Strafrecht overig

Toewijzen vordering. Verlengen tbs met 2 jaar.

Rechtbank Rotterdam, 15 juli 2026

Zaakgegevens

Op 15 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
15 juli 2026
Datum publicatie
10 augustus 2026
Zaaknummer
10-091141-24
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9766
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Toewijzen vordering. Verlengen tbs met 2 jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10-091141-24

Datum uitspraak: 15 juli 2026

Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:

[ter beschikking gestelde] (de ter beschikking gestelde),

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2004,

verblijvende in [naam instelling] te [verblijfplaats] (de instelling),

raadsvrouw mr. P.M. Breukink, advocaat te Arnhem.

1 Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 18 juli 2024 is de terbeschikkingstelling van [ter beschikking gestelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen. De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van feitelijke aanranding van de eerbaarheid. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 2 augustus 2024.

2 Procesverloop

De rechtbank heeft op 11 juni 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden. De vordering is op de openbare terechtzitting van 15 juli 2026 behandeld. De officier van justitie mr. B.J. Berton, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, en – middels videoverbinding – als deskundige [persoon A] , werkzaam als klinisch psycholoog bij de instelling, zijn gehoord.

3 Adviezen

Advies instelling

De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 3 juni 2026, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren. De ter beschikking gestelde is op 15 oktober 2025 opgenomen in het [naam instelling] . Het instroomonderzoek is nog niet afgerond, maar als werkhypothese zijn omschreven een antisociale persoonlijkheidsstoornis, een andere gespecificeerde neurobiologische ontwikkelingsstoornis en een ongespecificeerde trauma- of stressor- gerelateerde stoornis. Hij staat nog aan het begin van zijn behandeling en het recidivegevaar is nog onverminderd hoog.

Op de terechtzitting gegeven adviezen

De deskundige heeft het advies op de terechtzitting toegelicht. Zij heeft uitgelegd wat de komende stappen in de behandeling zijn.

4 Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.

Standpunt van de ter beschikking gestelde

De ter beschikking gestelde en de raadsvrouw hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling.

5 Beoordeling

Op grond van het advies van de instelling en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:

- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;

- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.

Uitgangspunt is dat de maatregel tot terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar. De rechtbank ziet in deze zaak geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken en de voortgang van de behandeling en resocialisatie na een jaar opnieuw te toetsen. De rechtbank stelt vast dat de behandeling zich nog in de beginfase bevindt en dat het verdere traject meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar.

6 Beslissing

De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaar.

Deze beslissing is genomen door mr. M.J.M. van Beckhoven, voorzitter,

en mrs. J. van de Klashorst en L.B. Esser, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.C. Suiker, griffier en uitgesproken op 15 juli 2026.

Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.