Strafrecht overig

Diefstal door twee of meer verenigde personen en als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis…

Rechtbank Rotterdam, 29 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 29 oktober 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
29 oktober 2026
Datum publicatie
6 november 2026
Zaaknummer
10-218362-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:15491
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Diefstal door twee of meer verenigde personen en als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk tot ontbranding brengen. Een onvoorwaardelijke werkstraf. Vorderingen benadeelde partijen niet-ontvankelijk.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10-218362-25

Datum uitspraak: 29 oktober 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres 1] , [postcode] [plaats] ,

raadsman mr. S.A. Chedie, advocaat in Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 15 oktober 2026.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. D.P.L. ter Laak heeft gevorderd:

  • vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde;

  • bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair en 2 primair ten laste gelegde;

  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 uren, met aftrek van voorarrest, subsidiair 50 dagen vervangende jeugddetentie, waarvan 40 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van één jaar.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering feit 1 primair

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Bewijswaardering feit 2

4.2.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde. Daartoe is aangevoerd dat een flare een noodseinmiddel is en geen professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, als bedoeld in artikel 1.2.2 lid 3 van het Vuurwerkbesluit.

4.2.2.

Beoordeling

Het verweer van de verdediging berust op een verkeerde lezing van de wet. Artikel 1.2.2 lid 8 van het Vuurwerkbesluit stelt voor de toepassing van het derde lid pyrotechnische artikelen die zijn ingedeeld in categorie P1 of P2 en die als vuurwerk worden gebruikt of kennelijk daarvoor zijn bestemd, gelijk met professioneel vuurwerk. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de aangetroffen flares zijn ingedeeld in categorie P2. Aangezien de flares als vuurwerk zijn gebruikt, vallen zij onder de werking van artikel 1.2.2 derde lid van het Vuurwerkbesluit.

4.2.3.

Beoordeling

Het onder 2 primair ten laste gelegde feit is wettig en overtuigend bewezen.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Ook acht de rechtbank op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen opgenomen in bijlage II wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair ten laste gelegde heeft gepleegd. De rechtbank volstaat hier met verwijzing naar de inhoud van die bewijsmiddelen.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1. subsidiair

hij op of omstreeks 27 juni 2025 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

-een of meerdere parachuteflare(s) en/of rookpot(ten) en/of een bijl, in elk geval

enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan [bedrijf] BV toebehoorden,

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

2. primair

hij op of omstreeks 27 juni 2025 te Rotterdam, als een ander dan een persoon met

gespecialiseerde kennis, (al dan niet opzettelijk) één of meer professioneel

vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, dat niet is aangewezen

als consumentenvuurwerk, te weten (1) Red Parachite Signal Rocket, althans een of

meerdere flare(s), tot ontbranding heeft gebracht.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1.

diefstal door twee of meer verenigde personen

2.

overtreding van een voorschrift, gesteld bij of krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, juncto artikel 1.2.2 lid 3 van het Vuurwerkbesluit, opzettelijk begaan

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op vijftienjarige leeftijd samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan diefstal van flares en een bijl op een schip. Daarmee hebben zij inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van een ander. Vervolgens heeft de verdachte in strijd met het Vuurwerkbesluit een flare afgestoken. Het gaat om zeer gevaarlijk vuurwerk dat ernstig letsel en veel schade kan veroorzaken. Dit mag enkel door een professional worden aangestoken. Door zijn handelen heeft de verdachte onverantwoorde risico’s genomen en de algemene veiligheid van personen en goederen ernstig in gevaar gebracht. De rechtbank neemt dit de verdachte zeer kwalijk.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 23 september 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportage van deskundigen

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 26 mei 2026. Dit rapport houdt, voor zover van belang, het volgende in.

Er komt een heel laag risico op herhaling van strafbaar gedrag naar voren. Het feit dat de verdachte na de huidige verdenking niet opnieuw met justitie in aanraking is gekomen onderstreept dat. Er worden vrijwel alleen maar beschermende factoren gezien op de verschillende domeinen. Alleen op de domeinen school en werk/vrije tijd/financiën komen risico's naar voren. Zo zat hij de afgelopen zes maanden niet op school en is er, samenhangend daarmee, enigszins sprake van een problematische (weinig gestructureerde) vrijetijdsbesteding. Daarbij geldt dat de verdachte ook geen bijbaantje heeft op dit moment. De gepauzeerde schoolgang valt hem niet zozeer aan te rekenen: de opleiding waarmee hij in februari 2026 zou starten, had te weinig aanmeldingen, waardoor hij in september 2026 alsnog zal beginnen daarmee. De verdachte is wel gemotiveerd om een startkwalificatie te behalen. In de tussentijd besteedt hij veel tijd aan zijn oma, als mantelzorger. Hij houdt zich thuis aan de regels en is er passend toezicht op hem. Ook sport hij veel. De verdachte gaat voornamelijk om met pro-sociale vrienden en maakt daarin ook bewuste keuzes, gericht op het voorkomen van problemen. De verdachte laat daarmee zien over vaardigheden te beschikken, die bijdragen aan het voorkomen van problemen. Hij denkt in het algemeen van tevoren na over de consequenties van zijn keuzes en gedrag.

