Strafrecht overig

De verdachte heeft met een zeer hoge snelheid (87,5 km/u bij een maximum snelheid van 30 km/u), onder invloed…

Rechtbank Rotterdam, 17 maart 2026

Zaakgegevens

Op 17 maart 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
17 maart 2026
Datum publicatie
29 juni 2026
Zaaknummers
10-325397-25, 96-184732-25, 96-004760-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:7541
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De verdachte heeft met een zeer hoge snelheid (87,5 km/u bij een maximum snelheid van 30 km/u), onder invloed van alcohol en zonder geldig rijbewijs het slachtoffer op een fiets aangereden. Het slachtoffer heeft daardoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Bovendien had de verdachte zich een aantal maanden eerder ook al schuldig gemaakt aan het rijden onder invloed van alcohol. De rechtbank legt hem een gevangenisstraf van acht maanden op met aftrek, waarvan vier maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van twee jaar en daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid van drie jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummers: 10-325397-25; 96-184732-25; 96-004760-25

Datum uitspraak: 17 maart 2026

Datum zitting: 3 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte: [verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2000 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. V.T.E. Kuijpers

Officier van justitie: mr. M. van Drunen

Benadeelde partij: [slachtoffer]

Advocaat van de benadeelde partij: mr. M.R.M. Schaap

Kern van het vonnis

De verdachte heeft met een zeer hoge snelheid (87,5 km/u bij een maximum snelheid van 30 km/u), onder invloed van alcohol en zonder geldig rijbewijs het slachtoffer op een fiets aangereden. Het slachtoffer heeft daardoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Bovendien had de verdachte zich een aantal maanden eerder ook al schuldig gemaakt aan het rijden onder invloed van alcohol. De rechtbank legt hem een gevangenisstraf van acht maanden op met aftrek, waarvan vier maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden en een proeftijd van twee jaar en daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid van drie jaar.

1 Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte er in de zaak met parketnummer 10-325397-25 van dat – samengevat – een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, dan wel dat hij gevaarlijk rijgedrag heeft vertoond. Ook is ten laste gelegd dat hij onder invloed van alcohol heeft gereden en dat hij heeft gereden zonder geldig rijbewijs. In de zaak met parketnummer 96-184732-25 beschuldigt de officier van justitie de verdachte ervan dat hij met een geschorst rijbewijs heeft gereden en in de zaak met parketnummer 96-004760-25 dat hij onder invloed van alcohol heeft gereden.

De volledige tenlasteleggingen houden in dat

Parketnummer 10-325397-25

1 primair

hij, op of omstreeks 29 november 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto met kenteken [kenteken] ), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat voertuig roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of met aanmerkelijke verwaarlozing van de te dezen geboden zorgvuldigheid te rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, het Weena, welk rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte toen daar, terwijl hij, verdachte, onder invloed van alcohol was (0,71 milligram per milliliter bloed alcohol/ethanol) en/of verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste en vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994 en/of verdachte niet in het bezit was van een geldig rijbewijs,

- met een hogere snelheid dan de aldaar toegestane maximum snelheid van 30

kilometer per uur - in verband met wegwerkzaamheden - heeft gereden (te weten

ongeveer rond 87,5 km per uur), in elk geval heeft gereden met een (veel) hogere

snelheid dan ter plaatse verantwoord was en/of (vervolgens)

- niet de nodige voorzichtigheid in acht heeft genomen en/of onvoldoende aandacht heeft gehad voor het verkeer en/of de gewijzigde verkeerssituatie ter plaatse, althans onvoldoende heeft gelet op de weg en/of mogelijke weggebruikers en/of (vervolgens)

- bij het naderen en/of oprijden van een voetgangers- en/of fietsersoversteekplaats geen snelheid heeft geminderd en/of heeft gereden met een, mede gelet op het naderen en/of oprijden van een voetgangers- en/of fietsersoversteekplaats, te hoge snelheid en/of (vervolgens)

- niet heeft opgemerkt dat een fietser, genaamd [slachtoffer] , zich op het

voetgangers- en/of fietsersoversteekplaats bevond en/of (vervolgens)

- niet, althans niet tijdig en/of voldoende, afgeremd en/of heeft niet, althans niet

tijdig en/of voldoende, af kunnen remmen en/of (vervolgens)

