Bestuursrecht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 juni 2021
ECLI:NL:RBZWB:2021:2935 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 11 juni 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2021-2935
Zaakgegevens
Op 11 juni 2021 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 juni 2021
- Datum publicatie
- 14 juni 2021
- Zaaknummer
- AWB- 20_6404
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2021:2935
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
WVW
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/6404 WVW
uitspraak van 11 juni 2021 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen
[verzoeker], te [plaatsnaam], verzoeker
en
de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), verweerder.
Procesverloop
Verzoeker heeft de rechtbank verzocht om het CBR te veroordelen tot vergoeding van zijn schade.
Op 18 februari 2021 heeft er een zitting plaatsgevonden. Het onderzoek ter zitting is geschorst om verzoeker in de gelegenheid te stellen zijn schadeclaim nader te onderbouwen.
Met de brief van 30 maart 2021 heeft het CBR aan verzoeker meegedeeld bereid te zijn een bedrag van € 929,59 te betalen. In dit bedrag is ook een bedrag van € 179,-- opgenomen ter vergoeding van het betaalde griffierecht.
Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken, met het verzoek het CBR te veroordelen in de proceskosten (reiskosten). Het CBR heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in samenhang bezien met artikel 8:94, eerste lid van de Awb, kan de rechtbank, indien het verzoek wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Hoewel het CBR gedeeltelijk is tegemoetgekomen aan verzoeker, bestaat er geen aanleiding het CBR te veroordelen in de proceskosten van verzoeker. Verzoeker heeft immers pas in beroep zijn schadeclaim nader onderbouwd. Het verzoek tot veroordeling in de proceskosten zal daarom worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 11 juni 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak te ondertekenen.
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.