Verbintenissenrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bodemzaak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16 augustus 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:6485 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 16 augustus 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbzwb-2023-6485
Zaakgegevens
Op 16 augustus 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Bergen op Zoom
- Datum uitspraak
- 16 augustus 2023
- Datum publicatie
- 14 september 2023
- Zaaknummer
- 10658663 CV EXPL 23-2398 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2023:6485
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
verstek
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 10658663 CV EXPL 23-2398
vonnis d.d. 13 september 2023
inzake
de vennootschap naar buitenlands recht
Hoist Finance AB,
statutair gevestigd te Stockholm, Zweden,
eiseres,
gemachtigde: mr. M.P.A. Roelands gerechtsdeurwaarder te Bergen op Zoom,
tegen
[gedaagde] voorheen handelend onder de naam [bedrijf gedaagde]
wonende te [woonadres],
gedaagde,
niet verschenen.
1 Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 20 juli 2023 met producties.
2 Het geschil en de beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijke recht
Nu eiseres gevestigd is te Zweden, draagt onderhavige procedure een internationaal karakter. Allereerst dient daarom de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van onderhavige vordering kennis te nemen. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord op grond van artikel 4 van de in deze toepasselijke Verordening (EU)
nr. 1215/2012, Brussel I bis. De Nederlandse rechter is bevoegd, aangezien gedaagde in Nederland woonachtig is.
Voorts is van belang welk recht op de overeenkomst van toepassing is. Hierover wordt het volgende overwogen. Nederland en Zweden zijn beide partij bij de Verordening (EU)
nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Verordening Rome I).
Gedaagde heeft op 18 april 2018 met Volkswagen Bank GmbH h.o.d.n. `Autocash` een overeenkomst tot financial lease gesloten. Volkswagen Bank GmbH heeft haar uit deze overeenkomst voortvloeiende vorderingsrechten gecedeerd aan Volkswagen Pon Financial Services B.V. (voorheen statutair genaamd Volkswagen Leasing B.V.). Tenslotte heeft eiseres op haar beurt de uit de overeenkomst voortvloeiende vorderingsrechten op gedaagde middels cessie overgedragen gekregen van Volkswagen Pon Financial Services B.V.
Ingevolge artikel 14 lid 2 van de Verordening Rome I wordt de betrekking tussen eiseres als cessionaris en gedaagde als schuldenaar beheerst door het recht dat op de gecedeerde vordering van toepassing is. Op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden is dat Nederlands recht.
Inhoudelijke beoordeling
Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van het bedrag of de bedragen als nader in de dagvaarding omschreven, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.
Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend.
Nu de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen.
Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de proceskosten – waaronder de nakosten – met dien verstande dat, bij gebrek aan voldoende specificatie als vergoeding van BRP kosten niet meer wordt toegekend dan het in dit geval redelijke en gebruikelijke forfaitaire bedrag van € 0,59 (excl. btw). De proceskosten aan de zijde van eiseres wordt tot op heden vastgesteld op:
dagvaardingskosten € 107,32
griffierechten € 487,00
salaris gemachtigde € 264,00
totaal € 858,32.
De nakosten worden begroot op € 132,00 (half salarispunt met een maximum van
€ 132,00) aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de uitspraak.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 4.588,32 vermeerderd met de contractuele rente van 1,5 % per maand over een bedrag van € 3.564,92 vanaf 13 juli 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden vastgesteld op € 858,32;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, en in het openbaar uitgesproken op
13 september 2023.