- in botsing of aanrijding is gekomen met die [slachtoffer] , waardoor [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel en/of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

1 subsidiair

hij, op of omstreeks 29 november 205 te Rotterdam, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto met kenteken [kenteken] ), daarmee rijdende op de voor openbaar verkeer openstaande weg, te weten het Weena, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die wegen werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die wegen werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar, terwijl hij, verdachte, onder invloed van alcohol was (0,71 milligram per milliliter bloed alcohol) en/of verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste en vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994 en/of verdachte niet in het bezit was van een geldig rijbewijs,

- met een hogere snelheid dan de aldaar toegestane maximum snelheid van 30 kilometer per uur - in verband met wegwerkzaamheden - heeft gereden (te weten ongeveer rond 87,5 km per uur), in elk geval heeft gereden met een (veel) hogere snelheid dan ter plaatse verantwoord was en/of (vervolgens)

- niet de nodige voorzichtigheid in acht heeft genomen en/of onvoldoende aandacht heeft gehad voor het verkeer en/of de gewijzigde verkeerssituatie ter plaatse, althans onvoldoende heeft gelet op de weg en/of mogelijke weggebruikers en/of (vervolgens)

- bij het naderen en/of oprijden van een voetgangers- en/of fietsersoversteekplaats geen snelheid heeft geminderd en/of heeft gereden met een, mede gelet op het naderen en/of oprijden van een voetgangers- en/of fietsersoversteekplaats, te hoge snelheid en/of (vervolgens)

- niet heeft opgemerkt dat een fietser, genaamd [slachtoffer] , zich op het

voetgangers- en/of fietsersoversteekplaats bevond en/of (vervolgens)

- niet, althans niet tijdig en/of voldoende, afgeremd en/of heeft niet, althans niet

tijdig en/of voldoende, af kunnen remmen en/of (vervolgens)

- in botsing of aanrijding is gekomen met die [slachtoffer] .

2

hij op of omstreeks 29 november 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 0.71 milligram, in elk geval hoger dan 0.50 milligram, alcohol/ethanol per milliter bloed bleek te zijn.

3

hij op of omstreeks 29 november 2025 te Rotterdam, althans in Nederland, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, het Weena, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd.

Parketnummer 96-184732-25

hij op of omstreeks 9 juni 2025 te Serooskerke, gemeente Schouwen-Duiveland, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat de geldigheid van een op zijn naam gesteld rijbewijs ingevolge artikel 131, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994, voor een of meer categorieën van motorrijtuigen was geschorst, gedurende de tijd dat die schorsing van kracht was, op een weg, de N57, een motorrijtuig, (bedrijfsauto (bestelauto)), van de categorie of categorieën, waarop de schorsing betrekking had, heeft bestuurd.

Parketnummer 96-004760-25

hij op of omstreeks 4 januari 2025 te Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig,

personenauto, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 585 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en nog geen vijf jaren waren verstreken sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs is afgegeven, zijnde een datum waarop hij de leeftijd van 18 jaar had bereikt, dan wel zijnde een datum waarop hij de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en waarop hem voor het eerst een rijbewijs van

categorie B is afgegeven.

2 Bewijs / Vrijspraak

2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het in de zaak met parketnummer 10-325397-25 onder 1 primair ten laste gelegde, waarbij sprake is van zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Ook heeft de officier van justitie gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het onder de parketnummers 96-184732-25 en 96-004760-25 ten laste gelegde. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het met parketnummer 10-325397-25 onder 1 primair ten laste gelegde feit en voor het onder parketnummer 96-184732-25 ten laste gelegde feit. De verdediging heeft zich ten aanzien van de overige feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Vrijspraak parketnummer 96-184732-25

Het feit waarvan de verdachte in de zaak met parketnummer 96-184732-25 wordt beschuldigd is niet bewezen, omdat het dossier geen bewijs bevat dat de verdachte wist of redelijkerwijs had moeten weten dat zijn rijbewijs was geschorst. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken.

2.3.2.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte op 29 november 2025 te Rotterdam zich als bestuurder van een auto zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht en daarbij onder invloed van alcohol en met een ongeldig rijbewijs heeft gereden. Ook is bewezen dat de verdachte op 4 januari 2025 te Rotterdam onder invloed van alcohol heeft gereden.

