Strafrecht overig

Toewijzen vordering. Verlengen tbs met 2 jaar.

Rechtbank Rotterdam, 15 juli 2026

Zaakgegevens

Op 15 juli 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats
Rotterdam
Datum uitspraak
15 juli 2026
Datum publicatie
10 augustus 2026
Zaaknummer
10-258667-20
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2026:9767
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Toewijzen vordering. Verlengen tbs met 2 jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10-258667-20

Datum uitspraak: 15 juli 2026

Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:

[ter beschikking gestelde] (de ter beschikking gestelde),

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1991,

verblijvende in [naam instelling]

te [verblijfplaats] (de instelling),

raadsman mr. J.L. L'Homme, advocaat te Amsterdam.

1 Inleiding

Bij vonnis van deze rechtbank van 22 juni 2022 is de terbeschikkingstelling van [ter beschikking gestelde] gelast met voorwaarden betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde. De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van belaging en bedreiging. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 22 juni 2022. Bij beslissing van deze rechtbank van 30 juni 2023 is bevolen dat de ter beschikking gestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Bij beslissing van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 oktober 2023 is voornoemde beslissing van deze rechtbank bekrachtigd. Bij beslissing van deze rechtbank van 6 juni 2024 is de terbeschikkingstelling laatstelijk verlengd met twee jaar.

2 Procesverloop

De rechtbank heeft op 18 mei 2026 (gedateerd 15 mei 2026) van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden. De vordering is op de openbare terechtzitting van 15 juli 2026 behandeld. De officier van justitie mr. B.J. Berton, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman, en als deskundige [persoon A] , werkzaam als regiebehandelaar en GZ-psycholoog bij de instelling, zijn gehoord.

3 Adviezen

Advies instelling

De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 28 april 2026, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar. De ter beschikking gestelde lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale trekken en een stoornis in het gebruik van cannabis. De kernproblematiek die ten grondslag ligt aan de indexdelicten is nog actueel. Er is sprake van een hoog recidiverisico bij verval van de huidige maatregel. De afwikkeling van het behandel- en resocialisatietraject neemt nog meer dan twee jaar in beslag.

Advies psychiater

Psychiater [persoon B] adviseert in het rapport, gedateerd 2 (en ondertekend op 3) april 2026, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar. De psychiater kan zich vinden in de diagnostische conclusies en de risicoprognose- en management van de instelling. De ter beschikking gestelde is begonnen aan zijn behandeling, maar er moet vanuit behandelperspectief nog veel werk worden verzet.

Advies psycholoog

Psycholoog [persoon C] adviseert in het rapport, gedateerd 3 april 2026, de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar. Ook de psycholoog kan zich vinden in de diagnostische conclusies en de risicoprognose- en management van de instelling. Gezien de vorderingen die nog moeten worden gemaakt in de behandeling en het af te leggen resocialisatietraject is verlenging van de huidige maatregel met twee jaar noodzakelijk.

Op de terechtzitting gegeven adviezen

De deskundige heeft het verlengingsadvies van de kliniek op de terechtzitting toegelicht. Zij heeft de vervolgstappen uiteengezet en uitgelegd dat de behandeling en resocialisatie nog ten minste twee jaar zullen duren.

4 Standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.

Standpunt van de ter beschikking gestelde

De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben verlenging van de terbeschikkingstelling bepleit met één jaar.

5 Beoordeling

Op grond van de adviezen van de deskundigen en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:

- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;

- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar wordt verlengd.

Uitgangspunt is dat de maatregel tot terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar. In dit geval wordt geen aanleiding gezien om van dit uitgangspunt af te wijken. De ter beschikking gestelde wordt nog klinisch behandeld. Er dienen nog stappen te worden genomen voordat aan de volgende fase van de behandeling wordt toegekomen. Dit zal meer tijd in beslag nemen dan een jaar. De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds de voortgang van de behandeling te beoordelen.

De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

6 Beslissing

De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaar;

wijst af het meer of anders gevorderde of verzochte.

Deze beslissing is genomen door mr. M.J.M. van Beckhoven, voorzitter,

en mrs. J. van de Klashorst en L.B. Esser, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.C. Suiker, griffier en uitgesproken op 15 juli 2026.

Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.