Strafrecht overig

Rechtbank Rotterdam · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig

Rechtbank Rotterdam, 27 februari 2024

Zaakgegevens

Op 27 februari 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
27 februari 2024
Datum publicatie
20 maart 2024
Zaaknummer
10/284397-23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:2230
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/284397-23

Op 20 februari 2024 heeft de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, een vonnis uitgesproken in de zaak tegen:

[verdachte01] ,

geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1995,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres01] [postcode01] [woonplaats01] ,

thans verblijvende op het adres [verblijfadres01] , [postcode02] te [verblijfplaats01] ,

raadsman mr. G. Ozveren, advocaat te Rotterdam.

Na de uitspraak is gebleken dat het vonnis een onmiddellijk kenbare misslag bevat, die zich leent voor eenvoudig herstel.

In het vonnis staat onder 9. Toepasselijke wettelijke voorschriften (pagina 8) genoemd: artikel 258b van het Wetboek van Strafrecht, terwijl evident is dat dit moet zijn:

artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht.

Het vonnis zal daarom bij deze beslissing worden hersteld.

Beslissing

De rechtbank:

- herstelt de kennelijke misslag in het vonnis als volgt;

- de navolgende alinea vervalt:

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 38v, 38w, 55, 57, 141, 258b en 284 van het Wetboek van Strafrecht.

en daarvoor komt in de plaats:

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 38v, 38w, 55, 57, 141, 284 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

- beveelt de griffier deze beslissing aan te tekenen op en te hechten aan het origineel van het vonnis dat is hersteld.

Dit herstelvonnis is op 27 februari 2024 gewezen door

mr. R.H. Kroon, voorzitter,

en mrs. J.M.L. van Mulbregt en D. van Putten, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Nagtegaal, griffier.

De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit herstelvonnis mede te ondertekenen.