De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de met parketnummer 10-325397-25 onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten en het met parketnummer 96-004760-25 ten laste gelegde feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor deze feiten de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.

1. Verklaring van de verdachte

2. Proces-verbaal van de politie

3. Schriftelijk stuk, Maasstad ziekenhuis rapport Alcohol en Drugs in het verkeer van 24 december 2025

4. Proces-verbaal van de politie

5. Proces-verbaal van de politie

6. Proces-verbaal van de politie

De bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10-325397-25 onder 1 primair ten laste gelegde feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte

Het klopt dat ik op 29 november 2025 in Rotterdam als bestuurder van een grijze Opel op het Weena een verkeersongeluk heb veroorzaakt. Ik heb die avond sterke drank gedronken. Ik wist dat ik niet mocht rijden.

2. Proces-verbaal van de politie
Op zaterdag 29 november 2025, omstreeks 01.40 uur kregen wij via de portofoon te horen dat er een rood assistentie verzoek was van Toffler, een uitgaansplek in Rotterdam Centrum gelegen aan de Weena. Wij zagen een donker voertuig stilstaan en wij zagen dat daar flinke schade op de voorkant van het voertuig zat. Het voertuig had het kenteken: [kenteken] , het betrof een grijze Opel. Wij zagen daarna een man op de grond liggen in stabiele zijligging. Die bleek later te zijn: [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 1999. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , hoorde [persoon A] vertellen dat hij de bijrijder was van het voertuig met kenteken [kenteken] . Ik vroeg aan de bijrijder wie er had gereden. Ik zag dat hij wees naar een man die naast hem stond. Die bleek later te zijn: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 2000 te [geboorteplaats] .

3. Proces-verbaal van de politie

Ongeval

Op zaterdag 29 november 2025 om 01:40 uur kregen wij, [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , kennis van een verkeersongeval op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Weena, Rotterdam.

Bestuurder van rijbewijsplichtig motorrijtuig zonder rijbewijs

Het betrof hier een bestuurder van een motorrijtuig waarvoor voor het besturen een

rijbewijs vereist is. Uit controle bleek dat de verdachte een motorrijtuig heeft bestuurd zonder dat hij in het bezit was van een rijbewijs voor de categorie motorrijtuigen waartoe dat motorrijtuig behoorde.

Eerste directe contact leidend tot verdenking

Ik, [verbalisant 2] , had op zaterdag 29 november 2025 om 01:45 uur, het

eerste directe contact met deze bestuurder leidend tot de verdenking van overtreding

van artikel 8 Wegenverkeerswet 1994.

Waarneming alcohol

Ik rook dat de adem van de bestuurder naar het inwendig gebruik van alcoholhoudende drank riekte. Ik zag dat de bestuurder bloeddoorlopen ogen had.

Identiteitsgegevens van de verdachte

De verdachte gaf mij, [verbalisant 2] , op te zijn genaamd:

Achternaam: [achternaam verdachte]

Voornamen: [voornaam verdachte]

Geboren: [geboortedatum 1] 2000

Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland

Toestemming bloedonderzoek

Ik, [verbalisant 3] , heb de verdachte gevraagd toestemming te verlenen tot het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 8 Wegenverkeerswet 1994.

De verdachte verleende daartoe toestemming.

Medewerking bloedonderzoek

Op zaterdag 29 november 2025 om 04:10 uur, heeft de arts, [arts 1] in aanwezigheid

van mij, [verbalisant 2] , de verdachte bloed afgenomen conform Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.

Verpakken monster

Ik heb de buisjes bloed in de voorgeschreven verpakking, gewaarmerkt, direct verpakt en verzegeld, overeenkomstig het bepaalde in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, en overeenkomstig de Regeling alcohol drugs en geneesmiddelen in het verkeer, in de daartoe bestemde vriezer geplaatst, liggend op het grootste oppervlak.

Tevens heb ik het opdrachtformulier Toxicologisch onderzoek voorzien van een

genummerde en op naam gestelde SIN-sticker "Analyse" met het nummer TADG8477NL (de rechtbank begrijpt: TADG8476) en SIN-sticker "Tegen Onderzoek" met het nummer TADG8478NL (de rechtbank begrijpt: TADG8477NL).

