Bestuursrecht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 januari 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:31 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 6 januari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2022-31
Zaakgegevens
Op 6 januari 2022 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 6 januari 2022
- Datum publicatie
- 6 januari 2022
- Zaaknummer
- AWB- 20_7723
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2022:31
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
HUUR
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 20/7723 HUUR
uitspraak van 6 januari 2022 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen
[naam verzoekster] , te [plaatsnaam] , verzoekster,
gemachtigde: mr. C.A. Gobbens,
en
de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.
Procesverloop
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 21 juli 2020 (bestreden besluit) van de Belastingdienst/Toeslagen inzake het recht op huurtoeslag.
Bij besluit van 12 november 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het bestreden besluit herzien en het bezwaar gegrond verklaard.
Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek de Belastingdienst/ Toeslagen te veroordelen in de proceskosten. De Belastingdienst/Toeslagen heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 12 november 2021 dat de Belastingdienst/Toeslagen aan verzoekster is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding de Belastingdienst/Toeslagen te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten.
3. Partijen zijn het erover eens dat verzoekster recht heeft op een vergoeding van € 534,- voor rechtsbijstand in bezwaar, € 748,- voor rechtsbijstand in beroep en € 49,- aan griffierecht. Daarnaast wordt aan verzoekster een immateriële schadevergoeding toegekend van € 1.000,- vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank ziet geen aanleiding hier anders over te oordelen en zal overeenkomstig beslissen.
Beslissing
De rechtbank:
- veroordeelt de Belastingdienst/Toeslagen in de proceskosten van verzoekster tot een
bedrag van € 1.282,-;
- bepaalt dat de Belastingdienst/Toeslagen het griffierecht van € 49,- aan verzoekster
vergoedt;
- veroordeelt de Belastingdienst/Toeslagen tot vergoeding van immateriële schade tot een
bedrag van € 1.000,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 6 januari 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak (mede) te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.