstige feiten die bijdragen aan de verspreiding en het gebruik van harddrugs. Het op de markt brengen van harddrugs vormt een ernstige bedreiging van de volksgezondheid en bevordert de toename van vermogensdelicten. Het is algemeen bekend dat gebruikers veelvuldig strafbare feiten plegen om aan geld voor drugs te komen. Dit is maatschappelijk gezien onaanvaardbaar. Voorts is het een feit van algemene bekendheid dat dit soort feiten veel geld oplevert aan alle personen die zitten in de lijn van de invoer tot aan de uiteindelijke verkoop aan de gebruiker.
Op dergelijke feiten dient te worden gereageerd met het opleggen van zowel een gevangenisstraf van aanzienlijke duur als een geldboete.
Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het voordeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 5 april 2012 niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Hierin wordt aanleiding gezien een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.
Nu geen verweer is gevoerd op hoogte van de door de officier van justitie gevorderde geldboete en de rechtbank geen algemene bezwaren ziet in de oplegging daarvan, zal aan de verdachte tevens een geldboete worden opgelegd. Rekening houdende met de partiële vrijspraak zoals hiervoor overwogen (zaaksdossier Celta), zal aan de verdachte een lagere geldboete worden opgelegd dan door de officier van justitie geëist.
Alles afwegend worden na te noemen straffen passend en geboden geacht.
TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 10, 10a en 11a van de Opiumwet.
BESLISSING
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden, alsmede tot een geldboete van € 10.000,- (zegge: tienduizend euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door 85 (vijfentachtig) dagen hechtenis;
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op 2 (twee) jaren, na te melden voorwaarde overtreedt;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J. van der Groen, voorzitter,
en mrs. D.C.J. Peeck en S.M. den Hollander, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Snoeren en R. Meulendijk, griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 maart 2014.
Bijlage I bij vonnis van 28 maart 2014.
TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Feit 1
hij
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 tot en met 3 april 2012 te Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland, en/of Colon, althans Panama, en/of Peru, en/of Bogota, althans in Colombia, en/of Saramacca en/of Paramaribo, althans in Suriname, en/of Brits-Guyana, en/of Maroa, althans Venezuela, en/of Antwerpen, althans in België, en/of Vigo en/of Barcelona, althans in Spanje,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te
weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne),
te weten:
-
het verstrekken en/of vervoeren van ongeveer 400 kilogram, in elk geval een hoeveelheid cocaïne, vanuit Colon, althans Panama (via het terrein van het bedrijf Europe Container Terminals, althans het Rotterdamse havengebied) in de periode van 1 maart 2009 tot en met 3 april 2012 (ZD Brinnie) en/of
-
het verwerken en/of vervoeren en/of afleveren van een onbekende hoeveelheid cocaïne vanuit Peru en/of Bogota, althans Colombia en/of Saramacca, althans Suriname (via een boot met containers via Brits-Guyana en/of Maroa, althans Venezuela en/of via de luchtvaart) in de periode van 27 mei 2010 tot en met 3 april 2012 (ZD Fabriek) en/of
-
het vervoeren en/of afleveren van ongeveer 35 en/of ongeveer 1 en/of ongeveer 1000 kilogram cocaïne, in elk geval een of meer hoeveelheden cocaïne, in de periode van 10 november 2010 tot en met 21 november 2011 (ZD Taxi) en/of
-
afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van een onbekende hoeveelheid cocaïne vanuit Vigo en/of Barcelona, althans Spanje (in een container/via een of meer bo(o)ten en/of vervolgens vervoerd naar een huis met garage) in de periode van 1 februari 2012 tot en met 3 april 2012 (ZD Celta)
voor te bereiden en/of te bevorderen,
-
een of meer ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of
-
zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft trachten te verschaffen, en/of
-
voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit,
immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tezamen en in
vereniging met elkaar, althans ieder voor zich, toen en daar opzettelijk:
-
één of meer telefoongesprek(ken) gevoerd (in versluierd taalgebruik) met betrekking tot het invoeren en/of uitvoeren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
-
één of meer ping/smsbericht(en) verstuurd en/of ontvangen met betrekking tot het invoeren en/of uitvoeren en /of verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
-
met één of meer perso(o)n(en) contact opgenomen en/of ontmoeting(en) gehad met betrekking tot het verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of invoeren en/of uitvoeren van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
-
een of meer geldbedrag(en) overgemaakt en/of geleend en/of overhandigd en/of in ontvangst genomen en/of vervoerd ten behoeve van het verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of invoeren en/of uitvoeren van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
-
(meermalen) één of meer codewoorden bedacht en/of gebruikt voor de communicatie met medeverdachten met betrekking tot het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of afleveren en/of vervoeren van voornoemde hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of
- een of meer blackberries en/of sim-kaarten aangeschaft/laten aanschaffen ten behoeve van de communicatie met medeverdachten en/of andere onbekend gebleven personen en/of
-
vluchtschema’s van diverse luchtvaartmaatschappijen voorhanden gehad en/of
-
papieren bescheiden met (heimelijke) bergplaatsen in vaar- en vliegtuigen voorhanden gehad en/of
-
papieren bescheiden met de werkwijze voor het uithalen van de cocaïne uit vaar- en vliegtuigen voorhanden gehad en/of
-
papieren bescheiden met schema’s van vaarroutes voorhanden gehad en/of
-
papieren bescheiden met namen van (container)schepen en/of rederijen en/of kadenummers in de haven (van Antwerpen) voorhanden gehad en/of
-
een of meer (taxi)ritten (laten) maken/gemaakt met een of meer potentiële afnemer(s) van cocaïne;
-
een of meer reisbeweging(en) gemaakt/laten maken naar onder meer België en/of Frankrijk met betrekking tot het verstrekken en/of vervoeren en/of afleveren en/of verkopen en/of invoeren en/of uitvoeren van een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne), dan wel het maken van afspraken hierover;
(artikel 10a jo artikel 2 jo artikel 10 van de Opiumwet)
Feit 2
hij
op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2009 en met 3 april 2012 te Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland, en/of Nederlandse Antillen en/of Trinidad en Tobago, en/of Hong Kong, althans in China, en/of Peru en/of Bogota, althans in Colombia en/of Saramacca en/of Paramaribo, althans in Suriname, en/of Brazilië en/of Mexico, en/of Praia, althans in Kaap-Verdië, en/of Montego Bay, althans in Jamaica, en/of Punta Cana, althans in de Dominicaanse Republiek, en/of Antwerpen, althans in België, en/of Vigo en/of Barcelona, althans in Spanje;
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, waartoe hij, verdachte en/of zijn mededader(s), te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 6] en/of[medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 12] en/of een of meer andere personen behoorden, welke organisatie het oogmerk had het plegen van misdrijven als omschreven in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid, 10a eerste lid van de Opiumwet, te weten
-
het (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van (telkens) een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I en/of
-
het (telkens) tezamen en in vereniging met anderen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne van (telkens) een hoeveelheid cocaïne, (telkens) zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,
* zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
* een of meer anderen getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of
* voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en);
(ZD Action, ZD Brinnie, ZD Celta, ZD Coupure, ZD Fabriek, ZD Hooke, ZD Jamaica, ZD Kikai, ZD Mexico, ZD Picasso, ZD Taxi)
(artikel 11A van de Opiumwet)