Bestuursrecht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 25 juli 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:5528 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 25 juli 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2023-5528
Zaakgegevens
Op 25 juli 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 juli 2023
- Datum publicatie
- 8 augustus 2023
- Zaaknummer
- AWB- 22_5891
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2023:5528
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
WOO
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/5891 WOO
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 25 juli 2023 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres,
gemachtigde: mr. P.R. Klaver
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 8 november 2022 (bestreden besluit) inzake de afwijzing van het verzoek van eiseres om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo).
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Middelburg op 25 juli 2023. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde mr. P.R. Klaver. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam vertegenwoordiger] .
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Bij het bestreden besluit heeft het college het Woo-verzoek op grond van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) afgewezen onder verwijzing naar de eerdere beschikking van 4 juni 2020, waarin op een vergelijkbaar verzoek van (onder meer) eiseres is beslist.
Het verzoek van eiseres in deze procedure ziet op openbaarmaking van alle stukken die betrekking hebben op de afspraken van de gemeente met [naam persoon 1] en [naam persoon 2] over een bedrag van € 40.000,-- dat zij van de gemeente hebben ontvangen. Dat verzoek valt naar het oordeel van de rechtbank binnen de reikwijdte van het eerdere verzoek dat heeft geleid tot het besluit van 4 juni 2020. Anders dan eiseres heeft gesteld is de doorzending van het verzoek om opheffing van de geheimhouding van de vaststellingsovereenkomst naar de gemeenteraad geen nieuw feit op grond waarvan het college opnieuw inhoudelijk op het Woo-verzoek had moeten beslissen. Die doorzending heeft geleid tot een nieuwe procedure, gericht tegen de afwijzende beslissing van de gemeenteraad. Het college heeft geen bevoegdheid in die procedure.
2. Dit brengt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat het college de bezwaren van eiseres terecht ongegrond heeft verklaard. Het beroep zal daarom ongegrond verklaard worden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier, op 25 juli 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
P.H.M. Verdonschot, griffier R.P. Broeders, rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.