Strafrecht overig
De verdachte heeft meerdere jaren deelgenomen aan een criminele organisatie. De organisatie wist door…
Rechtbank Rotterdam, 8 juli 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:9659 · Rechtbank Rotterdam · 8 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-9659
Zaakgegevens
Op 8 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 8 juli 2026
- Datum publicatie
- 5 augustus 2026
- Zaaknummer
- 83.307977.24
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:9659
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De verdachte heeft meerdere jaren deelgenomen aan een criminele organisatie. De organisatie wist door misleiding hoge gokwinsten te behalen bij online casino’s. De verdachte wordt een taakstraf van 120 uur opgelegd. De rechtbank volgt de procesafspraken die het Openbaar Ministerie, de verdediging en de verdachte met elkaar hebben gemaakt. Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:9661
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 83.307977.24
Datum uitspraak: 8 juli 2026
Datum zitting: 24 juni 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] in [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. H.J. Voors
Officier van justitie: mr. H.C. Vermaseren
1 Tenlastelegging
De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 november 2013 tot en met 27 januari 2020 te Utrecht en/of Nunspeet en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten
(onder andere) hem, verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of één of meerdere andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk
- valselijk opmaken reisdocumenten (artikel 231 lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht) en/of
- valsheid in geschrifte (artikel 225 lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht) en/of
- ( gewoonte)witwassen (artikel 420bis jo. 420ter Wetboek van Strafrecht).
2 Bewijs
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft geen bewijsverweren gevoerd. Bij de bewezenverklaring dient te worden uitgegaan van de periode 18 februari 2024 tot en met 31 december 2025.
Oordeel van de rechtbank
Bewezen is dat
hij op in de periode van 18 februari 2024 tot en met 31 december 2025 te Utrecht en/of Nunspeet en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten
(onder andere) hem, verdachte en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of één of meerdere andere personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk
- valselijk opmaken reisdocumenten (artikel 231 lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht) en
- valsheid in geschrifte (artikel 225 lid 1 en 2 Wetboek van Strafrecht) en
- ( gewoonte)witwassen (artikel 420bis jo. 420ter Wetboek van Strafrecht).
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen.
3 Kwalificatie en strafbaarheid
Kwalificatie
Het bewezen feit levert op het volgende strafbare feit:
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven
Strafbaarheid van het feit en van de verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.
4 Straf
Procesafspraken
De verdachte en het Openbaar Ministerie hebben procesafspraken gemaakt. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de totstandkoming hiervan. De afspraken hebben onder meer betrekking op de tenlastelegging, de bewezenverklaring, de verweren en de strafeis. Tijdens de zitting zijn de gemaakte afspraken met de verdachte en zijn raadsman besproken. Op vragen van de rechtbank heeft de verdachte geantwoord dat hij de gemaakte procesafspraken begrijpt, dat hij het inhoudelijk eens is met die afspraken en dat hij zich bewust is van de consequenties van die afspraken. De rechtbank heeft tijdens de bespreking benadrukt dat de rechtbank niet is gebonden aan die afspraken en dat de verdachte jegens de rechtbank dus niet is gehouden tot naleving van de gemaakte overeenkomst met het Openbaar Ministerie.
Mede op grond van de bespreking van de procesafspraken ter zitting, is de rechtbank tot de overtuiging gekomen dat de verdachte vrijwillig, op basis van voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen van de gemaakte afspraken, gekomen is tot de ondubbelzinnige beslissing om akkoord te gaan met het afdoeningsvoorstel. Ook overigens is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een eerlijk proces en wordt voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) stelt.
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken gevorderd dat aan de verdachte wordt opgelegd een taakstraf van 120 uur, te vervangen door 60 dagen hechtenis.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht de eis van de officier te volgen.
Oordeel van de rechtbank
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft bijna twee jaar deelgenomen aan een criminele organisatie. De organisatie wist door misleiding hoge gokwinsten te behalen bij online casino’s. Er werden met valse identiteiten online Paysafe rekeningen geopend en met diezelfde valse identiteiten speelaccounts aangemaakt bij online casino’s. De gokwinsten werden door de casino’s uitgekeerd op de Paysafe rekeningen, waarna deze via debitkaarten door de organisatie werden opgenomen. De misdrijven die door de criminele organisatie zijn gepleegd zijn puur uit financieel belang voortgekomen. De organisatie heeft jaren bestaan en heeft miljoenen verdiend. De verdachte heeft voor de organisatie accounts gemaakt bij casino’s en vrijwel dagelijks online gegokt. De verdachte is daarmee een schakel geweest in deze criminele organisatie en heeft hier ook voordeel uit genoten.
Persoon en persoonlijke omstandigheden
Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 8 april 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
De persoon van de verdachte, zijn gezondheids-, woon-, werk- en leefomstandigheden zijn ter zitting aan de orde gekomen.
Oplegging straf
Gelet op de aard en ernst van het strafbare feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is een taakstraf passend. De overeengekomen straf is lager dan in min of meer vergelijkbare zaken zou worden opgelegd, maar de straf staat in een redelijke verhouding tot de ernst van de verdenking. De rechtbank heeft daarbij rekening gehouden met de meewerkende proceshouding van de verdachte en het tijdsverloop in de zaak. De gemaakte procesafspraken dragen bij aan een efficiënte afdoening en voortvarende behandeling van de zaak.
Alles afwegend acht de rechtbank de door partijen overeengekomen straf in dit geval passend en geboden.
5 Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d en 140 van het Wetboek van Strafrecht.
6 Beslissingen
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
Taakstraf
veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 120 (honderdtwintig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;
beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen.
7 Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. D.C.J. Peeck, voorzitter,
en mrs. J.J. Bade en A.C.M. Klaasse, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.A. Wolterink, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 8 juli 2026.
Mr. A.C.M. Klaasse is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.