Strafrecht overig
Veroordeling voor het medeplegen van een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing. Gevangenisstraf…
Rechtbank Rotterdam, 18 maart 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:7177 · Rechtbank Rotterdam · 18 maart 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-7177
Zaakgegevens
Op 18 maart 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 18 maart 2026
- Datum publicatie
- 22 juni 2026
- Zaaknummer
- 10/229689-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:7177
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling voor het medeplegen van een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing. Gevangenisstraf van vijftien maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Dordrecht
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10/229689-25
Datum uitspraak: 18 maart 2026
Datum zitting: 4 maart 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2006 in [geboorteplaats],
ingeschreven op het adres [adres],
gedetineerd in [naam PI].
Advocaat van de verdachte: mr. R. van den Boogert
Officier van justitie: mr. E. Blanken
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een poging tot ontploffing. Hij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
1 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte primair van het medeplegen van een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing en/of brandstichting; subsidiair is dit ten laste gelegd als het medeplegen van de voorbereiding daarvan.
De volledige tenlastelegging (beschuldiging) houdt in dat:
primair
hij op of omstreeks 21 augustus 2025 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen en/of brand te stichten bij
een woning, te weten de woning gelegen aan de [adres delict],
terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten de woning gelegen aan de
[adres delict] en/of omliggende woningen en/of de inboedel van die woningen
en/of nabijgelegen geparkeerde auto's en/of
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten
meerdere personen die aanwezig waren in de woningen gelegen aan de [adres delict]
en/of in omliggende woningen en/of op straat aanwezige personen,
te duchten was,
- via snapchat afspraken heeft gemaakt over de benodigdheden en/of de wijze van
uitvoering van voornoemde brandstichting en/of ontploffing en/of
- via snapchat berichten heeft ontvangen en/of verstuurd waarin gevraagd wordt
“Wie heeft een c6je liggen nu” en/of
- tas(sen) met een (zelfgemaakt) explosief en/of meerdere Cobra’s en/of een accu in
ontvangst heeft genomen en/of heeft overgedragen aan zijn mededader(s), en/of
- met een scooter en/of fiets in de richting van het Albertina Sisululpad en/of de
woning gelegen aan de [adres delict] is gereden, terwijl verdachte en/of zijn
mededader(s) in het bezit waren van een (zelfgemaakt) explosief en/of meerdere
Cobra's en/of een accu en/of
- een flesje met een chemisch geurende vloeistof in de tas(sen) heeft leeggegoten
en/of
- ( vervolgens) met een (zelfgemaakt) explosief en/of meerdere Cobra’s en/of een
accu naar, althans in de richting van, de woning gelegen aan de [adres delict] is
gelopen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair
hij op of omstreeks 21 augustus 2025 te Rotterdam,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ter voorbereiding van het
misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren
of meer is gesteld, te weten het teweeg brengen van een ontploffing en/of het
stichten van brand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of
levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is
(als omschreven in artikel 157 Wetboek van Strafrecht),
opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen,
te weten
- meerdere, althans een, mobiele telefoon(s) om met anderen te communiceren
over dit strafbare feit en/of van anderen instructies en/of informatie te krijgen met
betrekking tot dit strafbare feit en/of
- een (huur)scooter om verdachte en/of zijn mededader(s) te vervoeren naar en/of
van de plaats delict en/of
- een (zelfgemaakt) explosief en/of meerdere, althans een, Cobra('s) en/of een accu
en/of en/of een flesje met chemisch geurende vloeistof en/of
- een auto en/of een of meerdere, althans een, tas(sen) en/of handschoen(en), om
het explosief te vervoeren en/of op te slaan,
bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd,
doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad.
2 Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het primair ten laste gelegde feit.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit.
Oordeel van de rechtbank
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich op 21 augustus 2025 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing aan een woning gelegen aan de [adres delict]. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van het primaire feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte
Op 21 augustus 2025 stond ik op de parkeerplaats te wachten bij de auto met kenteken [kenteken]. Ik had deze auto via Snapchat van [medeverdachte 1] geleend. In ruil daarvoor moest ik van [medeverdachte 1] eerst ergens een accu ophalen en later een explosief aan iemand afleveren. De accu heb ik opgehaald en in de tas gestopt. Ik was op de parkeerplaats met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] toen de tassen uit de auto zijn gehaald. Op dat moment wist ik wat er in de tassen zat en dat ik een explosief moest afgeven. De berichten over het ophalen van de accu, de tassen, de autosleutel en het afgeven van het explosief zijn via Snapchat met [medeverdachte 1] verstuurd.
2. Verklaring [aangever]
Op 21 augustus 2025 was ik rond 02:15 in de Kleijnstraat in Rotterdam; ik zag een man staan op de Jan Kruijffstraat. Ik sprak de man aan en die vertelde mij dat hij een bom bij zich had en wilde plaatsen. De man wees daarbij naar een tas die hij eerder had weggelegd. Hij verklaarde dat hij het moest doen in opdracht van een persoon en dat die op hem wachtte bij de Maastunnel. Ik zei dat hij beter weg kon gaan; de man liet de tassen achter en liep weg.
