Verbintenissenrecht

Consumentenkoop, geen akte, 25%, vernietiging krediet

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 september 2023

Zaakgegevens

Op 13 september 2023 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
13 september 2023
Datum publicatie
14 september 2023
Zaaknummer
10566015 CV EXPL 23-1476 (E)
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2023:6503
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Consumentenkoop, geen akte, 25%, vernietiging krediet

Uitspraak

Cluster I Civiele kantonzaken

Middelburg

zaak/rolnr.: 10566015 CV EXPL 23-1476

vonnis d.d. 13 september 2023

inzake

de rechtspersoon naar buitenlands recht Riverty GmbH h.o.d.b. Riverty,

gevestigd te kantoorhoudende te Verl, Duitsland,

eiseres,

gemachtigde: Van Lith B.V. te Eindhoven ,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [wonadres] ,

gedaagde,

procederend in persoon.

1 Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

- het tussenvonnis in deze zaak van 19 juli 2023 met de daarin genoemde stukken.

2 De verdere beoordeling

2.1

Al hetgeen in het tussenvonnis van 19 juli 2023 overwogen en beslist wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd.

2.2

In voornoemd tussenvonnis is eiseres in de gelegenheid gesteld zich uit te laten omtrent het voorshandse oordeel van de kantonrechter om de tussen eiseres en gedaagde tot stand gekomen kredietovereenkomst te vernietigen. Eiseres heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt, zodat de kantonrechter bij zijn oordeel blijft en over zal gaan tot het vernietigen van de kredietovereenkomst. Dit betekent dat enkel de geleende kredietsom, vermeerderd met de verzendkosten, zal worden toegewezen en dat de gevorderde buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente niet toewijsbaar zijn.

2.3

In voornoemd tussenvonnis is voorts overwogen dat de handelaar niet volledig heeft voldaan aan de op hem rustende (pre)contractuele informatieverplichtingen, dat een vernietiging van 25% van de koopsom op zijn plaats is en dat derhalve een bedrag aan hoofdsom van € 131,47 (€ 175,29 x 0,75) zal worden toegewezen.

2.4

Met betrekking tot de stelling van gedaagde dat zij een betalingsregeling heeft getroffen met de webshop overweegt de kantonrechter dat gedaagde zich met betrekking tot deze betalingsregeling dient te wenden tot de gemachtigde van eiseres, omdat de wet geen grond biedt voor het bij vonnis dwingend opleggen van een dergelijke betalingsregeling.

2.5

Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van eiseres, tot op heden vastgesteld op:

dagvaardingskosten € 107,84

griffierecht € 128,00

salaris gemachtigde € 39,00

totaal € 274,84.

2.6

De nakosten aan de zijde van eiseres worden begroot op € 19,50 (half salarispunt met een maximum van € 132,00) aan salaris gemachtigde, als niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis is voldaan, te vermeerderen met de explootkosten van betekening van dit vonnis, als er vervolgens betekening heeft plaatsgevonden.

3 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 131,47;

veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden vastgesteld op € 274,84;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2023.