4. Proces-verbaal van de politie

Toxicologisch bloedonderzoek formulier

Gegevens bloedgever

Achternaam: [achternaam verdachte]

Voornamen: [voornaam verdachte]

Onderzoek bloed betreft Wegenverkeerswet 1994

Alcohol en drugs (inclusief GHB)

[Afbeelding stickers]

5. Schriftelijk stuk, Maasstad ziekenhuis rapport Alcohol en Drugs in het verkeer van 24 december 2025

Uitgevoerd onderzoek

SIN

Omschrijving

TADG8476NL

Bloed van [verdachte]

TADG8477NL

Bloed van [verdachte] bestemd voor eventueel tegenonderzoek

Tabel Resultaten onderzoek in bloed van [verdachte] met sporen identificatienummer TADG8476NL

Aangewezen stof

Meetbare stof

Grenswaarde indien enkelvoudig gebruikt

Grenswaarde indien in combinatie gebruikt

Eindresultaat in bloed TADG8476NL

Rapportage eenheid

Alcohol

Ethanol

0.50 of 0.20

0.20

0.71

Milligram per milliliter

6. Proces-verbaal van de politie
Ik stelde op woensdag 3 december 2025 een nader onderzoek in naar aanleiding van een verkeersongeval dat had plaatsgevonden op zaterdag 29 november 2025, omstreeks 01:42 uur, op het Weena te Rotterdam. Het verzoek was om op basis van ter beschikking gestelde camerabeelden een indicatieve snelheid te bepalen van de bij het ongeval betrokken personenauto.

Voor het bepalen van de indicatieve snelheid heb ik de positie bepaald van de camera, die de gebruikte beelden had vastgelegd. Vervolgens heb ik, vanaf de camerapositie, referentielijnen vastgesteld, die terug te plaatsen waren op een satellietweergave van Politie Atlas. Vervolgens heb ik de afstand bepaald tussen de punten waar de Opel de referentielijnen snijdt. Voor het bepalen van deze afstand heb ik de rechterzijde van de enige ter plaatse opengestelde rijstrook opgemeten. Deze zijde was de kortste

lengte op de rijstrook. Hierdoor zal de bepaling van de indicatieve snelheid op een ondergrens uitkomen.

Uit mijn onderzoek was gebleken dat de Opel de linker referentielijn voorbij reed op tijdstip: 01:41:20.180 uur en dat op tijdstip 01:41:21.620 uur de rechter referentielijn werd gepasseerd. Het verschil tussen deze tijdstippen was 1,44 seconden.

Verder was mij gebleken dat de Opel in dit tijdvak een minimale afstand had afgelegd van 37 meter. Vervolgens is door mij vastgesteld uit hoeveel frames per seconde (framerate) het videobestand was opgebouwd. Hierbij zijn door mij bij meerdere seconden het aantal frames geteld en is door mij vastgesteld dat het een stabiel beeld was dat uit 25 frames per seconde bestond. Vervolgens is door mij geteld hoeveel frames de Opel nodig had om van de positie op afbeelding 7 naar de positie op afbeelding 8 te komen. Hieruit bleek dat het 36 beeldframes waren. Concluderend

had de Opel de afstand van 37 meter in 36 beeldframes afgelegd. Om de tijd per gereden seconde uit de beeldframes te berekenen, is de berekening:

- totaal aantal beeldframes / door aantal beeldframes per seconde

- 36 beeldframes / 25 beeldframes = 1,44 seconden

Hieruit blijkt dat de vastgestelde benodigde tijd uit de camerabeelden in overeenstemming zijn met de vastgestelde tijd uit de beeldframes.

Om een minimale ondergrens van de snelheid te berekenen is door mij een correctie van 1 frame toegepast om eventuele onnauwkeurigheden in de meting te corrigeren. Ook heb ik de totale afstand gecorrigeerd met één meter. Deze correcties hebben als resultaat de laagst mogelijke indicatieve snelheid. De door mij gebruikte gegevens voor de berekening zijn: 37 beeldframes (1,48 seconden) en een afgelegde afstand van 36 meter.

Op basis van deze gegevens is door mij een berekening gemaakt van de indicatieve snelheid van de Opel over het vastgestelde traject.

