Verbintenissenrecht
Onbetaalde factuur; betwisten buitengerechtelijke incassokosten.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 mei 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:3295 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 10 mei 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbzwb-2023-3295
Zaakgegevens
Op 10 mei 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Bergen op Zoom
- Datum uitspraak
- 10 mei 2023
- Datum publicatie
- 15 mei 2023
- Zaaknummer
- 10109970 CV EXPL 22-2830
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2023:3295
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Onbetaalde factuur; betwisten buitengerechtelijke incassokosten.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 10109970 CV EXPL 22-2830
vonnis d.d. 10 mei 2023
inzake
[eiser] ,
wonende te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: S. Madder van Juristu Incassodiensten B.V.,
tegen
de besloten vennootschap
Dua Net B.V.,
gevestigd te Roosendaal,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Dua Net,
gemachtigde: mr. C.G.A. Mattheussens.
1 Het verloop van het geding
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 8 september 2022 met producties;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
[eiser] biedt koeriersdiensten aan. Dua Net heeft met hem een overeenkomst van opdracht gesloten.
In opdracht van Dua Net heeft [eiser] meerdere koeriersdiensten uitgevoerd.
De kosten voor de uitgevoerde koeriersdiensten ter hoogte van € 2.885,20 heeft [eiser] aan Dua Net gefactureerd op 10 mei 2022. De uiterlijke betaaltermijn is verstreken op 24 mei 2022.
Op 13 juni 2022 heeft [eiser] een aanmaning naar Dua Net verzonden, waarin [eiser] de vordering heeft verhoogd met de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten ad. 500,36 (inclusief btw). Ondanks de sommatie is Dua Net niet tot betaling overgegaan.
3 Het geschil
[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting, Dua Net te veroordelen tot:
-
betaling van € 2.885,20, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, althans de wettelijke handelsrente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
-
betaling van € 500,36 aan buitengerechtelijke incassokosten, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag;
-
de kosten van deze procedure, inclusief het salaris van de gemachtigde;
-
e nakosten.
[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat Dua Net uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst verplicht is tot betaling van de factuur genoemd onder 2.3. Dua Net is in gebreke gebleven met de betaling van het aan [eiser] verschuldigde bedrag.
Dua Net refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter ten aanzien van de hoofdsom, de wettelijke rente en de proceskosten (inclusief nakosten). Dua Net betwist echter de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke incassokosten. Dua Net voert daartoe het volgende aan:
-
Primair: [eiser] heeft de grondslag voor deze vordering niet aangevoerd;
-
Subsidiair: de door [eiser] en zijn gemachtigde verrichte werkzaamheden moeten worden aangemerkt als werkzaamheden ter instructie van de zaak en vallen derhalve onder het bereik van de proceskostenveroordeling. Een separate vergoeding in de vorm van buitengerechtelijke incassokosten is niet aan de orde;
-
Meer subsidiair: er is door [eiser] onvoldoende onderbouwd welke incassowerkzaamheden hij en zijn gemachtigde hebben verricht en in hoeverre deze werkzaamheden de hoogte van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten rechtvaardigen.
4 De beoordeling
Dua Net heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde hoofdsom en rente. Deze vordering ligt daarom voor toewijzing gereed.
[eiser] maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Voor zover de grondslag ten aanzien van deze vordering niet al uit de dagvaarding volgt, volgt uit de conclusie van repliek dat [eiser] zijn vordering heeft gegrond op artikel 6:96 BW. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden.
Namens [eiser] is op 13 juni 2022 een aanmaning aan Dua Net verzonden. Deze aanmaning is door [eiser] als productie 5 bij de dagvaarding in het geding gebracht. Dua Net heeft de ontvangst van deze aanmaning niet betwist.
In het arrest van 13 juni 2014 (ECLI:NL:HR:2014:1405) heeft de Hoge Raad bepaald dat voor de verschuldigdheid van de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten niet relevant is welke incassowerkzaamheden de schuldeiser heeft verricht (r.o. 3.6), zodat in beginsel een enkele brief voldoende is. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt ook overeen met het in het Besluit bepaalde forfaitaire tarief.
In haar conclusie van dupliek voert Dua Net nog aan dat toekenning van de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ad. € 500,36 zou leiden tot ongerechtvaardigde verrijking van [eiser]. De door [eiser] gemaakte kosten voor het verzenden van de aanmaning zijn volgens Dua Net immers lager dan de gevorderde vergoeding. Naar het oordeel van de kantonrechter slaagt ook dit verweer niet, nu de wetgever in het Besluit heeft gekozen voor een forfaitaire vergoeding en niet voor een vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte kosten.
Het voorgaande brengt met zich dat de vordering tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ad. € 500,36 zal worden toegewezen.
Dua Net zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten, waaronder de nakosten, worden veroordeeld.
De proceskosten van [eiser] worden tot op heden vastgesteld op:
-
griffierecht € 244,00
-
explootkosten € 131,18
-
salaris gemachtigde € 464,00 (2 punten à € 232,00)
-
totaal € 839,18
De nakosten worden begroot op € 116,00.
5 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt Dua Net om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 3.385,56 vermeerderd met de wettelijke rente over € 2.885,20 vanaf 24 mei 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt Dua Net in de kosten van dit geding, aan de zijde van [eiser] tot op heden vastgesteld op € 839,18, daarin begrepen een bedrag van € 464,00 als salaris voor de gemachtigde van [eiser];
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt, en in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2023.