Strafrecht overig

De verdachte heeft op 17-jarige leeftijd een man mishandeld die bij zijn moeder op visite was. WS 40 uren…

Rechtbank Rotterdam, 28 april 2026

Zaakgegevens

Op 28 april 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
28 april 2026
Datum publicatie
31 juli 2026
Zaaknummer
10-273866-24
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9409
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De verdachte heeft op 17-jarige leeftijd een man mishandeld die bij zijn moeder op visite was. WS 40 uren proeftijd 1 jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10-273866-24

Datum uitspraak: 28 april 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2006,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,

raadsman mr. J.C. Herrewijnen, advocaat te Rotterdam.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 14 april 2026.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C.J.A. de Bruijne heeft gevorderd:

  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen vervangende jeugddetentie, voorwaardelijk, met een proeftijd van een jaar.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat sprake was van zwaar lichamelijk letsel zodat verdachte moet worden vrijgesproken van de strafverzwarende omstandigheid. Het slachtoffer heeft door toedoen van de verdachte twee nare botbreuken in zijn been opgelopen, maar dat letsel is volgens de regels van de wet en de uitleg van de Hoge Raad hierover, niet zo ernstig dat gesproken kan worden van zwaar lichamelijk letsel, met name omdat uit de letselrapportage blijkt dat operatief ingrijpen niet was vereist en de forensisch arts een relatief beperkte genezingsduur heeft opgenomen, en ook anderszins niet is gebleken dat er sprake was van een gecompliceerd herstel, De rechtbank zal de verdachte daarom hiervan vrijspreken. De rechtbank vindt dat wel bewezen kan worden dat de verdachte een mishandeling heeft gepleegd. Dit is ook door de verdachte bekend en zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op of omstreeks 9 april 2024 te [plaats] , althans in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal:

- op/tegen het (achter)hoofd te slaan,

- op/tegen de benen te schoppen en/of

- op/tegen het lichaam te schoppen,

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een breuk aan de knieschijf en/of een breuk aan het kuitbeen ten gevolge heeft gehad;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

mishandeling

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft op 17-jarige leeftijd een man (hierna: slachtoffer) mishandeld die bij zijn moeder op visite was. Volgens de verdachte was het slachtoffer vervelend en onder invloed van drugs en drank. Om er zeker van te zijn dat het slachtoffer zou vertrekken, is de verdachte met hem mee naar buiten gelopen. Daar heeft hij het slachtoffer eenmaal van achter geschopt, waardoor het slachtoffer twee botbreuken heeft opgelopen. Het gebruik van geweld geeft mensen een onveilig gevoel en dat neemt de rechtbank de verdachte kwalijk.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

12 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

7.3.2.

Rapportages en verklaringen van deskundigen op de terechtzitting

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 24 maart 2026. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Een belangrijke beschermende factor is de positieve dagbesteding van de verdachte; hij werkt sinds enkele jaren als conciërge op een basisschool en daarnaast gaat hij naar de sportschool, volgt samen met zijn tweelingbroer een cursus Nederlands en brengt graag tijd door met familie. Vanuit het huidige onderzoek komen voornamelijk beschermende factoren naar voren die de kans op herhaling van delictgedrag kunnen verkleinen. De Raad ziet, gezien het tijdsverloop sinds het tenlastegelegde en de positieve ontwikkeling van de verdachte, beperkte pedagogische meerwaarde in het opleggen van een straf, maar hij moet wel de consequenties van zijn gedrag ervaren. Toezicht en begeleiding door de jeugdreclassering lijken op dit moment niet geïndiceerd. De verdachte maakt een positieve ontwikkeling door, werkt aan zijn toekomst en is sinds het huidige delict niet meer in aanraking gekomen met justitie.

De Raad adviseert een voorwaardelijke taakstraf op te leggen, in de vorm van een werkstraf, onder de algemene voorwaarde.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gezien de ernst van het feit zal de rechtbank een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van na te noemen duur opleggen. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met de LOVS oriëntatiepunten. In deze zaak houdt de rechtbank daarnaast ook rekening met het feit dat de verdachte sinds de huidige verdenking (ruim twee jaar geleden) niet meer in aanraking is gekomen met justitie; de verdachte heeft zijn leven de afgelopen twee jaren in positieve zin op orde gebracht. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van de zware mishandeling en legt daarom een lichtere straf op dan geëist door de officier van justitie. Alles afwegend legt de rechtbank een voorwaardelijke taakstraf van 40 uren op met een proeftijd van een jaar. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

8 Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd, [benadeelde partij] , ter zake van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij vordert een schadevergoeding, maar heeft daar geen bedrag aan gekoppeld.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

8.2.

Standpunt verdediging

De benadeelde partij dient niet-ontvankelijk in haar vordering te worden verklaard, omdat die niet is onderbouwd.

8.3.

Beoordeling

De vordering van de benadeelde partij is niet onderbouwd. De benadeelde partij zal daarin niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De rechtbank veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij] in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde het onvoorwaardelijk deel van de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van

20 dagen;

bepaalt dat de vervangende jeugddetentie ten uitvoer kan worden gelegd als vervangende hechtenis, indien de veroordeelde bij aanvang van de eventuele tenuitvoerlegging van de vervangende jeugddetentie de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt;

bepaalt dat deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van hierna te melden voorwaarde;

stelt de proeftijd vast op 1 jaar onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.A. van der Laan-Kuijt, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. P.A. Ellenbroek en M.J.C. Spoormaker, rechters,

in tegenwoordigheid van C.A. van den Houwen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 april 2026.

De voorzitter, oudste en jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 9 april 2024 te [plaats] , althans in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal:

- op/tegen het (achter)hoofd te slaan,

- op/tegen de benen te schoppen en/of

- op/tegen het lichaam te schoppen,

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een breuk aan de knieschijf en/of

een breuk aan het kuitbeen ten gevolge heeft gehad;

Bijlage II

Opgave van bewijsmiddelen

1. De verklaring van de verdachte op de terechtzitting van 14 april 2026;

2. Het proces-verbaal van politie nummer [proces-verbaalnummer 1] (pagina 5 e.v.), inhoudende de verklaring van aangever [aangever] ;

3. Het proces-verbaal van politie nummer [proces-verbaalnummer 2] (pagina 17 e.v.), inhoudende het relaas van de verbalisant [verbalisant] ;

4. Een geschrift, bevattende medische informatie betreffende [aangever] van

3 juni 2024, opgemaakt door de arts [arts] .

Wanneer hiervoor is verwezen naar een proces-verbaal van politie is - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.