36/1,48 = 24,3 m/s

v = 24,3 x 3,6 = 87,5 km/u

Gereden afstand (m)

Tijd (s)

Snelheid m/s

Snelheid km/u

36

1,48

24,3

87,5

7. Proces-verbaal, verkeersongevallenanalyse

2.3

Wegomschrijving

Uit ons onderzoek bleek dat het verkeersongeval had plaatsgevonden op de voetgangersoversteekplaats, die was gelegen op de zuidelijke rijbaan van het Weena ter hoogte van het Weena-zuid.

De rijbaan van het Weena, was vanuit de richting Kruisplein en in de richting van het Hofplein, voorzien van tijdelijke verkeersmaatregelen, in verband met wegwerkzaamheden, die plaatsvonden op dit traject.

Ten tijde van ons onderzoek bleek dat één rijstrook beschikbaar was voor bestuurders,

die de rijbaan van het Weena volgden. Aan zowel de linker- als rechterzijde van deze

rijstrook waren geleidebakens en stalen veiligheidsbarriers geplaatst voor de geleiding

van het verkeer op het Weena.

Wij zagen dat ongeveer 120 meter voor de ongevalslocatie, bord Al uit bijlage 1 van het RVV 1990 aan de rechterzijde van de rijbaan was geplaatst, waarop een snelheid werd weergegeven van 30 km/uur. Boven dit bord was het bord J16 uit bijlage 1 van het RVV 1990 (werk in uitvoering) geplaatst. Ter hoogte van de stopstreep, bij de

voetgangersoversteekplaats, was rechts naast de rijbaan, een tijdelijke

verkeersbordpaal geplaatst met daarop bord B6 uit bijlage 1 van het RVV 1990 en onder dit bord een bord, waarop een omleidingsroute werd weergegeven.

Aan de rechterzijde van de rijbaan was parallel aan de rijbaan van het Weena een

vrijliggend fietspad gelegen. Wij zagen dat op ongeveer 25 meter voorbij de

voetgangersoversteekplaats ter hoogte van het Weena-zuid de doorgang van het

fietspad fysiek was geblokkeerd door middel van bouwhekken en tijdelijke afzethekken.

Ter hoogte van de voetgangersoversteekplaats was op het rechts naast het fietspad

gelegen trottoir een tijdelijk afzethek geplaatst, waarop het bord C15 (gesloten voor

fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen) uit bijlage 1 van het RVV 1990 was

C15 RW 1990 bevestigd. Links naast dit bord was een bord geplaatst dat geel van kleur was en waarop een fiets en bromfiets afgebeeld waren. Hieronder was een pijl weergegeven, die naar links wees. Wij zagen dat deze pijl in de richting van de voetgangersoversteekplaats wees. Wij zagen dat op de voetgangersoversteekplaats gele lijnmarkering was aangebracht, kennelijk bedoeld als oversteekplaats voor fietsers en bromfietsers. Voordat de oversteekplaats werd opgereden waren geel gekleurde haaientanden op het wegdek aangebracht.

3 Betrokken verkeersdeelnemers

Voertuig 1: Opel

Voertuig 2: Segway

Soort voertuig: fiets

5.2

Bepalen conflictpunt

Uit het inpassingsonderzoek bleek ons dat de aftekeningen op het wegdek van de fietsoversteekplaats, zeer waarschijnlijk de positie was waar de Opel en de Segway met elkaar in botsing waren gekomen. Wij zien deze positie als conflictpunt.

Interpretatie bevindingen

Gelet op het vorenstaande kan gesteld worden dat:

(…)

  • de Segway op het vrijliggende fietspad fietste dat parallel aan de rijbaan van het Weena was aangebracht, komende uit de richting van de Kruisplein en gaande in de richting van het Hofplein;

  • de Opel had gereden op de rijbaan van het Weena, komende uit de richting van de Karel Doormanstraat en gaande in de richting van het Hofplein;

  • er tijdelijke verkeersmaatregelen waren op de rijbaan van het Weena in verband met wegwerkzaamheden;

  • door de tijdelijke verkeersmaatregelen, de maximum toegestane snelheid op de rijbaan van het Weena 30 km/uur was;

  • op de oversteekplaats ter hoogte van het Weena-Zuid de Opel tegen de Segway botste.