3. Proces-verbaal van de politie, aanhouding [medeverdachte 2]
[medeverdachte 2] verklaarde dat hij een tas met een bom moest leggen voor de deur van [huisnummer] van een straat met een ‘K’.
4. Proces-verbaal van de politie, verklaring [medeverdachte 2]
Ik moest naar Zuid. Ik pakte een fiets en reed achter de scooter aan. Bij de parkeerplaats waren twee jongens. Ze gaven mij allebei een tas. In eentje zat een accu en in de andere zat de bom. Nadat ik de explosie gepleegd zou hebben, zou de man met de scooter op mij wachten bij de Maastunnel.
5. Proces-verbaal van de politie, camerabeelden
Op 21 augustus 2025 stond de auto met kenteken [kenteken] op de parkeerplaats van het Albertina Sisulupad in Rotterdam. Naast de auto stond een persoon. Om 00:36 uur kwam er een scooter aanrijden. De kofferbak ging open en er werden handelingen verricht. Later werden er twee plastic tassen aan de fiets gehangen. De fietser fietste weg met de twee tassen.
6. Proces-verbaal van de politie, onderzoek telefoon verdachte
In de telefoon van [verdachte] zijn Snapchatberichten aangetroffen met daarin: ‘laat hem die accu in de tas zetten’ en ‘je moet de autosleutel pakken en die pakket en accu afgeven aan soldaatje’.
7. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte
Via de telefoon heeft [medeverdachte 1] mij uitgelegd wat er in de auto lag en wat ik moest afgeven en waarvoor de accu was.
8. Proces-verbaal van de politie
Het Team Explosieven Veiligheid heeft de tas onderzocht. Zij gaven aan dat het een zelf geknutseld explosief betrof.
9. Proces-verbaal van de politie
Op 21 augustus 2025 is aan de Kleijnstraat te Rotterdam een explosief aangetroffen. In de tassen werden afzonderlijk van elkaar een fasciapakket van 282 gram bruto, een zwart snoer van ongeveer 30 meter, verbonden aan een elektrische ontsteker, en een 12 Volt accu aangetroffen.
10. Deskundigenverslag NFI
De inhoud van het pakket betreft een explosieve stof en is te typeren als ‘flitspoeder’. Flitspoeder is een krachtige explosieve stof die al onder geringe opsluiting tot ontploffing kan komen.
11. Schriftelijk stuk
Schade voor goederen is een gegeven in de directe nabijheid van de ontploffing. Voor personen binnen een afstand van één meter is ernstig lichamelijk letsel tot dodelijk letsel een gegeven. Wanneer sprake is van rondvliegende scherven en brokstukken, is er tot op tientallen meters afstand van de ontploffing gevaar voor lichamelijk letsel tot dodelijk letsel. Het grootste gevaar voor personen in het pand is direct achter de voordeur vanwege de schokgolf en de weggeslagen deurfragmenten. Tot op enkele meters afstand in een vrije baan achter de voordeur is ernstig tot dodelijk lichamelijk letsel een gegeven.
Bewijsmotivering
In de nacht van 21 augustus 2025 zag aangever Darici een man staan op de Jan Kruijffstraat in Rotterdam. Hij sprak de man aan; die vertelde dat hij een bom bij zich had. Daarna is de man weggelopen en zijn twee tassen blijven staan. Diezelfde nacht werd [medeverdachte 2] aangehouden als verdachte. Hij verklaarde dat hij een tas met een bom moest leggen. Uit nader onderzoek bleek dat [medeverdachte 2] het explosief diezelfde avond overgedragen had gekregen van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3].
De verdediging heeft bepleit dat geen sprake is geweest van een begin van uitvoering, omdat [medeverdachte 2] nog naar de woning toe moest lopen, de spullen nog uit de tassen moest halen en het fasciapakket voor de deur moest leggen. Daarnaast moest de accu nog worden aangesloten. Dat ligt ver af van een voltooid delict. De verdachte dient te worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde poging.
Voor een strafbare poging tot het plegen van een misdrijf is nodig dat het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard. Volgens de Hoge Raad is sprake van een begin van uitvoering indien de gedragingen van de verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm in voldoende concrete mate waren gericht op de voltooiing van het misdrijf. Een belangrijke beoordelingsfactor is hoe dicht de vastgestelde gedragingen bij de voltooiing van het voorgenomen misdrijf lagen, bijvoorbeeld in tijd en/of plaats en hoe concreet de gedragingen daarop waren gericht.
