Verbintenissenrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bodemzaak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 september 2023
ECLI:NL:RBZWB:2023:6488 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 13 september 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/verbintenissenrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbzwb-2023-6488
Zaakgegevens
Op 13 september 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 13 september 2023
- Datum publicatie
- 14 september 2023
- Zaaknummer
- 10681144 CV EXPL 23-2166 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2023:6488
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
verstek
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
locatie Middelburg
zaak/rolnr.: 10681144 CV EXPL 23-2166
vonnis d.d. 13 september 2023
inzake
1 [eiseres sub 1],
2. [eiser sub 2],
beiden wonende te [woonplaats],
eisers,
gemachtigde: mr. M. IJzelenberg, advocaat te Goes,
tegen
[gedaagde] handelend onder de naam [bedrijf gedaagde]
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
procederend in persoon.
1 Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. de dagvaarding van 14 augustus 2023 met producties;
b. het mondeling antwoord.
2 Het geschil en de beoordeling
Eisers hebben op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van een bedrag van het bedrag of de bedragen als nader in de dagvaarding omschreven, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten, waaronder de beslagkosten.
Aangezien gedaagde heeft erkend, althans niet of onvoldoende heeft bestreden, dat de vordering juist is en de vordering de kantonrechter ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, daaronder begrepen – zoals gevorderd – de beslagkosten en de nakosten. De proceskosten aan de zijde van eisers worden tot op heden vastgesteld op:
dagvaardingskosten € 129,85
vastrecht dagvaardingsprocedure € 379,00
salaris gemachtigde dagvaardingsprocedure € 396,00
explootkosten beslag € 93,39
vastrecht beslagrekest € 314,00
salaris advocaat beslagrekest € 598,00 (1 salarispunt x tarief II)
totaal € 1.910,24
De nakosten worden begroot op € 132,00 (half salarispunt met een maximum van
€ 132,00) aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de uitspraak.
3 De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisers te betalen een bedrag van € 15.000,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 925,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, daaronder begrepen de beslagkosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op € 1.910,24, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2023.