Verder vindt de Raad het een goede stap van de verdachte en zijn moeder dat hij is aangemeld voor gesprekken met een psycholoog. De verdachte heeft op 15-jarige leeftijd de diagnose diabetes type 1 gekregen. Deze ingrijpende gebeurtenis heeft begrijpelijkerwijs veel impact op zijn leven. De door moeder benoemde lotgenotengroep kan mogelijk helpend zijn voor hem. De Raad ziet geen aanknopingspunten om een leerstraf en/of verplichte begeleiding vanuit de jeugdreclassering te adviseren. Gelet op de ernst van de verdenking zou bij een veroordeling eventueel jeugddetentie, al dan niet voorwaardelijk, kunnen worden overwogen. De Raad vindt jeugddetentie echter niet passend en adviseert die dan ook niet. De Raad schat in dat met een minder zware prikkel of 'stok achter de deur’ ook bereikt kan worden dat de verdachte in de toekomst niet meer met justitie in aanraking komt. Mocht de kinderrechter tot een veroordeling en strafoplegging komen, dan vindt de Raad een werkstraf het meest passend.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

De rechtbank houdt rekening met de ernst van de feiten en de oriëntatiepunten voor straftoemeting en de LOVS-afspraken voor minderjarigen. Omdat de verdachte na deze feiten niet meer in aanraking is geweest met de politie en inmiddels een positieve ontwikkeling doormaakt, is de rechtbank van oordeel dat kan worden volstaan met de oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf. De rechtbank ziet geen aanleiding om een deel daarvan voorwaardelijk op te leggen, zoals door de officier van justitie geëist.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8 Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen

[benadeelde 1] en [benadeelde 2] , bijgestaan door mr. Oosterveen, en [benadeelde 3] , [benadeelde 4] , [benadeelde 5] en [benadeelde 6] , bijgestaan door mr. Hamers, hebben zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. [benadeelde 5] en [benadeelde 6] worden daarbij wettelijk vertegenwoordigd door hun ouders. De benadeelde partijen vorderen vergoeding van materiële en/of immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De benadeelde partijen zullen in de vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard, nu niet is komen vast te staan dat de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd rechtstreeks verband houdt met de bewezenverklaarde feiten.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen:

36f, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, , 77gg en 311 van het Wetboek van Strafrecht;

1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

9.2.2.1 van de Wet milieubeheer;

artikel 1.2.2. Vuurwerkbesluit.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit en heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 subsidiair en 2 primair ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 74 (vierenzeventig) uren te verrichten werkstraf resteren;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 37 dagen;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4] niet-ontvankelijk in de vordering;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 5] niet-ontvankelijk in de vordering.

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 6] niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.J. de Veld, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. S. Riege en P.A. Ellenbroek, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.N. Arduin, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 oktober 2026.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.
hij op of omstreeks 27 juni 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
op een besloten erf van [bedrijf] B.V., gelegen aan de [adres 2]
[adres 2] te [plaats] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of
tegen de wil van de rechthebbende bevond(en),
-parachuteflare(s) en/of rookpot(ten) en/of een bijl, in elk geval enig goed, dat/ die
geheel of ten dele aan [bedrijf] BV, in elk geval aan een ander dan aan
verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het
oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het
misdrijf heeft/ hebben verschaft en/of dat/ die weg te nemen goed(eren) onder
zijn/ hun bereik heeft/ hebben gebracht door middel van braak, verbreking,
inklimming.

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:

hij op of omstreeks 27 juni 2025 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
-een of meerdere parachuteflare(s) en/of rookpot(ten) en/of een bijl, in elk geval
enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan [bedrijf] BV toebehoorde(n),
heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

2.
hij op of omstreeks 27 juni 2025 te Rotterdam, als een ander dan een persoon met
gespecialiseerde kennis, (al dan niet opzettelijk) één of meer professioneel
vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, dat niet is aangewezen
als consumentenvuurwerk, te weten (4) Red Parachite Signal Rocket, althans een of
meerdere flare(s), tot ontbranding heeft gebracht.

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:

hij op of omstreeks 27 juni 2025 te Rotterdam, al dan niet opzettelijk één of meer
professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, te weten
(4) Red Parachite Signal Rocket, althans een of meerdere flare(s), buiten een
inrichting als bedoeld in artikel 1.1.4, 2.2.1., 3.2.1. of 3A.2.1. van het
Vuurwerkbesluit, voorhanden heeft gehad.