Bestuursrecht overig

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Eerste aanleg - enkelvoudig · Bestuursrecht overig

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 mei 2025

Zaakgegevens

Op 1 mei 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Breda
Datum uitspraak
1 mei 2025
Datum publicatie
2 mei 2025
Zaaknummer
BRE 25/17 en 25/18 VV
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2025:2668
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hersteluitspraak.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummers: BRE 25/17 en 25/18 VV

uitspraak van 1 mei 2025 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze en Rijen, het college.

Als derde-partij neemt aan de zaken deel: Trayplant Onroerend Goed B.V. uit Bavel (vergunninghoudster)

(gemachtigde: mr. J. de Roo).

Procesverloop

Op 4 maart 2025 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak.

Overwegingen

Gebleken is dat in rechtsoverweging 11 een kennelijke verschrijving is opgenomen. Ten onrechte is opgenomen dat is uitgesloten dat als gevolg van het project geen sprake is van additionele stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Het woord geen moet worden verwijderd.

Daarom zal de voorzieningenrechter de uitspraak in die zin herstellen.

Daarnaast stelt de voorzieningenrechter vast dat er nog een kennelijke verschrijving in rechtsoverweging 11 is opgenomen. Daarom wordt in de laatste zin van rechtsoverweging 11 het laatste woord, aangehaakt, vervangen door het woord aangevraagd.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- herstelt de tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gedane uitspraak van 4 maart 2025 aldus, dat rechtsoverweging 11 als volgt luidt:

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college, door de aangepaste motivering die is opgenomen in het bestreden besluit, kunnen concluderen dat is uitgesloten dat als gevolg van het project sprake is van additionele stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Hiermee kunnen significante gevolgen als gevolg van het project voor die gebieden worden uitgesloten. Dit betekent dat het college voldoende heeft gemotiveerd dat geen natuurvergunning hoeft te worden aangevraagd.

- laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. van Hooijdonk, griffier, op 1 mei 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier voorzieningenrechter