Strafrecht overig
Oproeping nietig. Ontnemingszaak.
Rechtbank Rotterdam, 2 februari 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:4065 · Rechtbank Rotterdam · 2 februari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2017-4065
Zaakgegevens
Op 2 februari 2017 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 2 februari 2017
- Datum publicatie
- 29 mei 2017
- Zaaknummer
- 10/770003-13 ontneming vonnis
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2017:4065
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Oproeping nietig. Ontnemingszaak.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 1
Parketnummer: 10/770003-13
Datum uitspraak: 2 februari 2017
Verstek
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie in de zaak tegen de veroordeelde:
[naam veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats veroordeelde] [geboorteland veroordeelde] ) op [geboortedaum veroordeelde] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres veroordeelde] , [woonplaats veroordeelde] ,
Raadsman mr. G.R. Stolk, advocaat te Schiedam.
Onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 februari 2017.
Vordering
De vordering van de officier van justitie, mr. C.J.A. van der Maas, strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en tot het opleggen aan de veroordeelde van de verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel tot een maximum van € 13.362,99.
Geldigheid oproeping
Standpunt verdediging
Aangevoerd is dat de oproeping nietig is, nu deze onjuist aan de verdachte betekend is.
Beoordeling
Niet is gebleken dat de oproeping op de bij de wet voorgeschreven wijze aan verdachte is
betekend en de verdachte is niet ter terechtzitting verschenen.
Conclusie
De oproeping is nietig.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart de oproeping nietig.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. J.H. Janssen, voorzitter,
en mrs. E.G. Fels en M. Cupido, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. van Hemert, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 februari 2017.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.