Bestuursrecht overig
ONTVANKELIJKHEID. Het niet tijdig indienen van een beroepschrift omdat eiser niet over de benodigde DigiD…
Rechtbank Utrecht, 24 april 2012
ECLI:NL:RBUTR:2012:BW4431 · Rechtbank Utrecht · 24 april 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-utrecht/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbutr-2012-bw4431
Zaakgegevens
Op 24 april 2012 heeft de Rechtbank Utrecht in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank UtrechtRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 april 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- SBR 12/35
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBUTR:2012:BW4431
Samenvatting
ONTVANKELIJKHEID. Het niet tijdig indienen van een beroepschrift omdat eiser niet over de benodigde DigiD beschikte en deze niet meer binnen de beroepstermijn kon worden aangevraagd, dient voor risico van eiser te blijven.
Uitspraak
RECHTBANK UTRECHT
Bestuursrecht
zaaknummer: SBR 12/35
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2012 in de zaak tussen
[eiser], te [woonplaats], eiser,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 21 november 2011 (de bestreden uitspraak op bezwaar) beroep ingesteld.
Overwegingen
1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Voor het indienen van een beroepschrift geldt op grond van artikel 6:7 van de Awb een termijn van zes weken. Deze termijn begint op grond van artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop de uitspraak op bezwaar is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending. Een beroepschrift is op grond van artikel 6:9, eerste lid, van de Awb tijdig ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank op grond van artikel 6:11 van de Awb niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
3. Vast staat dat op de uitspraak op bezwaar een stempel staat met de tekst “verzonden 21 nov. 2011”. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 2 januari 2012.
4. Eiser heeft het beroepschrift digitaal bij de rechtbank ingediend op 3 januari 2012. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
5. Eiser heeft hiervoor desgevraagd als reden gegeven dat hij ’s avonds op 2 januari 2012 zijn beroepschrift digitaal wilde indienen. Toen bleek dat hiervoor een DigiD vereist was. Daarover beschikte eiser op dat moment niet. Volgens eiser staat op de website www.rechtspraak.nl niet vermeld dat aan het (op)nieuw aanvragen van een DigiD een termijn van maximaal vijf dagen is verbonden. Dit terwijl wel de suggestie wordt gewekt dat het mogelijk is om als burger middels het digitaal loket binnen de daarvoor geldende termijn tijdig beroep in te stellen, ook wanneer men nog niet of niet meer beschikt over een DigiD. Eiser stelt dat de informatie op de website niet optimaal is. De door eiser gegeven reden is geen is geen verontschuldiging voor dit verzuim. De rechtbank stelt vast dat de informatie op de website juist is. Immers eiser had gedurende 6 weken beroep tegen het besluit van 21 november 2011 kunnen instellen. Daarbinnen had hij ook de gelegenheid de beschikking over een DigiD te krijgen. Dat eiser er ’s avonds op de laatste dag van de beroepstermijn achter komt dat hij niet over de benodigde DigiD beschikt om tijdig digitaal beroep in te kunnen stellen dient voor zijn risico te blijven.
6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van P.A. Pruysers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 april 2012.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.