Strafrecht overig
Officier van justitie niet-ontvankelijk, omdat de verdachte is vrijgesproken in de hoofdzaak.
Rechtbank Rotterdam, 17 mei 2023
ECLI:NL:RBROT:2023:4559 · Rechtbank Rotterdam · 17 mei 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2023-4559
Zaakgegevens
Op 17 mei 2023 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 17 mei 2023
- Datum publicatie
- 2 juni 2023
- Zaaknummer
- 10/027865-21 (ontneming)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2023:4559
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Officier van justitie niet-ontvankelijk, omdat de verdachte is vrijgesproken in de hoofdzaak.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 1
Parketnummer: 10/027865-21 (ontneming)
Datum uitspraak: 17 mei 2023
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) van de officier van justitie in de zaak tegen:
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1966,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres01] [postcode01] [plaats01] ,
raadsman mr. P.T. Verweijen, advocaat te Rotterdam.
1 Onderzoek op de terechtzitting
Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 17 mei 2023.
2 Vonnis strafzaak
Bij vonnis van deze rechtbank van 17 mei 2023 is [verdachte01] vrijgesproken van de feiten waarop de vordering is gebaseerd.
3 Vordering
De vordering van de officier van justitie X.C. van Balen strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel tot een maximum van € 135.365,--.
4 Ontvankelijkheid officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting geconcludeerd tot haar niet-ontvankelijkheid in de vordering.
De verdediging heeft zich hierbij aangesloten.
De rechtbank is van oordeel dat nu [verdachte01] als verdachte in de hoofdzaak is vrijgesproken, de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de ontnemingsvordering.
5 Beslissing
De rechtbank:
verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door: mr. E. Rabbie, voorzitter,
en mrs. H.I. Kernkamp-Maathuis en C.J.L. van Dam, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 mei 2023.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.