8. Schriftelijk stuk, FARR-verklaring bevattende medische informatie betreffende [slachtoffer] van. 27 februari 2026, opgemaakt door [arts 2] , forensisch arts

Patiënt was in coma bij binnenkomst op de SEH. Aan de bovenarm rechts was een open botbreuk te zien, de open wond was 2-3 cm (voorzijde van de bovenarm).

Aan het hoofd waren uitwendig geen verwondingen te zien.

Op aanvullend röntgen/CT-onderzoek was in de borstkas/buikholte geen bloeding te zien, er was een lichte kneuzing bij het schaambeen te zien. Van de eerste lendenwervel was een klein stukje afgebroken van een werveluitsteeksel.

Op een CT-scan van de hersenen was wat bloed rondom de hersenstam te zien.

Patiënt werd opgenomen op de IC afdeling.

Er werd een drukmeter in de hersenen geplaatst voor het meten van de druk.

De breuk van de bovenarm zou op een later moment operatief worden hersteld.

Genezingsduur minimaal 6 weken.

2.3.3.

Bewijsmotivering parketnummer 10-325397-25 feit 1 primair

Inleiding

De verdachte heeft op 29 november 2025 rond 1.40 uur op het Weena in Rotterdam een verkeersongeval veroorzaakt. Hij reed als bestuurder van een Opel op het Weena in de richting van het Hofplein. De heer [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer) fietste op het fietspad daarnaast en stak via de voetgangersoversteekplaats, die op dat moment in verband met wegwerkzaamheden ook in gebruik was voor fietsers, het Weena over. De verdachte kwam met een snelheid van minimaal 87,5 km/u aangereden en is op de oversteekplaats tegen het slachtoffer gebotst. Het slachtoffer heeft als gevolg daarvan zwaar lichamelijk letsel opgelopen.

Schuld in de zin van artikel 6 WVW

De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden is of de verdachte aan het verkeersongeval schuld heeft in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (WVW). Van schuld in de zin van artikel 6 WVW is sprake in het geval van (tenminste) een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid.

De verdachte heeft met een snelheid van minimaal 87,5 km/u gereden, terwijl daar in verband met werkzaamheden en een gewijzigde wegsituatie een maximumsnelheid van 30 km/u gold. Daarbij komt dat hij op dat moment onder invloed was van alcohol. Gelet op deze combinatie van gedragingen en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden als gevolg waarvan hij zijn auto niet tijdig voor het overstekende slachtoffer tot stilstand heeft kunnen brengen. De verdachte heeft daarom schuld aan het verkeersongeval als bedoeld in de zin van artikel 6 WVW.

De verdediging heeft zich nog op het standpunt gesteld dat het verkeersongeval (mede) heeft kunnen ontstaan als gevolg van de onduidelijke verkeerssituatie aan het Weena in verband met de werkzaamheden aan het Hofplein. Voor zover al sprake zou zijn van een onduidelijke verkeerssituatie, neemt dit volgens de rechtbank de schuld van de verdachte niet weg. De verdachte reed immers onder invloed van alcohol en met een snelheid van ongeveer 87,5 km/u op een weg waar – ook zonder werkzaamheden – maar 50 km/u is toegestaan. Hij heeft daarmee op een dusdanige wijze gehandeld dat hij volstrekt geen mogelijkheid heeft gehad de wegsituatie te overzien, laat staan dat hij de onduidelijkheid over de voorrangsregels ter plaatse heeft kunnen waarnemen. Daar komt nog bij dat doordat de verdachte zelf met een veel te hoge snelheid een oversteekplaats naderde zijn gedrag niet voorzienbaar was voor de andere verkeersdeelnemers. Het verweer wordt dan ook verworpen.

2.3.4.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Parketnummer 10-325397-25

Feit 1 primair:

hij, op 29 november 2025 te Rotterdam, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto met kenteken [kenteken] ), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat voertuig zeer onvoorzichtig en onoplettend te rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, het Weena,

welk rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte toen daar,

terwijl hij, verdachte, onder invloed van alcohol was (0,71 milligram per milliliter

bloed alcohol/ethanol) en verdachte niet in het bezit was van een geldig rijbewijs,

- met een hogere snelheid dan de aldaar toegestane maximum snelheid van 30

kilometer per uur - in verband met wegwerkzaamheden - heeft gereden (te weten

ongeveer rond 87,5 km per uur), en (vervolgens)