Het was de bedoeling van de medeverdachten dat het explosief geplaatst zou worden op de [adres delict]. De verdachte droeg vanuit zijn auto een explosief over aan [medeverdachte 2]. Hij wist waarvoor de accu en het explosief gebruikt zouden worden. [medeverdachte 2] is uiteindelijk met het explosief in de directe omgeving van het beoogde doelwit gezien. Het plan was daarmee al in de laatste fase van de uitvoering beland; het explosief hoefde immers alleen nog maar voor de deur te worden gelegd en te worden ontstoken. Het totaal van de daaraan voorafgaande gedragingen is naar zijn uiterlijke verschijningsvorm in voldoende concrete mate gericht op de voltooiing van het misdrijf. De gedragingen van [medeverdachte 2] lagen zowel in tijd als in plaats heel dicht bij de voltooiing van het misdrijf. Dat het explosief nog niet was aangestoken, doet hieraan niet af. Dat het uiteindelijk niet tot een ontploffing is gekomen, is alleen te danken aan het feit dat de aangever [medeverdachte 2] heeft aangesproken en [medeverdachte 2] daarna is weggegaan, waarbij hij op ‘aandringen’ van de aangever de tassen met het explosief heeft achtergelaten. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen met anderen heeft geprobeerd een ontploffing teweeg te brengen.
Uit het rapport van het NFI en de daarbij gevoegde vakbijlage, zoals hierboven onder de bewijsmiddelen omschreven, blijkt dat gevaar voor ernstig lichamelijk tot dodelijk letsel te duchten was en ook gevaar voor goederen in de bewuste woning en de omgeving daarvan.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
primair
hij omstreeks 21 augustus 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ontploffing teweeg te brengen bij een woning, te weten de woning gelegen aan de [adres delict], terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten de woning gelegen aan de [adres delict] en/of omliggende woningen en/of de inboedel van die woningen
en/of nabijgelegen geparkeerde auto's, en levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten meerdere personen die aanwezig waren in de woningen gelegen aan de [adres delict] en/of in omliggende woningen en/of op straat aanwezige personen, te duchten was:
- via Snapchat afspraken heeft gemaakt over de benodigdheden en de wijze van
uitvoering van voornoemde ontploffing en
- tassen met een zelfgemaakt explosief en een accu in ontvangst heeft genomen en heeft overgedragen aan zijn mededader en
- met een scooter en fiets in de richting van het Albertina Sisulupad en/of de
woning gelegen aan de [adres delict] is gereden, terwijl verdachte en zijn
mededader(s) in het bezit waren van een zelfgemaakt explosief en een accu en
- ( vervolgens) met een zelfgemaakt explosief en een accu naar de woning gelegen aan de [adres delict] is gelopen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
3 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
Primair
medeplegen van een poging tot opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten is.
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4 Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor het primair ten laste gelegde feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit de geëiste straf te matigen gelet op de bepleite vrijspraak van het primair ten laste gelegde feit, de omstandigheden van het geval en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft zich op 21 augustus 2025 met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing bij een woning. Hij heeft een essentiële rol gehad door de accu met het explosief te leveren aan zijn mededaders. Zij zouden zorgdragen voor de verdere uitvoering. De verdachte stond in direct contact met de opdrachtgever en wist waar de accu en het explosief voor waren bedoeld. Dat het uiteindelijk bij een poging is gebleven, is uitsluitend te danken aan de toevalligheid dat de aangever net kwam aanlopen, [medeverdachte 2] bij zijn woning heeft gezien en toen ingegrepen heeft. Extra kwalijk is dat sprake was van een (zelfgemaakt) explosief met een grote hoeveelheid flitspoeder, een stof die tot een zeer zware ontploffing had kunnen leiden.
De verdachte heeft zich in het geheel niet bekommerd om de (mogelijke) gevolgen van zijn handelen. De rechtbank rekent de verdachte dat zeer aan. Dit soort criminele explosies vindt niet alleen in de stad Rotterdam steeds vaker plaats, maar ook op veel andere plekken in het land; het zorgt in de brede samenleving voor onrust en gevoelens van onveiligheid.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 5 februari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.
Rapport van de reclassering
In het advies van Reclassering Nederland van 21 november 2025 staat het volgende. De verdachte lijkt niet beïnvloedbaar en maakt bewuste keuzes. Een pro-criminele houding valt niet uit te sluiten. De reclassering ziet echter onvoldoende aanknopingspunten om een afdoening met bijzondere voorwaarden te adviseren. De reclassering vindt interventies of toezicht niet nodig.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van de strafbare feiten en het strafblad van de verdachte is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen; zij vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Daarom wordt een gevangenisstraf van vijftien maanden opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden drie maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.
De gevangenisstraf zal worden ten uitvoer gelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.
5 Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 47 en 157 van het Wetboek van Strafrecht.
6 Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het primaire feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 15 (vijftien) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 3 (drie) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt.
7 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. P. Joele, voorzitter, en
mrs. N.M. Ketelaar en J. Langeveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Loggen, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 18 maart 2026.
Mrs. N.M. Ketelaar en J. Langeveld zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.