Strafrecht overig
De verdachte heeft met een geladen vuurwapen in zijn broeksband op de openbare weg in een rijdende auto…
Rechtbank Rotterdam, 18 juni 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:9462 · Rechtbank Rotterdam · 18 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-9462
Zaakgegevens
Op 18 juni 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 18 juni 2026
- Datum publicatie
- 3 augustus 2026
- Zaaknummer
- 10-037254-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:9462
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De verdachte heeft met een geladen vuurwapen in zijn broeksband op de openbare weg in een rijdende auto gezeten. Gevangenisstraf 8 maanden ma.
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10-037254-26
Datum uitspraak: 18 juni 2026
Datum zitting: 4 juni 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI] te [locatie] .
Advocaat van de verdachte: mr. J.C.H. Pronk
Officier van justitie: mr. M. van Breukelen
Kern van het vonnis
De verdachte wordt veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vuurwapen met bijbehorende munitie. Hij krijgt daarvoor een gevangenisstraf opgelegd van 8 maanden. Van het voorhanden hebben van een ander vuurwapen met bijbehorende munitie wordt de verdachte vrijgesproken.
1 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - twee (omgebouwde) vuurwapens inclusief munitie voorhanden heeft gehad.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
1
hij op of omstreeks 4 februari 2026 te Rotterdam, althans in Nederland, (een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een (omgebouwd) gaspistool van het merk Zoraki 2918, kaliber 9x17mm
en/of
(voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een of meerdere kogelpatronen van het kaliber 9x17mm, voorhanden heeft gehad;
2
hij op of omstreeks 4 februari 2026 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, (een) wapen(s) als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II onder 2º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet, geschikt om automatisch te vuren, van het merk Enfield Stengun Mk 2, kaliber 9x19mm
en/of
(voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een of meerdere kogelpatronen van het kaliber 9x19mm voorhanden heeft gehad.
2 Vrijspraak feit 2 en bewijs feit 1
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor beide feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft geen verweer gevoerd voor feit 1 en heeft vrijspraak bepleit voor feit 2.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak feit 2
De verdachte wordt vrijgesproken van feit 2. Het enkele feit dat de verdachte op 4 februari 2026 in Rotterdam in een auto zat waarin een vuurwapen met munitie lag, is onvoldoende om vast te kunnen stellen dat de verdachte ook wetenschap had van de aanwezigheid van dat vuurwapen met munitie. Daarbij is van belang dat de verdachte steeds en consistent heeft ontkend geweten te hebben dat het vuurwapen met munitie in de auto lag, dat het vuurwapen gehuld was in een soort doek en dus niet direct en als zodanig herkenbaar was, dat er geen DNA van de verdachte op het vuurwapen is aangetroffen en dat het aan het voeteneinde lag van een andere zitplaats (namelijk bij de medeverdachte) dan de zitplaats van de verdachte in de auto.
Gelet op het voorgaande is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het vuurwapen en de munitie van feit 2 voorhanden heeft gehad.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen feit 1
Bewezen is dat de verdachte op 4 februari 2026 in Rotterdam een vuurwapen met bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft feit 1 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
1. Verklaring van de verdachte ;
2. Proces-verbaal van de politie
3. Proces-verbaal van de politie;
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
1
hij op 4 februari 2026 te Rotterdam, , een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een (omgebouwd) gaspistool van het merk Zoraki 2918, kaliber 9x17mm
en
voor dit vuurwapen geschikte munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten meerdere kogelpatronen van het kaliber 9x17mm, voorhanden heeft gehad.
3 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Strafbaarheid van het feit
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4 Straf
Eis van de officier van justitie
De verdachte moet voor beide feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan zes voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest. Het vuurwapen met munitie van feit 1 moet worden onttrokken aan het verkeer.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de rechtbank verzocht om bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met de omstandigheid dat de verdachte mogelijk licht verstandelijk beperkt is en hij het vuurwapen voor een ander bewaarde. Daarom vraagt de verdediging af te wijken van de LOVS-oriëntatiepunten en de verdachte naast het al ondergane voorarrest hoogstens nog een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft met een geladen vuurwapen in zijn broeksband op de openbare weg in een rijdende auto gezeten. Dit is een ernstig feit. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie leidt in de praktijk vaak tot het gebruik daarvan en vormt daardoor een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen. Vuurwapenbezit brengt daarnaast ernstige gevoelens van onveiligheid in de samenleving met zich mee.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Strafblad
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 11 mei 2026 blijkt dat de verdachte recent niet onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Dit betekent dat het strafblad niet strafverzwarend werkt.
Overige persoonlijke omstandigheden
De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij niet langer de beschikking heeft over de huurwoning waar hij eerder woonde. Hij heeft aangegeven dat hij, zodra hij vrijkomt, bij zijn kinderen en hun moeder gaat wonen.
Oplegging straf
Straf
Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS-oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank ziet in hetgeen de verdediging heeft aangevoerd geen reden om af te wijken van de oriëntatiepunten. Daarom wordt een gevangenisstraf van 8 maanden opgelegd.
De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.
Voorwaardelijk verzoek
De verdediging heeft, indien de door de rechtbank op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf hoger is dan 150 dagen, het voorwaardelijk verzoek gedaan om de kogelpatronen (behorende bij het vuurwapen) van feit 1 op DNA te onderzoeken. Indien na onderzoek zou blijken dat het DNA van de verdachte niet op de kogelpatronen zit, vormt dit volgens de verdediging een bevestiging van de stelling dat het wapen niet van de verdachte was en hij het voor iemand anders bewaarde, hetgeen zou moeten leiden tot een lagere straf.
Voor toewijzing van het voorwaardelijk verzoek van de verdediging ziet de rechtbank geen noodzaak. Immers, ook wanneer na DNA-onderzoek komt vast te staan dat op de kogelpatronen in het wapen van feit 1 niet het DNA van verdachte is te vinden, zegt dat nog altijd niets over de manier waarop de verdachte aan het wapen is gekomen of waarom hij het bij zich had.
5 In beslag genomen voorwerpen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen vuurwapen met munitie wordt onttrokken aan het verkeer.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich hier niet over uitgelaten.
Oordeel van de rechtbank
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank beslist dat het in beslag genomen vuurwapen met munitie van feit 1 wordt onttrokken aan het verkeer. Het bewezen verklaarde feit is met betrekking tot dit voorwerp begaan en het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet.
6 Voorlopige hechtenis
De verdediging heeft verzocht de voorlopige hechtenis van de verdachte te schorsen dan wel op te heffen. De rechtbank stelt vast dat de ernstige bezwaren en de gronden voor de voorlopige hechtenis nog onverkort aanwezig zijn en verwijst naar de motivering hiervoor naar wat in eerdere beslissingen is opgenomen, zodat er geen reden is de voorlopige hechtenis te schorsen of op te heffen. De rechtbank wijst het verzoek dan ook af.
7 Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
8 Beslissingen
De rechtbank:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit onder 2 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit onder 1, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar.
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
In beslag genomen voorwerpen
verklaart voor feit 1 onttrokken aan het verkeer het vuurwapen en de bijbehorende munitie.
Voorlopige hechtenis
wijst af het verzoek om de voorlopige hechtenis te schorsen of op te heffen.
9 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. R.H. Kroon, voorzitter,
en mrs. E. IJspeerd en Y. Peters, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. C.A. van den Houwen-Butter, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 18 juni 2026.
Mr. E. IJspeerd en C.A. van den Houwen zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.