Bestuursrecht overig
NTB WIA - onredelijk laat beroep ingesteld
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:5782 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 26 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbzwb-2026-5782
Zaakgegevens
Op 26 juni 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 26 juni 2026
- Datum publicatie
- 30 juni 2026
- Zaaknummer
- BRE 25/4962
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:5782
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
NTB WIA - onredelijk laat beroep ingesteld
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4962
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres,
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
het UWV.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres op 15 september 2025 heeft ingesteld, omdat het UWV volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 20 december 2023, door het UWV ontvangen op 2 januari 2024, om herbeoordeling van (het recht op) een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet wia) van [(ex-)werknemer] , een (ex-)werknemer van eiseres. De rechtbank heeft het beroep op 23 september 2025 ontvangen.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.
Is het beroep ontvankelijk?
3. De betrokkene moet het beroep binnen een redelijke termijn instellen. Als het beroep niet binnen een redelijke termijn is ingesteld, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. In dit geval heeft eiseres het beroep te laat ingesteld, omdat meer dan een jaar verstreken is sinds eiseres het UWV op 5 maart 2024 in gebreke heeft gesteld. Het UWV heeft de ingebrekestelling op 6 maart 2024 ontvangen en op 8 mei 2024 een dwangsombeschikking afgegeven. De rechtbank heeft eiseres per brief van 4 maart 2026 en aangetekende brief van 1 mei 2026 gevraagd of zij daarna nog contact heeft gehad met het UWV over haar aanvraag. Eiseres heeft niet gereageerd op deze brieven. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat eiseres geen contact meer heeft gehad met het UWV na 5 maart 2024.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 26 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
|
griffier |
rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.