- niet de nodige voorzichtigheid in acht heeft genomen en onvoldoende

aandacht heeft gehad voor het verkeer en de gewijzigde verkeerssituatie ter

plaatse, althans onvoldoende heeft gelet op de weg en mogelijke weggebruikers

en (vervolgens)

- bij het naderen en oprijden van een voetgangers- en fietsersoversteekplaats

heeft gereden met een, mede gelet op het

naderen en oprijden van een voetgangers- en fietsersoversteekplaats, te hoge

snelheid en (vervolgens)

- niet heeft opgemerkt dat een fietser, genaamd [slachtoffer] , zich op het

voetgangers- en fietsersoversteekplaats bevond en (vervolgens)

- niet, althans niet tijdig of voldoende, afgeremd en heeft niet, althans niet

tijdig en voldoende, af kunnen remmen en (vervolgens)

- in aanrijding is gekomen met die [slachtoffer] ,

waardoor [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht.

Feit 2:

hij op 29 november 2025 te Rotterdam, als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 0.71 milligram, in elk geval hoger dan 0.50 milligram, alcohol/ethanol per milliliter bloed bleek te zijn.

Feit 3:

hij op 29 november 2025 te Rotterdam, terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een

motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg,

het Weena, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of

categorieën heeft bestuurd.

Parketnummer 96-004760-25

hij op 4 januari 2025 te Rotterdam als bestuurder van een motorrijtuig, personenauto, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 585 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en nog geen vijf jaren waren verstreken sedert de datum waarop aan hem voor de eerste maal een rijbewijs is afgegeven, zijnde een datum waarop hij de leeftijd van 18 jaar had bereikt.

3 Kwalificatie en strafbaarheid

3.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Parketnummer 10-325397-25

De eendaadse samenloop van:

Feit 1 primair

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, van deze wet;

en

Parketnummer 96-004760-25

overtreding van artikel 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (585 microgram).

3.2.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4 Straf en maatregel

4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden met aftrek van voorarrest, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door Reclassering Nederland (hierna: de reclassering), en een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van drie jaar.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de verdachte een zo laag mogelijke gevangenisstraf op te leggen, dan wel een zo groot mogelijk deel voorwaardelijk op te leggen met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich op 29 november 2025 te Rotterdam schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval. Hij heeft met een veel te hoge snelheid en onder invloed van alcohol een overstekende fietser aangereden. Hij beschikte op dat moment bovendien niet over een geldig rijbewijs. Met zijn zeer onvoorzichtige en onoplettende rijgedrag heeft de verdachte onaanvaardbare risico’s voor de verkeersveiligheid genomen en heeft hij zijn verantwoordelijkheid als weggebruiker veronachtzaamd. Het slachtoffer heeft zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Dat het ongeval voor hem en voor zijn ouders grote gevolgen heeft gehad en nog dagelijks heeft, blijkt uit de op zitting afgelegde slachtofferverklaring. Daarnaast had de verdachte zich op 4 januari 2025 ook al schuldig gemaakt aan het rijden onder invloed van alcohol, terwijl hij op dat moment nog geen vijf jaar zijn rijbewijs had.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 14 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Wel heeft de verdachte meerdere antecedenten met betrekking tot de WVW.

Rapport van de reclassering

In het rapport van de reclassering van 16 februari 2026 staat het volgende. De verdachte is niet eerder in het strafrecht veroordeeld voor een feit betreffende de WVW. Wel zijn er meerdere overtredingen te zien op het strafblad die op één na betrekking hebben op grensoverschrijdend gedrag in het verkeer. De houding van de verdachte, zijn alcoholgebruik en een deel van zijn sociale netwerk zijn factoren die bij de verdachte tot herhaald gedrag kunnen leiden. Tot op heden hebben geldboetes en het invorderen van het rijbewijs hem er niet van weerhouden verkeersovertredingen te maken. De reclassering vraagt zich af of de verdachte in staat is zich te onthouden van alcoholgebruik, zoals hij zich heeft voorgenomen. De verdachte vond zijn alcoholgebruik nooit problematisch. Er is een financiële schuld waarvoor niet alles is geregeld. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld-hoog. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden.

  • Meldplicht bij reclassering;

  • Gedragsinterventie middelengebruik;

  • Ambulante behandeling, indien nodig;

  • Aflossing schulden, indien nodig;

  • Beheersing middelengebruik.

