Strafrecht overig

Herstelvonnis. Zie ook: ECLI:NL:RBROT:2024:3797

Rechtbank Rotterdam, 6 maart 2024

Zaakgegevens

Op 6 maart 2024 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
6 maart 2024
Datum publicatie
26 april 2024
Zaaknummer
83-153798-22 (ontneming) herstelvonnis
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:3798
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herstelvonnis. Zie ook: ECLI:NL:RBROT:2024:3797

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 83-153798-22 (ontneming)

Op 6 maart 2024 heeft de rechtbank Rotterdam, meervoudige economische kamer, een vonnis uitgesproken op de vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de zaak tegen de veroordeelde:

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) in [geboortejaar] (datum onbekend),

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres],

raadsvrouw mr. F.A.M. Engels, advocaat te 's-Gravenhage.

Na de uitspraak is gebleken dat het vonnis een onmiddellijk kenbare fout bevat, die zich leent voor eenvoudig herstel.

In de kop van het vonnis staat opgenomen dat het vonnis is gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken. Dat moet zijn: ‘meervoudige economische kamer’, zoals in de aanhef luidt in dit herstelvonnis.

In het dictum van het vonnis is bij vergissing de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd niet opgenomen.

Het dictum van het vonnis zal daarom bij deze beslissing worden hersteld.

Beslissing

De rechtbank:

- herstelt de aanhef van het vonnis op die wijze dat de woorden ‘meervoudige kamer voor strafzaken’ wordt vervangen door ‘meervoudige economische kamer’;

- herstelt de kennelijke fout in het dictum als volgt;

bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 (duizend tachtig) dagen.

- beveelt de griffier deze beslissing aan te tekenen op en te hechten aan het origineel van het vonnis dat is hersteld.

Dit herstelvonnis is op 13 maart 2024 gewezen door

mr. L. Daum, voorzitter,

en mrs. E. Rabbie en S.W.H. Bootsma, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G.C. van de Fliert, griffier.

De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit herstelvonnis mede te ondertekenen.