4.3.3.

Oplegging straffen

Straffen

Gelet op de ernst van de strafbare feiten vindt de rechtbank een gevangenisstraf passend. Bij het bepalen van de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en met de LOVS-oriëntatiepunten. Gelet op deze oriëntatiepunten voor artikel 6 WVW, de zeer hoge mate van schuld en het alcoholgebruik van de verdachte en de overige bewezenverklaarde feiten, zal de rechtbank een gevangenisstraf van acht maanden en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen gedurende drie jaar opleggen.

De gevangenisstraf wordt voor een gedeelte van vier maanden voorwaardelijk opgelegd, omdat de kans op herhaling wordt ingeschat als gemiddeld tot hoog en de reclassering diverse factoren ziet die tot herhaling kunnen leiden. De reclassering wenst met de verdachte aan de slag te gaan en aan deze factoren te werken, met als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank verbindt aan deze voorwaardelijke straf daarom de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd.

5 In beslag genomen voorwerpen

5.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen voorwerp wordt verbeurd verklaard.

5.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van het beslag geen standpunt ingenomen.

5.3.

Oordeel van de rechtbank

5.3.1.

Teruggave

De rechtbank beslist tot de teruggave van de in beslag genomen personenauto Opel Corsa aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, namelijk [persoon A] , omdat niet is voldaan aan de eisen gesteld in artikel 33a lid 2 sub a van het Wetboek van Strafrecht.

6 Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 55 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 8, 9, 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

7 Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit in de zaak met parketnummer 96-184732-25 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 (primair), 2 en 3 in de zaak met parketnummer 10-325397-25 en het feit in de zaak met parketnummer 96-004760-25, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van acht (8) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat vier (4) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op twee (2) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. de verdachte zich gedurende de proeftijd dient te melden bij reclassering zo lang en zo frequent als deze dit nodig acht.

De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak. Hij dient zich te houden aan de aanwijzingen van de reclassering. Hieronder valt ook het meewerken aan huisbezoeken;

De verdachte is verantwoordelijk telefonisch en per post bereikbaar te zijn.

De reclassering controleert de behandelvoortgang en woont evaluaties bij.

2. de verdachte binnen de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie Leefstijl 24/7/Alcohol & Geweld van de verslavingsreclassering Fivoor of aan een andere gedragstraining die gericht is op middelengebruik in combinatie met delictgedrag, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;

3. de verdachte indien nodig een behandeling ondergaat door een nader te bepalen instantie. De reclassering bepaalt welke instantie dit wordt. De behandeling duurt zolang de reclassering het, in overleg met de behandelaar nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op verslavingsproblematiek;

4. de verdachte, indien tijdens de meldplicht blijkt dat er meer hulp nodig is op het gebied van zijn financiële situatie, hieraan meewerkt. Tevens werkt hij mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

5. de verdachte meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol om het middelengebruik beter in beeld te krijgen en zo mogelijk beter te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek gebruiken voor de controle welke bij voorkeur plaats dient te vinden met de RUMA-marker. De reclassering bepaalt hoe vaak de verdachte wordt gecontroleerd.

Bij ernstige bezwaren tegen het gebruik van de RUMA-marker is de reclassering genoodzaakt tot het doen van visuele controles, uitgevoerd door een externe partij, gevestigd te Rotterdam.

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

  • meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

  • meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

Ontzegging van de rijbevoegdheid

ontzegt de verdachte voor de feiten de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van drie (3) jaar;

In beslag genomen voorwerpen

- beveelt de teruggave van Personenauto Opel Corsa aan de rechthebbende.

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 1] . Verklaard tijdens de zitting van 3 maart 2026. Pagina 48 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 2] . Pagina 223 e.v. van zaaksdossier met nummer [proces-verbaalnummer 2] . Pagina 57 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 3] . Pagina 219 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 4] . Pagina 3 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 5] . De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 8] . Verklaard tijdens de zitting van 3 maart 2026. Pagina 11 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 6] . Pagina 48 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 7] . Pagina 52 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 7] . Pagina 223 e.v. van zaaksdossier met nummer [proces-verbaalnummer 2] . pagina 265 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 8] . Pagina 323 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 8] .